Yost: Development and Validation of the Attitudes about Sadomasochism Scale

Yost, M. R. (2009) Development and Validation of the Attitudes about Sadomasochism Scale. Journal of Sex Research, 47:1, 79-91

Voorwoord van Marijke: in dit artikel wordt een nieuwe vragenlijst onderzocht. Hier komt een hoop statistiek bij kijken. Het was niet mogelijk een samenvatting te schrijven zonder de statistiek en methodiek uitgebreid te behandelen. Ik hoop dat de samenvatting toch leesbaar is :).

Vooroordelen over en discriminatie van mensen op basis van hun seksuele geaardheid is goed gedocumenteerd. Recentelijk is men begonnen de discriminatie op basis van ongebruikelijke seksuele praktijken en seksuele identiteiten gaan documenteren. In deze studie wil men kijken wat precies de houding is ten opzichte van BDSM-ers.

SM wordt in dit artikel onderscheiden van mishandeling. Met SM bedoelt men de veilige en vrijwillige seksuele activiteiten van een volwassen subcultuur. SM-ers kiezen zelf voor SM, terwijl dat bij mishandeling uiteraard niet op die manier het geval is.

Sommige SM-activisten zijn van mening dat SM-er zijn vergelijkbaar is met homoseksueel/biseksueel zijn, in de zin dat SM hun seksualiteit definieert. Andere SM-ers vinden juist dat SM het beste gezien kan worden als een groep seksuele praktijken en activiteiten, zonder dat hier een identiteit aan ontleend hoeft te worden.

Het is moeilijk om een goede inschatting te geven van het aantal SM-ers in de wereld. Een Australisch onderzoek liet zien dat zo’n 2% van de mannen en 1.4% van de vrouwen in het afgelopen jaar SM heeft gedaan met hun partner. Andere onderzoeken vinden heel andere cijfers. Wat het lastig maakt is het feit dat veel SM-ers hun SM-interesse ggeheim houden uit angst. De National Coalition for Sexual Freedom (NCSF) heeft een vragenlijst afgenomen bij ruim duizend SM-ers. Van die mensen hield 72% hun SM-interesse zo veel mogelijk geheim voor anderen. Dat lijkt terecht: men vond dat 36% ooit geweld of intimidatie had meegemaakt, en 30% discriminatie op hun werkplek had meegemaakt als gevolg van hun SM-interesse.

Bronnen van SM-stigma

Als zo weinig SM-ers open zijn over hun interesses, hoe komt het dan dat zo veel mensen een mening hebben over deze groep mensen?

Religieuze kritiek: SM en immoraliteit

De joods-christelijke ethiek heeft een grote invloed op het denken over SM. Het katholicisme heeft traditioneel benadrukt dat seksualiteit monogaam moet zijn en de voortplanting tot doel moet hebben. Hoewel het protestantisme iets minder de nadruk legt op voortplanting wordt ook vanuit die hoek benadrukt dat seksualiteit monogaam en heteroseksueel moet zijn. Het lijkt erop dat er door deze religieuze geschiedenis een hiërarchie is aangebracht in vormen van seksualiteit; heteroseksueel, gehuwd, monogaam, reproductief, en niet-commercieel is normaal, natuurlijk en goed. Homoseksueel, ongehuwd, niet-monogaam, niet-reproductief en commercieel is abnormaal, onnatuurlijk, ziek en zondig.

Omdat SM niet reproductief (vaak komt er niet eens geslachtsgemeenschap bij kijken), vaak niet-monogaam (los spelen buiten de vaste relatie komt veel voor), soms commercieel (zowel commerciele SM als de spullen die men aanschaft, zoals zwepen of boeien) en soms homoseksueel is (zelfs hetero’s spelen soms met hetzelfde geslacht) valt SM duidelijk buiten de morele grenzen van de dominantie joods-christelijke manier van denken. Een deel van de anti-SM gevoelens zou dus een religieuze of morele aard kunnen hebben.

Feministische kritiek: SM en seksueel geweld.

Radicale feministen zijn van mening dat SM een vorm van seksuele agressie is waarbij de ene partner de andere partner eigenlijk tegen zijn of haar wens pijn doet. Volgens hun theorie is SM een replica van patriarchale relaties en moedigt het geweld tegen vrouwen en ongelijkwaardige machtsrelaties aan.

Psychiatrische diagnoses: SM en psychische stoornissen.

In de DSM zijn seksueel sadisme en seksueel masochisme opgenomen als parafilia. Dit zou bij kunnen dragen aan de negatieve houding ten opzichte van SM.

