Door Natya Bouman

Sommige ouders die aan SM doen, hebben te maken (gehad) met een zorgmelding of onderzoek met betrekking tot hun kinderen omdat ze aan SM doen. Deze ouders, hoe erg het ook klinkt, zijn noch de enige, noch de eerste, noch de laatste. Zo’n melding is een ingrijpende gebeurtenis die je niemand toewenst. De meesten onder ons weten niet wat ze te wachten staat en nog minder hoe ermee om te gaan.

Hieronder probeer ik antwoord te geven op de vraag wat je kan verwachten als je het slachtoffer bent van een zorgmelding omdat je aan SM doet en hoe je hiermee kan omgaan. Het is een erg lang stuk geworden en daar excuseer ik mij voor: het was echter niet mogelijk voor mij om het korter te maken. Laat ik vooropstellen dat ik geen specialist ben maar – tot mijn grote spijt – een ervaringsdeskundige. De tactieken die ik beschrijf hebben voor ons, binnen onze situatie gewerkt. Echter zal de situatie van iemand anders compleet anders zijn. De manier van omgaan met die melding die ik beschrijf, is een manier waar ik me goed bij voelde, gebaseerd op mijn persoonlijkheid en mijn inschatting van de werkwijze van dat soort instanties. Het is niet de enige manier om ermee om te gaan en misschien niet eens de beste. Mijn advies voor elke lezer die in zo’n situatie zit, is dan ook: gebruik wat je gebruiken kunt en laat de rest liggen.

Zo’n zorgmelding komt binnen bij het Algemeen Meldpunt Kinderbescherming (AMK), Bureau Jeugdzorg (BJZ) of de Raad van Kinderbescherming (RvK). Het eerste wat elke ouder die te maken krijgt met één van die instanties moet beseffen, is dat hoe aardig die mensen ook lijken, ze niet je vrienden zijn. Ik zou bijna zeggen dat als er een melding bij ze binnen is gekomen omdat je aan SM doet, ze zelfs het tegendeel daarvan zijn. Het enige verschil tussen hun en een vijand is dat het niet persoonlijk is; ze doen – en misschien maakt dat het zelfs erger – alleen hun werk.

Iedereen kan een melding maken; een ex-partner die wraak wil nemen, een hulpverlener die niks van SM begrijpt, een oprecht bezorgd familielid, een leraar op school, je huisarts, een psycholoog. Niet aan elke melding wordt evenveel gewicht toegekend. Een melding van een expartner wordt ietsje minder serieus genomen dan een melding van een hulpverlener. Desondanks zal toch elk melding zorgvuldig bekeken worden zodra het woordje SM valt. En dat betekent dus een onderzoek.

Vanaf het moment dat er een melding bij ze binnenkomt dat je aan SM doet, gaan de mensen in die instanties er vanuit dat ze te maken hebben met een vermoedelijk zorgwekkende opvoedsituatie. Of het nou het AMK, BJZ of RvK is, meestal laten ze het woordje “vermoedelijk” weg, ook in hun voorlichtingsteksten. Hoewel in Nederland de rechtstaat stoelt op het principe “onschuldig tot je schuld bewezen is”, geldt dit een stuk minder zodra een minderjarige in het spel is.

Het eerste waar je achter moet zien te komen als je te horen krijgt dat er een melding binnen is gekomen, is wat de inhoud van die melding precies is. Om een of andere duistere reden is dat niet zo simpel als het lijkt. Meestal krijg je enkel te horen dat er een melding binnen is gekomen over de opvoedsituatie van je kinderen in verband met je SM-activiteiten. Op zo’n uitspraak hebben de meeste ouders twee neigingen die ik allebei zou afraden. De eerste reactie is om te zeggen dat je niet aan SM doet: daarmee maak je jezelf alleen maar verdacht. Instanties verwachten niks anders van je dan dat je liegt. Ze krijgen dagelijks te maken met ouders die ontkennen wat dan ook verkeerd te doen. Ze geloven je bij voorbaat al niet. De tweede is om uitvoerig te gaan vertellen over hoe je met SM omgaat in verband met je kinderen: daarmee graaf je je eigen spreekwoordelijke kuil. Hoe belangstellend ze ook lijken te luisteren en vragen te stellen, ze zoeken naar antwoorden van je waarmee ze kunnen aantonen dat je verkeerd bezig bent. In plaats daarvan zou ik die ouders aanraden om hun gesprekspartner te vragen wat hun opvoedkundige kwaliteiten te maken hebben met hun seksleven.

