Nederlandse strafzaken met betrekking tot bdsm 1999-2012

Door kersenbloesem.

Zoals beloofd schrijf ik vandaag over Nederlandse strafzaken met betrekking tot bdsm. Ik moet jullie gelijk teleurstellen – of is het geruststellen? – die zijn dun gezaaid. Een handleiding: “Hoe ontloop ik strafvervolging” kan ik er dus niet van opstellen, maar een aantal aanknopingspunten en tips kan ik jullie wel geven. Tip: dit wordt een lang en tamelijk droog verhaal, regel een kop koffie of thee, want je zit nog wel even. (Na het schrijven van dit epistel voeg ik dit toe: Echt, serieus, haal koffie, het is belachelijk lang, succes alvast :D)

Allereerst wil ik jullie nog een kleine uitleg geven over het strafrecht. Het strafrecht valt uiteen in twee delen: het materieel strafrecht en het strafprocesrecht (ook wel formeel strafrecht genoemd). Kort gezegd geeft het materiële strafrecht de spelregels: wat is wanneer strafbaar? Het formele strafrecht bevat de procedurele spelregels: hoe wordt geprocedeerd naar aanleiding van het strafbare feit en onder welke regels? Het materiële strafrecht is opgenomen in het Wetboek van Strafrecht, het formele strafrecht in het Wetboek van Strafvordering. Belangrijk om te weten is dat een feit pas strafbaar wordt als aan de gehele delictsomschrijving in het wetsartikel is voldaan. Nemen we bijvoorbeeld de bepaling voor verkrachting:

“Hij die door geweld of een andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid iemand dwingt tot het ondergaan van handelingen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, wordt als schuldig aan verkrachting gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.”

Aan alle componenten van de delictsomschrijving moet dus voldaan worden. Kan niet aangetoond worden dat er sprake was van dwang, dan kan het feit niet bewezen worden en zal dus vrijspraak van verkrachting moeten volgen. Wordt er niet binnengedrongen in het lichaam? Vrijspraak van verkrachting (neemt natuurlijk niet weg dat er sprake kan zijn van aanranding). Hierbij wil ik, als extra weetje, nog aantekenen dat binnendringen van het lichaam ruim genomen moet worden. Ook een vinger naar binnen duwen kan dus verkrachting opleveren. De Hoge Raad (hoogste gerechtelijke instantie, zie deel 2: beslissen zij iets dan neemt elk rechtsprekend orgaan dat over) heeft uitgemaakt dat zelfs een tongzoen verkrachting op kan leveren.

Concreet betekent dit dus dat als je verkrachting ten laste wordt gelegd door het Openbaar Ministerie en jij en je sub verklaren dat het vrijwillig was er geen veroordeling voor verkrachting kan volgen.

Goed, over tot de orde van de dag. Nou ja, bijna. Nog even dit: Een van de beginselen van de democratische rechtsstaat, zoals Nederland is, is dat rechtspraak openbaar is. Dit wordt ook afgedwongen in het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens en gezien als een universeel recht. Daarvoor zijn een aantal argumenten aan te dragen, maar de belangrijkste is dat de burger zo een zekere controle heeft op de rechtspraak. De rechter wordt niet democratisch benoemd (er wordt immers niet gestemd wie er wel een geen rechter mag worden) en valt – in tegenstelling tot het Openbaar Ministerie – niet onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Justitie.  Wel hebben rechters veel macht. Een zekere controle is dus gewenst en die is onder andere te vinden in de controle door middel van openbaarheid. Om die reden zijn bijna alle rechtszaken openbaar: je kunt als bezoeker aanschuiven bij een rechtszaak, puur uit interesse. (Mocht je dat willen raad ik ten zeerste aan een strafzaak te bezoeken, overige procedures worden voornamelijk op papier gevoerd en meer dan ‘vordering toegewezen’ zul je dan ook niet horen, erg saai.) Ook wordt openbaarheid betracht door rechtspraak te publiceren. Dat gebeurt sinds jaar en dag in het tijdschrift NJ (Nederlandse Jurisprudentie).  Sinds 1999 bestaat ook www.rechtspraak.nl, waar –theoretisch- alle uitspraken gepubliceerd zouden moeten worden. Helaas gebeurt dit niet. Sterker nog: naar schatting is hier slechts 2% van alle uitspraken sinds 1999 te vinden. Ook de NJ maakt slechts een selectie van rechtspraak, grotendeels uitspraken van de Hoge Raad en de Gerechtshoven, omdat die voor juristen simpelweg het interessants zijn. Gevolg hiervan is dus dat Nederland wat betreft de openbaarheid waarschijnlijk het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens schendt. (Hier een interessant rapport, voor wie geïnteresseerd is). Gevolg voor jullie lezers: ik kan dus niet bij elke uitspraak die ooit gedaan is over bdsm. Ik kan dus geen compleet beeld geven over alles wat ooit gezegd is over bdsm door de Nederlandse Strafrechter. Zo weet ik dat er voor 1999 minimaal één relevant Hoger Beroep is geweest, maar frustrerend genoeg kom ik daar niet bij. Ik overweeg ‘m op te vragen, maar dat kost tijd en geld, dus jullie zullen even moeten wachten. Het overzicht hieronder beslaat dus 1999-2012 en is waarschijnlijk ook in dat tijdsvlak niet compleet.