Media: SM, geweld en misdaad.

SM in de media heeft vaak de context van geweld en misdaad. Misdadigers hebben soms een SM-stijl, en SM-ers zijn slachtoffer van geweld en moord. SM thema’s worden vaak gebruikt als een cover voor moord, kidnapping en verkrachting. De media zet een beeld neer van gewelddadige en zieke sadomasochistische criminelen.

Deze studie

Vooralsnog heeft niemand systematisch de inhoud van de opvattingen van de maatschappij over SM en SM-ers onderzocht. Deze studie is bedoelt om een meetmethode te maken en valideren waarbij de inhoud van de opvattingen gemeten kan worden.

Deel 1: ontwikkeling van de Attitudes about Sadomasochism Scale (ASMS) door exploratieve factoranalyse.

Methode

Deze studie was bedoelt om een groot aantal items af te nemen die eventueel opgenomen konden gaan worden aan de ASMS.

Participanten

In totaal deden 213 studenten mee aan dit onderzoek.

Metingen

In totaal waren er 54 Likert-type items geschreven voor deze studie, gebaseerd op bekende oordelen over SM. Omdat deze scale stigmatisering moest meten werden neutrale oordelen verwijderd (zoals “de meeste Doms zijn mannelijk”). Verder werden er 3 additionele schalen toegevoegd als bewijs voor de validiteit van de ASMS. Een over hoe acceptabel bepaalde gedragingen zijn, een over negatieve persoonlijkheidskenmerken en een over positieve persoonlijkheidskenmerken. De cronbach’s alpha voor deze schalen waren .94, .96 en .95.

Relevante schalen

Sociale wenselijkheid: omdat deelnemers geneigd zouden kunnen zijn sociaal wenselijke antwoorden te geven werd de Balanced Inventory of Desirable Responing toegevoegd.
Right-Wing Authoritarianism: Een korte versie van de RWA schaal werd afgenomen.
Sexual Conservatism: Deze schaal werd toegevoegd. Coëfficiënt alpha was .77.
Rape Myth Acceptance: Deze schaal werd toegevoegd, Coëfficiënt alpha was .68.

Procedure

De meting werd gedaan op een computer op de campus. Het duurde ongeveer 45 minuten.

Resultaten

De 37 items werden onderzocht, drie items werden verwijderd omdat ze te weinig variantie hadden. De factorstructuur van de overgebleven items werd onderzocht met een exploratieve factoranalyse met een principal axis factoring om daarmee de latente variabelen te vinden die de gedeelde variantie tussen de items verklaren. Er werd een oblique rotatie van de factormatrix gedaan in plaats van een orthogonale oplossing te forceren zodat de factoren met elkaar konden correleren.

Deze factoranalyse had een ratio van 6 participanten per item. Bartlett’s test van sphericiteit was X2=3209.63 wat een zeer lage kans (p<.001) liet zien dat de correlaties binnen de matrix 0 zouden zijn. De KMO-measure werd onderzocht om te laten zien dat de correlatiematrix factoren had die de variantie tussen de items beter verklaarde dan de simpele correlaties tussen de items zelf. KMO was .913. Dit laat zien dat het gebruik van EFA hier gerechtvaardigd is.

Zeven factoren met een eigenwaarde die groter was dan 1 werden gevonden. Het onderzoeken van de scree plot liet echter zien dat de grootte van de eigenwaaardes duidelijk omlaag ging tussen de 4e en 5e factor. Een 4-factor model zou dus waarschijnlijk een prima fit hebben. De items in de factors van boven de 4 waren daarnaast moeilijk te interpreteren. Er werd gekozen voor een 4-factor model.

Na het verwijderen van 11 items die niet hoog genoeg laadden op de factoren (minder dan .30) werd er opnieuw een exploratie gedaan van de factorstructuur. De factoren verklaren 66% van de variantie. Alle 23 items hadden een factorlading van .47 of hoger. De factorladingen met item kunnen in het artikel opgezocht worden, het zou geen samenvatting meer zijn als ik die hier zou bespreken :).

Deel 2: onderbouwen van de ASMS structuur met confirmatieve factoranalyse.

Methode

Om de validiteit van de 4-factor oplossing te evalueren werd een confirmatieve factor analyse gedaan.

Participanten

Er deden 258 studenten mee aan dit onderzoek.