Ik raad dat aan niet omdat je daar als ouder een antwoord op krijgt want die krijg je meestal niet. Ik raad dat aan omdat je op die manier een duidelijke scheiding tussen twee zaken aanbrengt: je privé leven en je opvoedkundige kwaliteiten. Ik weet dat voor veel SM’ ers SM veel meer is dan seks. Voor sommige is het een levensstijl of een geestelijke ervaring. Maar dat soort verschillen uitleggen aan instanties is onbegonnen werk. Het levert niks positiefs op. Integendeel zelfs: hoe meer jij zegt, hoe meer risico je loopt om iets te zeggen dat verkeerd of negatief begrepen kan worden.

Instanties hebben twee pijlers waarop ze hun onderzoek baseren. De eerste is de omgeving. Nou moet je bij het woord omgeving niet denken aan familieleden of vrienden: die worden niet gehoord uitgezonderd degene die de melding maakt. Omgeving in het kader van een onderzoek betekent de huisarts, maatschappelijk werker, schoolleraren, hulpverleners. Als je een goed contact hebt met een of meerdere van die mensen, geef dan hun naam door aan de onderzoeker. Licht die persoon zelf in over het onderzoek en de aard ervan en vertel ze dat je ze hebt opgegeven als referentie.

De tweede bron voor hun onderzoek ben je paradoxaal zelf. Als je nu denkt dat dat een voordeel is omdat je zo jouw kant van het verhaal kan doen, dan vergis je je lelijk. Een onderzoeker van een van die instanties is er niet op gericht om de waarheid te achterhalen. Hij heeft een melding binnengekregen en wil vooral weten in hoeverre die melding waar is (dus niet of die melding wel of niet waar is). Voor degene die precies willen weten hoe dat nou werkt, raad ik het volgende artikel aan. De rest zal me maar op mijn woord moeten geloven. Dus bij alles wat je zegt, zal de onderzoeker zoeken naar wat die melding ondersteunt. Je kan jezelf daar op twee manieren tegen verweren.

Je eerste tactiek is om geen antwoord te geven op vragen die onduidelijk zijn. En er zijn heel wat onduidelijke vragen waar je elke kant mee opkan. Vraag om duidelijkheid. “In welk opzicht bedoelt u dat?”, “Ik begrijp de vraag niet zo goed, kunt u dat herformuleren?”, “ik wil graag antwoorden, maar ik begrijp uw vraag niet”, “Wat heeft deze vraag te maken met mijn opvoedkundige kwaliteiten?”. Je tweede tactiek baseert zich op het KISS-principe (Keep It Stupid Simpel). Hou je antwoorden op vragen kort en simpel. Antwoord enkel op vragen die je gesteld worden. Als de onderzoeker na jouw antwoord zijn mond houdt wat een beproefde tactiek is om je meer antwoorden te ontlokken, (en geloof me een onderzoeker met een beetje ervaring zal dat ook doen) houd dan zelf ook je mond: je hebt tenslotte al antwoord gegeven op de gestelde vraag. Als het je echt niet lukt om je mond te houden (de meeste mensen voelen zich erg ongemakkelijk worden als hun gesprekspartner niks zegt) stel dan een vraag (u wacht kennelijk op meer, klopt dat?) of zeg gewoon dat je niet weet waar ze op wacht maar dat je verder niks toe te voegen hebt.

In al je antwoorden waarmee dat mogelijk is, leg je duidelijk de scheidingslijn tussen je seksleven en je opvoedkundige kwaliteiten. Laat je niet verlokken, hoe verleidelijk het ook is tot uitspraken over het waarom van die melding (“ik heb geen idee waarom X die melding heeft gemaakt; dat zult u hem/haar toch echt zelf moeten vragen. En als u het antwoord heeft, zou ik die ook graag willen horen”) en spreek vooral geen kwaad over de melder. Als je dat wel doet, vooral als die melder de andere ouder van je kinderen is, kan de slechte verstandhouding tussen jullie al reden zijn voor verdere stappen. Vergeet niet tijdens het hele gesprek dat hoe onschuldig sommige vragen ook lijken, geen van die vragen onschuldig is. Elke vraag tijdens het gesprek heeft een duidelijke doel: beoordelen in hoeverre (en niet of) je kind bedreigd wordt in zijn ontwikkeling.

