Weinberg – Sadomasochism and the Social Sciences

Weinberg, T. S. (2006) Sadomasochism and the Social Sciences: A Review of the Sociological and Social Psychological Literature. Journal of Homosexuality, 50: 2, 17-40.

Link naar fulltext. Alleen beschikbaar voor mensen met een account bij de RU.

De vroege psychoanalytische benaderingen van BDSM kwamen van onder andere Freud, Krafft-Ebing en Stekel (rond 1950). Zij zagen BDSM als een teken van onderliggende psychopathologie. Hun conclusie is begrijpelijk, aangezien zij hun kennis over BDSM haalden uit boeken van de Sade (waar de term sadisme vandaan komt) en van Sacher Masoch (waar de term masochisme vandaan komt). Die boeken beschreven zeer extreme obsessies en gedragingen. De enige sadisten en masochisten waar zij zelf contact meer hadden waren de SM-ers die zij zagen in hun praktijk. Mensen, dus, met problemen waar zij hulp voor zochten. Hun kennis over SM was hierdoor gering en erg selectief. Bovendien leefden deze psychoanalytici in de Victoriaanse tijd, waarin nog zeer conservatief over seksualiteit werd gedacht. Hun opvattingen komen echter ook in deze tijd nog voor. Zo is Ross (artikel uit 1997) bijvoorbeeld van mening dat SM-ers vaak mishandeld zijn als kind, irrationele schuldgevoelens hebben en vol zitten met onbewuste woede en de wens om wraak te nemen. Ook zijn conclusies baseerde hij op de mensen die hij zag in zijn praktijk: mensen die psychische problemen hebben. Het spreekt voor zich dat ook niet-SMers die hulp zoeken vaker dan gemiddeld psychische problemen hebben, dat is immers de reden om hulp te zoeken.

Sinds grofweg 1970 is er een groeiende interesse gekomen in onderzoek vanuit de sociale wetenschappen. In tegenstelling tot psychoanalitici, die hun onderzoek uitsluitend doen bij SM-ers die in behandeling zijn voor psychische problemen, doen sociologen en sociaal-psychologen ook onderzoek naar alle andere SM-ers. Zij gebruiken hiervoor verscheidene methoden van data-verzameling, waaronder vragenlijsten, content analyses van SM publicaties, etnografie, theoretische essays, kritisch onderzoek van assumpties van clinici en wetgeving en rechtszaken. Deze onderzoeken gaan onder andere over sociale organisaties van SM-ers, SM-interacties, socialisatie, kenmerken van SM-ers, functies van SM-subculturen, normen en waarden binnen de SM subcultuur en sadomasochistische voorkeuren en activiteiten. In dit review-artikel wordt een samenvatting gegeven van de literatuur die tussen dit artikel en het voorgaande artikel van de auteur gepubliceerd is. Daarna zal een samenvatting worden gegeven van wat de Weinberg (de auteur) meent dat we op dit moment weten over BDSM.

Enquête en vragenlijst onderzoek.

Een van de grootste onderzoeken in de afgelopen tijd is gedaan in Finland, door Sandnabba en zijn collega’s. Zij deden onderzoek bij 2 seksueel-georiënteerde clubs. Één voor homoseksuelen met interesse in kink en leather, de ander was een club voor (vooral) heteroseksuele SM-ers. Wat zij onder andere vonden was dat de SM-ers uit hun steekproef hoger opgeleid waren dan gemiddeld, vaak een leidinggevende functie hadden en opvallend veel vrijwilligerswerk deden. Dit wijst erop dat SM-ers goed functioneren in de maatschappij.

De mensen in hun steekproef waren tussen de 18 en 20 jaar oud toen zij zich bewust werden van hun SM gevoelens. Tussen de 21 en 25 hadden zij vaak hun eerste SM ervaring. Meer dan 88% van hun steekproef had had ooit vanille (niet-SM) seks gehad, slechts 5 procent gaf aan daarmee gestopt te zijn. Iets meer dan ¼ van de steekproef gaf aan dat alleen SM/kinky seks ze echt kon bevredigen.

Een derde van de steekproef had 2 tot 5 keer aan SM gedaan in de afgelopen 12 maanden. Ongeveer 20% had 11 tot 20 keer aan SM gedaan in de afgelopen 12 maanden. Homoseksuele en biseksuele SM-ers deden vaker aan SM dan heteroseksuele SM-ers. Alle SM-ers masturbeerden vaker dan gemiddeld.

Op basis van hetzelfde onderzoek zijn nog 2 andere artikelen geschreven. Ze gebruikten verfijnde statistische analyses om de relaties tussen SM-gedragingen te onderzoeken. Heteroseksuelen blijken meer te doen met zwepen, slaan in het gezicht en verbale vernedering. Homoseksuelen doen meer met CBT, fisten, dildo’s en katheters.