Metingen

ASMS: Alle 54 items werden afgenomen maar alleen de 23 items van de uiteindelijke ASMS werden geanalyseerd.
Additionele SM items: Zelfde als de vorige keer, coëfficiënt alpha waren .95, .95 en .94.

Relevante schalen

Sociale wenselijkheid, RWA (coëfficiënt alpha: .78), sexual orientation attitudes (coëfficiënt alpha: .93).

Procedure

Online maar niet de op de campus. De vragenlijst duurde ongeveer 45 minuten.

Resultaten

CFA op 23 van de items, waarbij een 4-factor model werd gespecificeerd. Er werd AMOS software gebruikt, de CFA werd gedaan met de maximum likelihood methode waarbij de 4 factoren mochten correleren. Er waren genoeg proefpersonen. Vier fit-indexes werden berekend: chi-kwadraad (X2=493.66, p<.001), IFI (=.92), CFI (=.91), RMSEA (=.07). Het model heeft dus een redelijk goede fit.

De gehele sample

Om de criterium validiteit (concurrent validity) te evalueren werd de hele steekproef samengenomen, met daarmee een totaal van 471 proefpersonen.

Sociale wenselijkheid

Omdat acceptatie van SM wellicht niet sociaal wenselijk is werd er een correlationele analyse gedaan van alle ASMS subschalen en een meting van sociale wenselijkheid (BIDR). Er bleek geen correlatie te zijn.

Betrouwbaarheid en descriptieve statistieken

Hogere scores op de Socially Wrong schaal laat een sterkere overtuiging zien dat SM sociaal en moreel onacceptabel is. Coefficient alpha was .95. Hogere scores voor de Violence schaal laat een sterkere overtuiging zien dat SM gerelateerd is aan niet-consentual geweld. Coefficient alpha was .92. Hogere scores op de Lack of Tolerance subschaal laat een sterkere overtuiging zien dat SM-ers anders zijn dan de meeste mensen en dat SM niet legaal zou moeten zijn. Coefficient alpha was .78. Hogere scoren op de Real Life subschaal laat een sterkere overtuiging zien dat SM interesses zich buiten de slaapkamer voortzetten. Coefficient alpha was .89.

Intercorrelaties kunnen in het artikel opgezocht worden. Al met al kan geconcludeerd worden dat de schalen matig sterk met elkaar correleren en dat het dus wellicht zinig in op de schaal als geheel te gebruiken als meting voor anti-SM stigma. Coefficient alpha voor de gehele ASMS was .96, wat het gebruik van de gehele schaal om houding ten opzichte van SM-ers ondersteunt. Er waren geen significante verschillen tussen de scores voor mannen en voor vrouwen.

Correlaties

Wanneer proefpersonen aangaven negatievere oordelen te hebben over sadomasochisme, vonden ze ook dat SM activiteiten tijdens seks minder acceptabel zijn. (Dit lijkt vanzelfsprekend, maar is een manier om te kijken of je met je schaal wel aan het meten bent wat je wilt meten).

De ASMS correleerde sterk met RWA (algemeen conservatisme), SSC en ATLG (seksueel conservatisme). Dit laat zien dat negatieve oordelen over SM samenhangen met een grotere conservatieve houding ten opzichte van sociale en seksuele relaties. De sterkste correlatie van RWA was met de subschaal Socialle Wrong.

Om te bekijken of de ASMS een unieke set houdingen meet wat niet al gemeten wordt door de RWA, SC, ATLG en RMA werd een multiple regressie analyse gedaan. R2=.42, dus meer dan de helft van de variantie in de ASMS blijft onverklaard door deze 4 tests.

Discriminatie tussen proefpersonen

De hypothese was dat de ASMS zou discrimineren op (onderscheid zou maken tussen) drie variabelen: kennis over SM, ervaring met SM en contact met SM-ers.

Kennis over SM

Hoe meer iemand kennis had over SM, hoe minder negatief de oordelen over SM. Socially Wrong: r=-.18 p<.001. Violence: r=-.12 p<.01. Lack of Tolerance: r=-.10 p<.05 en Real Life: r=-.10 p<.05. De sterkste correlatie zien we bij Socialle Wrong. In andere woorden: hoe minder mensen weten van SM, hoe meer ze zullen denken dat SM sociaal en moreel verkeerd is.

Ervaring met SM

Mensen die ervaring hebben met SM hadden een lagere score op de ASMS.

Contact met SMers

Mensen die andere mensen kennen die aan SM doen hadden een lagere score op de ASMS.

