Nichols – Psychotherapeutic Issues with Kinky Clients

Nichols, M. (2006) Psychotherapeutic Issues with ‘Kinky’ Clients – Clinical Problems, Yours and Theirs. Journal of homosexuality, 50: 2, 281 – 300.

Hoewel in de afgelopen decennia de manier waarop er met homoseksuelen en transgenders om wordt gegaan flink is veranderd, is dit nog niet gegeneraliseerd naar de overige ‘parafilia’. BDSM en andere afwijkende seksuele voorkeuren worden nog altijd door een flink aantal hulpverleners als een probleem gezien, hoewel hier geen enkele wetenschappelijke onderbouwing voor is. Nichols gaat ervan uit dat parafilia statistisch abnormaal maar pathologisch neutraal zijn, dus niet per definitie gezonder of ongezonder zijn dan meer mainstream voorkeuren. Haar artikel is bedoelt voor hulpverleners die te maken krijgen met kinky cliënten. Zelf heeft zij ruim 20 jaar ervaring met
cliënten die een afwijkende seksuele voorkeur hebben.

Volgens Nichols zijn de volgende vooroordelen de meeste voorkomende vooroordelen over BDSM.
1. BDSM gaat over de wensen van de Dominante partner, die zijn gang gaat met de passieve en uitgebuite onderdanige partner. In werkelijkheid zijn beide partners betrokken en gaat het om de wensen en het genot van zowel de D als de sub.
2. BDSM gaat over fysieke pijn. De waarheid is dat SM voorkeuren erg divers zijn. Daarnaast is het soort pijn dat men in SM opzoekt geen gewone pijn: denk aan tanden in je schouder tijdens de seks, niet aan wortelkanaalbehandeling.
3. SM gaat van kwaad tot erger, het wordt steeds extremer. In de praktijk valt dit wel mee. Mensen die na jaren hun gevoelens eindelijk mogen uiten doen soms inderdaad een inhaalslag, maar SM eindigt niet per definitie in het extreemste.
4.SM is zelfdestructief. Er zijn geen aanwijzingen dat BDSM vaker destructief wordt gebruikt dan ‘vanille’ seks.
5. BDSM vindt zijn oorsprong in mishandeling in de jeugd. In werkelijkheid zijn er geen aanwijzingen dat BDSM-ers vaker mishandeld zijn dan niet-BDSM-ers.
6. BDSM is vermijding van intimiteit. Net zoals bij vanille seks kan BDSM gebruikt worden om intimiteit op te zoeken of juist te vermijden. BDSM lijkt niet vaker gebruikt te worden voor vermijding.
7. BDSM is afgescheiden van ‘vanille’ seks. Voor de meeste mensen kunnen de twee heel goed samengaan. Ook is het onderscheid vaag, veel activiteiten vallen in een grijs gebied.

Psychologische theorieën, vooral de psychoanalytische, hebben BDSM voornamelijk vanuit de gedachte van onderliggende psychopathologie proberen te verklaren. In de afgelopen jaren zijn er nieuwe theorieën ontstaan over seksualiteit waarin er niet meer zomaar van psychopathologie uit wordt gegaan. Vanuit die hoek zijn ook verklaringen gekomen voor BDSM. Enkele redenen waarom BDSM aantrekkelijk kan zijn voor mensen:
1. BDSM kan heel leuk zijn en je seks ontzettend spannend maken. Waarschijnlijk is dit de belangrijkste reden waarom mensen aan BDSM doen.
2. Sommige mensen zien BDSM als een spirituele vorm van seksualiteit, vergelijkbaar met tantra.
3. Voor sommigen verdiept BDSM de intimiteit in een relatie, en kan het helpen psychische wonden te helen in de context van een vertrouwensrelatie.
4. BDSM kan gebruikt worden om de ‘schaduwkant’ van seks te ontdekken. Net zoals sommige mensen bungee jumpen een kick vinden, zo kan het taboe en soms het risico van BDSM ook aanspreken. Vrijwel alle emoties die seksuele gevoelens verhinderen (schaamte, schuld, angst) kunnen in de juiste omstandigheden juist ontzettend opwindend zijn.
5. Sommige SM-ers zijn van mening dat SM een geschikte niet-chemische manier is om prettige bewustzijnstoestanden te verkrijgen (natuurlijke drug).
6. Doordat BDSM uit zo veel aspecten bestaat verkleint het de kans op een monotoon en routineus seksleven, zeker bij monogame relaties.