Een ander artikel is dat van Levitt en zijn collega’s. Zij deden onderzoek bij een groep vrouwen met interesse in SM. De vrouwen in hun steekproef waren hoger opgeleid dan gemiddeld, waren vaker single dan gemiddeld en kwamen achter hun SM gevoelens toen zij jongvolwassenen waren. De meesten zagen zichzelf als onderdanig, een flink deel was switch en een kleiner deel dominant. Vier van de vijf vrouwen was tevreden met haar SM oriëntatie.

Donnelly en Fraser deden onderzoek bij studenten van een grote universiteit. Deze studenten noemden zich geen SM-er. Mannen in deze groep raakten vaker opgewonden van SM dan de vrouwen. Deze mannen raakten opgewonden van bondage en discipline, en dan vooral van fantasieën waarin zij zelf vastgebonden en geslagen werden.

Content analyse

Bij content analyse wordt data die al geproduceerd was voor aanvang van het onderzoek gebruikt. Je kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan artikels in tijdschriften, brieven, internet websites en posts en vele andere bronnen. Weinberg omschrijft slechts 1 onderzoek waarbij gebruik is gemaakt van content analyse, namelijk het onderzoek van Ernulf en Innala. Zij gebruikten posts die geplaatst waren in een discussiegroep die deel uitmaakte van Usenet.

Zo’n 80% van de posts kwam uit de VS. Bijna ¾ van de berichten kwam van mannen. Van de mensen die hun seksuele geaardheid aangaven waren 81% hetero, 18% homo en 1% biseksueel. De onderzoekers wilden vooral kijken naar het verschil tussen bondage en sadomasochisme, maar in ruim 1/3 van de berichten kwam naar voren dat bondage deel uitmaakte van de SM praktijk van de poster. De onderzoekers vonden verder dat vertrouwen en veiligheid terugkerende thema’s waren. Ook discussies over wat een ‘goede Dom’ is kwamen veel voor, de antwoorden daarop concentreerden zich meestal op vertrouwen en veiligheid en het inschatten/rekening houden met de grenzen van de sub.

Etnografisch onderzoek.

Bij etnografisch onderzoek maakt de onderzoeker direct contact met de mensen die hij wil onderzoeken. Zo kan een wetenschapper bijvoorbeeld SM feesten bezoeken en met SM-ers spreken, indien dit toegestaan is door de organisatie. Een etnografisch onderzoek is gedaan door Lieshout, hij deed onderzoek naar de homo-leather scene. In sommige opzichten is leather anders dan SM: veel leathermen hebben niets met SM en genoeg SM-ers zien zichzelf niet als leathermen. Lieshout maakte privé deel uit van de leatherscene en beschreef zijn ervaringen in zijn artikel. Zo benoemde hij onder andere dat nee altijd nee betekent in de leatherscene en dat te opdringerig gedrag niet wordt geaccepteerd. Ook heeft hij het over enkele codes of afspraken waarmee interesses aangegeven kunnen worden. De leatherscene is er niet alleen om samen aan seks te doen, maar heeft ook een sociale functie: men maakt er vrienden en er wordt ook gepraat over andere onderwerpen. Verder maakte Lieshout de observatie dat men in de leatherscene minder penis-gericht is dan in de algemene homoscene, en dat de seksuele gedragingen niet altijd orgasme tot doel hebben.

Moser heeft in een periode van 25 jaar vele SM feesten bezocht, en maakte deel uit van de SM scene. Hoewel de feesten die hij bezocht verschilden in grootte, stijl, setting en exclusiviteit waren er wel enkele overeenkomsten. Ten eerste boden ze een plek waar SM-ers elkaar konden ontmoeten en hun eigen stijl van SM konden uiten. Alle feesten waren gestructureerd door regels, die over het algemeen vrij serieus en expliciet benoemd worden. Etiquette-regels verschillen per feest, maar afspraken over acceptabele vormen van interactie, verboden seksueel gedrag en vertrouwelijkheid kwamen overal voor. Op vrijwel alle SM feesten was dronkenschap verboden.

Volgens Moser is de belangrijkste reden voor feest-bezoek dat zij integratie en socialisatie mogelijk maken. SM-ers leren mensen kennen die zijn zoals zij, ze leren over interactie-regels en SM technieken, en ze kunnen hun interesses en gevoelens normaliseren. SM feesten bieden een atmosfeer waarin zij aangemoedigd worden zichzelf te zijn en waarin hun gedrag gevalideerd wordt. Het accepteren van hun SM identiteit en rol is volgens Moser een duidelijke reden waarom SM-ers feesten bezoeken. Verder maakte Moser de observatie dat, hoewel seksueel gedrag niet verboden is op SM feesten, geslachtsgemeenschap en genitaal-gericht gedrag weinig voorkomt.

Kritische essays.

De psychoanalytische benadering van BDSM is recent veel bekritiseerd. Ten eerste op basis van de validiteit van de psychiatrische classificatie van de parafilia, ten tweede door uitspraken door rechters te bekritiseren wiens uitspraken assumpties laten zien die psychoanalytisch van aard zijn.