Zoals eerder gesteld kunnen meldingen binnen komen bij het AMK, BJZ of de RvK. Het AMK en BJZ voeren enkel een onderzoek uit. Ze hebben geen directe macht. Naar aanleiding van een onderzoek van het AMK of BJZ kunnen deze twee instanties drie dingen doen. Ten eerste kunnen ze de conclusie trekken dat er inderdaad niks aan de hand is. Het onderzoek wordt dan afgerond. Hoewel je misschien denkt dat dit betekent dat je adem kunt halen, is dat niet helemaal het geval. Het onderzoek dat zij hebben uitgevoerd, blijft tot je kind 18 jaar is in hun archieven. Zodra er een probleem met je kind is – welk probleem dan ook-, bijvoorbeeld omdat je kind betrapt is op spijbelen of het stelen van een kleinigheid of omdat er weer een melding binnenkomt, zelfs al is die van dezelfde melder, dan komt het onderzoek weer boven water. En niet terloops. Het eerder uitgevoerde onderzoek wordt opeens – zelfs als het toendertijd geen gevolg had – een zwaarwegende omstandigheid. Het is daarom zeer raadzaam om inzage in het dossier te vragen en elke onduidelijkheid, fout of verkeerd weergave van de feiten te corrigeren – hoe onbenullig die fout ook lijkt. En doe dat schrijftelijk.

Ten tweede kunnen ze je vragen of je bereid bent om vrijwillige opvoedingshulp te aanvaarden. Op dit moment kunnen ze je hier niet toe dwingen. Er schuilt echter een addertje onder het gras: op het moment dat je weigert, en ze vinden die opvoedingshulp noodzakelijk, zullen ze waarschijnlijk de RvK inschakkelen. (Een nieuw wetsvoorstel wil ervoor zorgen dat ouders die opvoedingshulp weigeren verplicht worden om die hulp aan te nemen en ze worden ook nog onder toezicht gesteld.) Als het even kan, wil je het niet zover laten komen.

Het is geen schande om hulp in verband met de opvoeding van je kinderen aan te nemen. Maar zorg er wel voor, indien je denkt dat het je inderdaad wel kan helpen, dat het enkel om de opvoeding gaat. Als cliënt – wat dat ben je dan opeens geworden – mag je meedenken over de doelen van de hulpverlening. Wat je doel ook is, zorg er voor dat SM er niet in komt. Je gaat niet kijken wat het invloed van je SM op je kinderen is, maar – meer algemeen – wat je opvoedingsstijl van invloed heeft op je kinderen. Voor jezelf mag je best wel dat stukje SM meenemen maar laat het niet zwart op wit zetten: als er ooit weer problemen komen of als het AMK of BJZ besluit dat ze toch overgaan tot de volgende stap (dus naar de RvK) draag je een stigma mee. Het SM-stigma. Die stigma heb je sowieso al omdat er een melding is gemaakt van je SM-hobby en hierdoor een onderzoek is geweest. Het punt is dat zodra je SM als doel neemt, je aangeeft dat SM inderdaad de oorzaak is van de opvoedingsproblemen. Kort door de bocht zeg je dat je schuldig bent. Ook in dit geval raad ik de ouders aan om elke onduidelijkheid, fout of verkeerde weergave van feiten in de dossiers schriftelijk te corrigeren. En geloof me, zodra je te maken krijgt met enige vorm van hulpverlening, zal je een behoorlijk dik dossier opbouwen.