Discussie

Het doel van deze study was het ontwikkelen en onderzoeken van de factorstructuur, de betrouwbaarheud en de validiteit van de ASMS. EFA gaf aan dat er 4 factoren zijn. CFA met een andere steekproef ondersteunde deze factorstructuur met fit indexes van boven de .90.  De ASMS heeft goede criteriumvaliditeit. Niet alle variantie werd verklaard door de 4 schalen, een deel werd verklaard door anti-homo en algemeen conservatieve opvattingen. Meer dan de helft was echter onverklaard, wat laat zien dat de ASMS specifiek SM-opvattingen meet. De ASMS was uitstekend in staat te discrimineren tussen groepen op basis van hun kennis van SM, ervaring met SM en contact met SMers.

Een belangrijke kritiek op dit onderzoek is het feit dat de steekproeven bestonden uit studenten, wiens houdingen zeker af kunnen wijken van de rest van de bevolking. Validatie van deze schaal in andere groepen is noodzakelijk.

Conclusie

Psychotherapeuten die aangeven zich ongemakkelijk te voelen in contact met SMers en onderzoek naar bias van therapeuten wanneer SM-ers hulp zoeken laten zien dat er meer onderzoek moet worden gedaan naar SM in de psychologische hulpverlening. Er zijn verscheidene artikelen geweest waarin aanbevelingen werden gedaan voor therapeutische strategieen wanneer men werkt met SMers, maar geen van deze aanbevelingen zijn goedgekeurd door de APA. Kennis over anti-SM opvattingen van psychotherapeuten zou een eerste stap kunnen zijn in het ontwikkelen van een educatieprogramma.

Recente voogdrijzaken en invallenwaarbij volwassen en instemmende SM-ers in semi-prive-settings door de politie werden opgepakt laten anti-SM houdingen van advocaten, politie en rechters zien. Ook hier zou meer onderzoek naar gedaan kunnen worden.

Deze schaal kan ook gebruikt worden door onderzoekers van seksualiteit. Verschillen opvattingen over SM per populatie? Zijn er dingen die correleren met de ASMS? Hoe zit dat met homoseksuelen, feministen, mensen met een geschiedenis van kindermisbruik, andere seksualiteit-gerelateerde persoonsvariabelen?

Concluderend kan gesteld worden dat de ASMS een nieuwe, multidimensionale meting van nadelige opvattingen over SM. Het zal bruikbaar zijn in onderzoek naar prevalentie van negatieve SM opvattingen, zeker bij populaties die in contact komen met SMers. Breder zal deze test handig zijn voor onderzoekers en andere sociale wetenschappers die geinteresseerd zijn in discriminatie tegenover seksuele minderheden.

9 thoughts on “Yost: Development and Validation of the Attitudes about Sadomasochism Scale

  1. Voleuse

    Misschien dat het artikel wat meer leesbaar wordt voor non-wetenschappers als je uitlegd wat de statistiek betekent. Dus: De cronbach’s alpha voor deze schalen waren .94, .96 en .95. : dat betekent dat ze veel samenhangen (Of whatever die alpha dan ook betekent :P)
    Misschien hoef je dan de cijfers niet eens te noemen, en kan je gewoon zeggen: De items op die schalen hingen sterk samen.

    (Ik weet niet of dat overal kan en of het iets is wat je wil, maar goed :P)

    Reply
    1. Marijke Post author

      Nee, dat gaat niet echt. Ik heb het even overwogen, maar dan moet ik de stof van meerdere jaren statistiek/psychometrie samen gaan vatten. Als dat mogelijk was zouden we er niet zo gruwelijk veel les over krijgen, dan zouden ze dat ook even in 1 A4’tje doen :P.

      Reply
  2. Sendo

    Ik heb nooit statistiek gehad, en ik vind de grote lijnen hartstikke goed te volgen, nee ik weet niet precies wat die termen betekenen en die cijfertjes, maar er staat iedere keer een korte uitleg bij wat nou het gevolg is van die uitkomst, en de conclusie is dus prima te volgen. Is dit onderzoek Amerikaans trouwens?

    Reply
      1. Sendo

        Denk je dat de resultaten in NL hetzelfde zullen zijn? Ik heb toch het idee dat in grote delen van de VS men veel conservatiever is dan hier (LA,SF, en NY dan weer niet)

        Reply
        1. Marijke Post author

          Aangezien dit onderzoek ging over de validering&betrouwbaarheid van de schaal lijkt het me dat het niet uit zou maken dat men in de VS conservatiever is. Als het een goede schaal is zou hij dat gewoon moeten meten.

          Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published.