Klinische kwesties.
De meest voorkomende kwestie die therapeuten tegenkomen wanneer zij werken met kinky cliënten is de confrontatie met hun eigen emoties. Men noemt het ook wel ‘countertransference’ wanneer de therapeut zijn of haar eerste negatieve gevoelens ziet als aanwijzing dat er iets aan de hand is met de cliënt. Vaak komen deze negatieve emoties (schrik, angst, walging) door gebrek aan kennis en ervaring met het onderwerp. Soms vult de therapeut details over BDSM in zonder dat hzij daar de kennis voor heeft. Men hoort bijvoorbeeld over spelen met messen en snijden en denkt daarbij aan een levensgevaarlijk bloedbad, terwijl het in werkelijkheid vaak niet verder gaat dan wat oppervlakkige krassen. Het kan ook gebeuren dat de therapeut ineens eigen positieve reacties op BDSM ervaart en hiervan schrikt, of geconfronteerd wordt met schaamte en zelfhaat die hzij zelf heeft ten opzichte van BDSM-gevoelens.

Een andere veelvoorkomende kwestie bij kinky cliënten is geheimhouding van de SM gevoelens. We weten niet hoe vaak dit voorkomt, maar vermoedelijk gebeurt het regelmatig dat SM-ers in therapie gaan maar dan hun SM gevoelens bewust verborgen houden voor de therapeut. Dergelijke geheimhouding kan het therapie-proces ernstig belemmeren. De cliënt doet dit meestal omdat hzij bang is voor veroordeling. Dit is helaas vaak een terechte angst. Kink-friendly therapeuten doen er goed aan openheid te bevorderen.

De meeste SM-ers die in therapie gaan doen dit voor issues die niets met SM te maken hebben. Nichols beschrijft hoe in de jaren 80 veel homoseksuele cliënten naar haar praktijk kwamen, niet omdat ze daar over hun homoseksualiteit konden praten, maar omdat ze daar niet over hun homoseksualiteit hoefden te praten (en gewoon hulp kregen bij hun probleem). Therapeuten hoeven niet per definitie vanuit een negatief oordeel opvallend veel aandacht te besteden aan BDSM, soms is het ook vanuit oprechte nieuwsgierigheid. Maar het is de vraag hoe ethisch het is om de tijd en het geld van een cliënt te gebruiken voor het bevredigen van de eigen nieuwsgierigheid en iemands werkelijke probleem pas later te behandelen.

De SM-ers waar je als therapeut gewoonlijk het meest mee in contact komt zijn de ‘nieuwelingen’, mensen die hun SM gevoelens pas net ontdekt hebben. Deze SM-ers kunnen in de problemen komen doordat zij door onze cultuur geleerd hebben dat hun gevoelens ziek en misdadig zijn. Daaruit kunnen nog verdere problemen ontstaan, bijvoorbeeld wanneer intimiteit vermeden wordt om zo de SM gevoelens te kunnen onderdrukken. Weer andere SM-ers leiden een dubbelleven, gebaseerd op vele leugens omtrent de eigen SM activiteiten. Familie en vrienden weet van niets. Als therapeut is het belangrijk deze SM-ers goed te kunnen begeleiden. De aangeleerde zelfhaat vanwege de SM-gevoelens kan in de therapie besproken worden, de problemen met intimiteit kunnen behandeld worden en de therapeut kan een begeleidende en adviserende rol spelen bij een SM-er die tegenover de partner uit de kast wil komen. Sommige SM-ers gebruiken hun activiteiten op een ongezonde manier, net zoals dit met ‘vanille’ seks ook gedaan kan worden. Disfunctioneel gedrag, ook seksueel disfunctioneel gedrag, kan behandeld worden.

Veel kinky cliënten hebben al vanaf jonge leeftijd SM gevoelens, maar vaak wordt dit ontkent of onderdrukt. Tegen de tijd dat de cliënt toch echt wat met zijn of haar SM gevoelens wil is men vaak al getrouwd, men heeft kinderen gekregen, en de partner weet nog van niets. Uiteindelijk zal men hier toch open over moeten worden. De therapeut kan de cliënt begeleiden wanneer deze open gaat worden naar de partner. Ook kan de therapeut koppels helpen die geconfronteerd zijn met de SM gevoelens van een van beide partners. Voor de vanille partner is dit maar heel zelden een prettige ontdekking, vaker zorgt het voor moeilijke emoties. Soms betekent dit het einde van de relatie. Soms kan er samen een oplossing worden gevonden.

In relaties waarin beide partners SM gevoelens hebben gaat het ook niet automatisch goed. Seksuele problemen kunnen invloed hebben op de rest van de relatie, en issues uit de rest van de relatie kunnen weer invloed hebben op het seksuele aspect. Dit gebeurt bij BDSM uiteraard ook. Nichols bespreekt enkele gevallen waarin hiervan sprake was.