De derde mogelijkheid naar aanleiding van een onderzoek van het AMK of BJZ is dat ze de RvK inschakelen. Het kan ook dat de RvK de eerste is die zo’n onderzoek uitvoert omdat je bijvoorbeeld in een scheiding ligt of omdat er een aanvraag tot Ondertoezichtstelling van je kind in behandeling van een rechtbank is. De RvK heeft – in tegenstelling tot het AMK of BJZ – wel macht. Het is een dienst van de ministerie van Justitie. Ze hebben o.a. een adviserende rol bij de Rechtbank. In meer dan 80% van de gevallen zal een rechter de aanbevelingen van de RvK opvolgen. De zaken waarin dat niet het geval was, zijn veelal zaken waarbij de ouders hun eigen tegenbewijzen voorlegde. Als je te maken krijgt met de RvK zal je een paar voorbereidende maatregelen moeten nemen. Om te beginnen moet je een kluis kopen (die zijn regelmatig te koop bij de Aldi bijvoorbeeld) waarin je al je SM-attributen in opbergt. Zorg er ook voor dat er een kinderfilter op je PC staat waardoor je kinderen niet bij SM-bestanden of sekssites kunnen komen. Dit is om zichtbare fysieke grenzen aan te geven tussen je privé seksleven en je opvoedkundige kwaliteiten. Parallel aan het Raadsonderzoek zou ik je adviseren om een eigen onderzoek te starten: laat je kind door een erkend psycholoog onderzoeken en laat de resultaten van dat onderzoek zwart op wit stellen, vraag familieleden, vrienden en hulpverleners om een brief te schrijven over je opvoedkundige kwaliteiten. Maak een logjournaal van elk contact dat je hebt met hulpverleners en de RvK. Schrijf na elk gesprek met de RvK (zelfs als dat maar een kort telefonisch gesprek is) een gedateerde samenvatting van dat gesprek op.

Het onderzoek an sich lijkt niet veel voor te stellen. De RvK zal meestal een gesprek met je hebben dat ogenschijnlijk heel anodin is. Zo kan je vragen verwachten of je kind nachtmerries heeft, hoe zijn contact met jou is, hoe hij het op school doet, welke regels er thuis gelden of hoe hij omgaat met zijn vrije tijd. SM zal nauwelijks of zelfs niet een onderwerp van gesprek zijn. De onderzoeker zal vrij ontspannen lijken en erg begripvol. Enige tijd na het onderzoek zal je een Rapport van de RvK ontvangen. Zo’n Rapport zal gemiddeld 4 a 7 pagina’s dik zijn. In dat Rapport zullen (vele) zaken staan die de onderzoeker “zorgwekkend” vond. Wat er precies “zorgwekkend” is aan die zaken of waarom, zal niet worden uitgelegd. In de meeste gevallen zal de RvK hulpverlening verplichten en in sommige gevallen zal de RvK verdere stappen (ondertoezicht, uit huis plaatsing, ontzegging van de ouderlijke macht) aanbevelen. In enkele zeldzame gevallen zal de RvK geen verdere stappen ondernemen en het onderzoek officieel afsluiten. Nog meer dan bij het AMK of BJZ is het van belang om een schriftelijk weerwoord in te dienen. Zorg ervoor dat je zakelijk van toon blijft. Ga elke “zorgwekkende” zaken die de RvK benoemd na en zoek uit welke onderzoeken door overheidsinstanties over dat onderwerp zijn gedaan. In feite moet je een tegenrapport opstellen die op elk “zorgwekkend” en onduidelijk punt van het rapport van de RvK ingaat. Stuur het pas op nadat je het door meerdere mensen die zich schriftelijk heel goed kunnen uitdrukken hebt laten lezen; wat je hebt geschreven moet een eenduidig tegengewicht vormen en niet aanleiding zijn voor meer onduidelijkheid. Ondertussen houd je je tegenonderzoek (brieven, onderzoek door eigen psycholoog etc) achter de hand. Die gebruik je enkel als je naar aanleiding van het Rapport van de RvK voor een rechtbank terecht komt.