Moser en Kleinplatz hebben de categorisatie van parafilia (afwijkende seksuele voorkeuren) in twijfel getrokken. Ongewoon zou niet automatisch ziek mogen betekenen, hoewel het dat al heel vaak heeft betekent. Zeker wanneer het om seksuele minderheden gaat. Ten eerste geven ze aan dat er geen enkele wetenschappelijke onderbouwing is voor het benoemen van parafilia als stoornissen. Mensen met een afwijkende seksuele interesse zijn niet te onderscheiden van anderen op basis van welke eigenschap dan ook, behalve dan hun seksuele interesse. Ten tweede geven ze aan dat de DSM inconsistent is op het gebied van parafilia en zichzelf zelfs tegenspreekt. Ten derde geven ze concrete voorbeelden van uitspraken uit de DSM die neergezet worden als feiten terwijl er simpelweg geen onderzoek is dat de uitspraak ondersteunt. De parafilia sectie van de DSM is niet consistent met de huidige wetenschappelijke kennis op dit gebied. Zij zijn voorstander van het volledig verwijderen van de parafilia-sectie uit de DSM.

Verder bespreekt Weinberg twee artikelen die de Spanner-case behandelen.

Wat we weten over sadomasochisme.

Voor de meeste SM-ers draait het om dominantie/onderdanigheid en niet in de eerste plaats om pijn. Mensen die binnen SM dominant zijn, zijn buiten SM niet vaker autoritair of wreed dan anderen. Mensen die binnen SM onderdanig zijn, zijn buiten SM niet vaker passief of volgend van aard. Voor de meeste SM-ers is SM recreatief en ‘een spel’. Er wordt veel gebruik gemaakt van fantasie. Soms worden hele scripts uitgewerkt (rollenspellen), zoals hond/eigenaar, baas/werknemer of ouder/kind. Op die manier worden de SM-gedragingen in zekere zin buiten de rest van het leven geplaatst, het is alleen binnen het SM spel dat men die dingen doet. SM sessies zijn vrijwillig en worden door de betrokkenen samen gevormd. Daadwerkelijke dwang wordt door de subcultuur niet geaccepteerd, instemming is noodzakelijk. Vaak worden er stopwoorden gebruikt, hoewel niet altijd. De grenzen pushen/schuiven voelt voor veel SM-ers prettig omdat het daarmee ‘echter’ voelt. Wanneer de dominante partner echter het idee krijgt dat hzij echt over de grenzen van de ander begint te gaan zal hzij echter gewoonlijk rustiger aan gaan doen. Over het algemeen wordt dit zo subtiel gedaan dat de sfeer van het spel niet verstoor wordt. Bij nieuwe partners wordt er soms navraag gedaan bij de bekenden van die nieuwe partner, om te kijken of hzij betrouwbaar is. SM-ers die als onveilig of onethisch worden gezien in de subcultuur blijken vaak moeite te hebben met het vinden van partners. Binnen SM wordt er veel gebruik gemaakt van symboliek. Van de vrouwen die met SM bezig zijn is ruim 60% erin geïntroduceerd door hun (ex)partner.

Er bestaat niet 1 SM-subcultuur, er zijn juiste vele verschillende SM-scenes. Zo zijn er hetero, homo, leathersex en lesbische scenes. Er zijn meer gespecialiseerde subculturen rondom bondage en discipline, en groepen die zich veel bezighouden met body modification (piercings, branding, snijden, tattoos). De verschillende scenes hebben wel veel overlap en komen ook vaak met elkaar in aanraking. SM-ers leren elkaar kennen via advertenties, door geïntroduceerd te worden door een bekende, via chatrooms en de rest van het internet en via SM organisaties. SM-ers houden soms ook privé feesten van verschillende groottes. SM organisaties bestaan al lang, zeker in de VS. Zij functioneren als steungroepen, bieden informatie en bieden een plek waar SM-ers hun gevoelens kunnen leren accepteren en over hun gevoelens kunnen praten.

Samengevat lijkt het erop dat SM-ers emotioneel en psychologisch in balans zijn, over het algemeen op hun gemak zijn met hun voorkeuren en sociaal goed aangepast zijn. Er zijn geen aanwijzingen dat BDSM pathologisch is.

9 thoughts on “Weinberg – Sadomasochism and the Social Sciences

    1. Marijke

      Hallo Tom,

      Dat mag, indien je een link naar het oorspronkelijke artikel (op mijn blog dus) er bij plaatst. Netjes dat je het vraagt, mijn complimenten!

      Marijke

      Reply
  1. Ballgame

    Beste Marijke,

    Jouw artikel leest als een goede en complete samenvatting. Wel is het misschien aan te raden om soms een toelichting te geven op gebruikte terminologie zoals DSM en de Spanner case?

    Groeten Ballgame

    Reply
  2. ronald

    Ik vind het prettig lezen en leerzaam.
    Ik ben nu pas opweg in het bdsm, nu dat ik uit de kast ben gekomen !!
    alleen nog geen Mrs gevonden, maar ik doe rustigaan,

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published.