Huiselijk geweld en fysieke mishandeling kunnen in BDSM contacten ook voorkomen. Voor de therapeut kan het soms moeilijk zijn om onderscheid te maken tussen SM handelingen en ongezonde patronen in een relatie. Nichols bespreekt een relatie waarin uiteindelijk duidelijk sprake bleek te zijn van mishandeling in plaats van BDSM. Ook bespreekt ze een cliënt die BDSM zowel gebruikte voor plezier als voor het straffen van zichzelf vanuit zelfhaat. De therapeut moet hierbij oppassen dat zhij de eigen emoties niet als bewijs ziet voor ongezonde motieven bij de cliënt (denk aan countertransference). Dezelfde vragen die men bij vanille gedrag kan stellen om te bepalen of het gezond gedrag is kunnen ook bij BDSM gesteld worden.

  • Hoe voelt de cliënt zich over het gedrag? Is hzij bezorgd? Komt dit door geinternaliseerde seks-negatieve opvattingen, of is er meer inhoud?
  • Belemmert het gedrag de cliënt in zijn of haar dagelijks functioneren? Men moet hierbij oppassen met het makkelijk trekken van conclusies: isolatie van vrienden kan betekenen dat de kinky cliënt gewoon een meer accepterende vriendengroep nodig heeft.
  • Is het gedrag compulsief? Verliest de cliënt de controle over de seksuele impulsen?
  • Neemt de cliënt opvallende risico’s? Bijvoorbeeld vreemden oppikken in een bar, onbeschermde seks, drug en alcoholgebruik, etc?
  • Zorgt het gedrag ervoor dat de cliënt zich slechter gaat voelen? Meer depressief, meer angstig, meer schaamte, meer zelfhaat?

Conclusie.
Wanneer kinky cliënten hulp zoeken doen zij dit meestal voor dezelfde redenen als niet-kinky cliënten. Depressie, relatieproblemen, angst, noem het maar op. Sommige problemen kom je echter specifiek bij deze groep tegen. Hierbij speelt vooral ‘coming out’ een grote rol, en het herkennen van SM gevoelens na deze jaren te hebben onderdrukt. Ook geinternaliseerde seks-negatieve opvattingen uit deze maatschappij kunnen een rol spelen. Schaamte en zelhaat zijn daar bijvoorbeeld mogelijke gevolgen van. Om deze cliënten te kunnen helpen moet de therapeut in de eerste plaats bewust worden van zijn of haar eigen gevoelens over BDSM, om op die manier voor countertransference te kunnen waken. Ook moet de therapeut zelf de verantwoordelijkheid nemen om zich te informeren.
Als therapeut bezig gaan met kinky cliënten kan erg dankbaar werk zijn, omdat deze doelgroep nog zo weinig geholpen wordt. Kinky cliënten treffen vaak negatieve en veroordelende therapeuten, dus een therapeut die verstand van zaken heeft kan een groot verschil maken.

11 thoughts on “Nichols – Psychotherapeutic Issues with Kinky Clients

  1. Stapper

    Heel mooi en duidelijk, en als ervaringsdeskundige kan ik zeggen: grotendeels (helaas) waar.
    Dank je wel Marijke!

    Ik blijf je volgen:)

    Reply
  2. evarosa

    Goed helder stuk, ik kom helaas weinig literatuur tegen waarin de psychologie achter de bdsm goed wordt verklaard ( voor zover die te verklaren is) Heb jij nog aanraders?

    Reply
  3. kitten

    Zojuist dit stuk afgedrukt en meegegeven aan iemand die morgen bij een psychiater langs moet voor wat diegene allemaal “mankeert”. Hopelijk helpt het, maar het is het meest heldere stuk dat ik gelezen heb tot nu toe!

    Reply
  4. taika

    Ik was voor mijn eigen therapie aan het verwoorden wat ik denk dat er niet goed gaat in mijn (vanilla) relatie. Nog niet helemaal over uit of ik het over bdsm ga hebben, maar in dit artikel staat erg duidelijk dat het wel nodig is voor een goede sessie. En groot gelijk natuurlijk. Hmz, nog maar eens goed nadenken hoe ik dit kan verwoorden zonder als freak over te komen. Thanks voor het plaatsen!

    Reply
    1. Marijke

      Je mag van je therapeut verwachten dat deze goed met jouw situatie om kan gaan. Als het iemand is die niet normaal met BDSM om kan gaan is het prima als je een betere therapeut zoekt hoor…

      Reply
  5. zonnetje

    Vorige week naar de psycholoog geweest omdat me relatie op de knoppen dreigt te lopen. Haar ook vertelt over mijn bdsm-gevoelens. Zij bleef er neutraal in.

    Ben benieuwd hoe het verder gaat en of ze er nog op terug gaan komen.
    Maar ga je artikel zeker in me achterhoofd houden. Misschien goed om een keertje mee te nemen. 🙂

    Reply
  6. n

    Heel fijn om te lezen. Ben zelf van de vanille maar mijn partner niet. Voor ons beide is dat prima maar er is nog een worsteling te gaan.

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published.