Mogelijk antwoord op een eis om SM onderwerp te maken van vrijwillige hulpverlening (gebruikt door ons tegen RvK):

SM is niet strafbaar volgens de Nederlandse wet. Dat is bijvoorbeeld te lezen in een artikel van het WODC, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van justitie waarin staat dat “een aantal seksueel deviante gedragingen of parafilieën […] niet strafbaar zijn gesteld, zoals sadomasochisme en voyeurisme” (http://www.justitie.nl/recidive/images/Aanpak_Recid… Het feit dat SM niet strafbaar is volgens de Nederlandse wet, maakt nog niet dat SM niet onderwerp kan zijn van vrijwillige hulpverlening. Een reden om over te gaan tot vrijwillige hulpverlening met betrekking tot SM zou kunnen zijn dat SM als parafilie wordt beschouwd in de zin van een psychische of psychiatrische stoornis. Om als zodanig gediagnostiseerd te kunnen worden, moet aan een aantal criteria worden voldaan. Dat zegt Jos Frenken in het tijdschrift voor seksuologie(*). “Sommige parafilieën zijn strafbaar, andere niet. Om aan de diagnose parafilie te voldoen dienen de parafiele fantasieën, impulsen en/of handelingen 1. als ego-dystoon (ik-vreemd) beleefd te worden, 2. beperkingen met zich mee te brengen in het sociale functioneren en 3. lijdensdruk te veroorzaken. Als er geen subjectief lijden of geen sociale beperkingen of geen delinquentie is, dan mogen parafiele handelingen niet als parafilie in de zin van psychische stoornis gediagnosticeerd worden.” Aangezien géén van de drie genoemde kenmerken op ouders van toepassing is, is hulpverlening ten aanzien van SM, zij het vrijwillig dan wel gedwongen, absoluut niet op zijn plaats. Ondanks het feit dat er in dit geval niet gesproken kan worden van een strafbaar feit of over SM als parafilie in de zin van een psychische stoornis, zou vrijwillige hulpverlening nog steeds op zijn plek kunnen zijn in relatie tot de kinderen. Maar enkel indien de grens van dwang, manipulatie, exploitatie, vernedering en inperking van de zelfbepaling van de thuiswonende kinderen wordt overschreden. Aangezien dat absoluut niet het geval is, zien ouders niet in waarom ze hun persoonlijke seksuele relatie tot onderwerp zouden moeten maken van vrijwillige hulpverlening. De eis van [naam instantie] om de SM-relatie van ouders tot onderwerp te maken van vrijwillige hulpverlening lijkt dan ook op een schending van het grondrechtelijke recht, vastgelegd in artikel 10.1, op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de ouders. Het is niet zo dat ouders vrijwillige hulpverlening an sich afwijzen. Integendeel zelfs. Ouders tonen zich ten alle tijden bereid om hun opvoedkundige vaardigheden onderwerp te maken van vrijwillige hulpverlening. Maar ouders zijn wel van mening dat opvoeding en een veilige leefsituatie meer van doen heeft met hun kinderen dan hun privé seksuele relatie. Ouders vinden het dan ook verbazingwekkend dat de [naam instantie] hierover met de ouders van mening verschilt en vragen zich af in hoeverre de standpunten van [naam instantie] gebaseerd zijn op vooroordelen ten aanzien van seksuele varianten die van de norm verschillen.

(*) http://www.tijdschriftvoorseksuologie.nl/archief/tv…

11 thoughts on “BDSM en de kinderbescherming

  1. Anonymous

    Wat een slecht, éénzijdig artikel waarin de kinderbescherming als de ‘slechterik’ wordt afgeschilderd, terwijl de ouders mogelijk vet over de schreef gaan door de wijze waarop zij bdsm praktiseren, in het huis waar hun kinderen ook wonen. Het welzijn van kinderen gaat boven jouw kinky pleziertjes! Is dat niet het geval, dan is het hééél goed dat er iemand ingrijpt! Bah, Marijke!

    Reply
    1. Marijke

      BDSM is daarbij volledig irrelevant. Of men nou homo, kinky, hetero of vanille is, je betrekt je kids niet in je seksleven. Welke geaardheid iemand heeft zou bij het oordeel van de kinderbescherming niet van invloed moeten zijn.

      Reply
  2. Anonymous

    Het gaat niet om je geaardheid, het gaat erom hoe je die vormgeeft in een huis waar je samen met je kinderen woont zonder hen te schaden want één en ander kan wel degelijk samengaan. Dat stuk mis ik in dit éénzijdig artikel. Je bent alleen maar aan het verhalen hoe de betreffende instanties te pareren, daarbij volledig voorbijgaand aan het feit dat zij mogelijk heel terecht ingrijpen.

    http://www.samarium.nl/site/informatie/informatieve-stukken/bdsm-als-ouder.html

    Reply
  3. Clara

    Goed artikel. Uit ervaring (niet met bdsm) weet ik hoe aangrijpend een onterechte melding is. Je kan je ogen niet geloven, als je zo’n melding krijgt, terwijl je altijd je kinderen het beste geeft en op de eerste plaats zet. Je krijgt het gevoel met de Gestapo te maken te hebben. Ook al wordt de zaak na een zenuwslopende periode gesloten, je komt nooit meer van dat gevoel af. Jan en Alleman kan een melding doen, en geheel buiten beeld blijven. Dus goed dat je met dit artikel informatie krijgt hoe hiermee om te gaan. Goede ouders zullen hun kinderen niet confronteren met hun sexuele leven.

    Reply
  4. Ziek van!

    je moest eens weten wat die gore spelletjes voor ravage hebben veroorzaak in mij leven en relatie!
    kinderen die naar de klote gaan, ik naar de klote, zaak naar de klote enz, enz.
    maar er zijn mensen die het normaal vinden, eng hoor!
    het is een ziekelijk spel bedacht door zieke geesten, gespeeld door zieke geesten!
    ga maar eens lezen op die griezel site’s, die verhalen!
    van mij mag het verboden worden, en de kinderen daar weghalen!

    Reply
  5. Ronald

    Ik vind het een goed informatief stuk alleen hetgene waar ik een beetje over val is de onvolledig onderbouwde meningen die sommige mensen geven,

    @ziekvan: Je zegt bijvoorbeeld dat “die gore spelletjes” een ravage hebbben veroorzaakt in jouw leven maar is dat dan niet doordat degene die jouw zouden moeten opvoeden niet een duidelijke scheiding hebben aangebracht.

    Tuurlijk zijn niet alle dingen te tackelen zoals internet maar met de nodige supervisie op het internetgedrag van je kinderen kun je wel een heel eind komen. en als ze dan op websites komen waar ze niet op horen te zitten (afhankelijk van hun leeftijd natuurlijk) probeer ze dan uit te leggen waarom ze daar niet op mogen zitten in plaats van te zeggen het mag niet punt uit.
    Zelf houd ik erg van SM maar besef mijzelf erg goed dat mijn kinderen hier niet mee in aanraking moeten komen en dus zal ik nooit of te nimmer hiermee bezig zijn terwijl er kids in de buurt zijn. daar is een speelkamer voor die netjes op slot gaat en alleen geopend word indien de kinderen niet thuis zijn.

    Dan is er nog een ding wat ik erg jammer vind dat zijn die mensen die hun mening willen ventileren maar daarbij hun naam niet durven vertellen omdat ze eigenlijk al “zouden moeten” weten dat de reactie volledig buiten proporties is. Maar misschien maak ik mijzelf hier te druk om.

    Marijke chapeau mooi artikel en als ik eerlijk mag zijn ik ben blij om jouw blog te mogen lezen. Leuke en interessante artikelen waarbij je mensen probeert eens anders aan te kijken tegen bepaalde lifestyles.

    Groetjes Ronald

    Reply
  6. Anoniem

    Ik ben het zo ontzettend eens met artikel. Los van bdsm weet zeker bureau Jeugdzorg überhaupt niet waar het over praat. Het woord “vijand” gaat niet te ver. Toen ik een kind was en (door bezorgde docenten) in aanraking met hen kwam, vertrouwde ik hen niet en hield dus mijn mond. Mijn ouders daarentegen hebben hun visie/mening/etc uitgebreid duidelijk gemaakt, waardoor in het uiteindelijke rapport de doelstellingen er enkel op kwamen te liggen mijn problematische gedrag te verbeteren. Er is geen enkele kanttekening gemaakt van het gedrag van mijn ouders, behalve dan dat ze zich machteloos voelden in de opvoeding. Terwijl juist die opvoeding allerminst ideaal was. (Ene ouder heeft geestelijke problemen die niet buiten het gezin werden gehouden, andere ouder ging soms over op een fysieke manier van straffen). Daarnaast werd er in het rapport nog geen naam goed gespeld, nul betrokkenheid. Het heeft me jaren (en meerdere therapeuten) gekost in te zien dat ik in dit geval de schuld niet bij mezelf hoefde te zoeken.

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published.