Een groot deel van rechtszaken waar bdsm in genoemd wordt heeft betrekking op zedenzaken,  vaak kinderporno. Niet fraai en ik volsta met twee voorbeelden van bewijsmiddelen. Verder behandel ik ze niet, daar ze geen klap met bdsm te maken hebben.

Advertentie: “Ik zoek een oudere sadist boven de 40 jaar in Duitsland, België of Nederland, om te babbelen en tenslotte na enige tijd een reëel contact. Kleine meisjes, jongens 2-12 jaar, bdsm, roof, mishandeling, ontvoeren, foltering, snuff, necro en zuweiter (geen taboes)”

Videofragment [BDSM001]: “een meisje van ongeveer 10 à 11 jaar met naakt onderlichaam liggend op een bed met haar benen wijd     gespreid gehouden door middel van een stok met leren riemen om haar enkels, terwijl haar polsen met     handboeien geboeid zijn en een volwassen man enkele vingers diep in haar vagina duwt”

(Korte notitie: 🙁 nare mensen 🙁 bah)

De eerste interessante zaak die ik tegenkwam was een vrouw die via internet een oproep deed om een onderdanige man te vinden, met wie ze ontvoeringfantasieën wilde beleven. Bij voorkeur mannen met een goede baan, in pak, want slappelingen domineren, dat was geen uitdaging.  De man kwam om het leven door messteken. Uit de hand gelopen messenspel? Helaas, mevrouw in kwestie had erg gedegen onderzoek gedaan hoe ze iemand om het best om het leven kon brengen, passende boodschappen gedaan en een plan uitgeschreven hoe ze hem ook nog zijn geld afhandig kon maken terwijl hij geboeid lag te creperen van de pijn. De rechtszaak draaide er niet om of er door bdsm geen sprake was van strafbaarheid, maar of er sprake was van voorbedachte rade (gezien de bewijsmiddelen hierboven vond de rechtbank van wel). Geen voorbedachte rade levert namelijk een lagere straf op.

Gaan we naar een uitspraak van het Gerechtshof te ’s Gravenhage. Dat er voor het  gerechtshof geprocedeerd werd duidt op een hoger beroep. Belangrijk om te vermelden is dat het gaat om een zaak op basis van 255 Strafvordering (zoals eerder aangehaald: de procedureregels). Daarin staat dat een verdachte binnen twee maanden na het sluiten van het vooronderzoek duidelijkheid moet hebben over wat er nu gaat gebeuren: moet hij naar de rechter? Volgt een boete? Is dat niet het geval dan mag een dagvaarding niet meer volgen en zal de verdachte dus niet berecht kunnen worden. In het vierde lid van artikel 255 staat daarop een uitzondering en daar ging deze procedure over: het Openbaar Ministerie had de termijn overschreden maar wilde toch vervolgen. Dit is van belang omdat in zulke zaken voornamelijk wordt gekeken of er een zwaarwegend belang is waardoor het Openbaar Ministerie toch mag vervolgen, aan de bewijsmiddelen of het feit gepleegd is komt men dus minder toe. In deze zaak zou de verdachte het slachtoffer meerdere malen, gedurende meerdere maanden verkracht hebben. De verdachte zelf zegt dat dit in het kader van hun bdsm-relatie gebeurde en er dus van verkrachting geen sprake was (zie eerdere uitleg hierboven, vrijspraak zou moeten volgen wanneer geen sprake is van dwang) en dat het Openbaar Ministerie daardoor überhaupt geen reden had om te willen vervolgen en het verzoek dus afgekeurd zou moeten worden. Het gerechtshof gaat mee met dit argument: kan vrijwilligheid aangetoond worden, bijvoorbeeld door een bdsm-verhouding, is er geen sprake van verkrachting. De dame die verkracht zou zijn ontkent echter de bdsm-verhouding. Er is een onderzoek door een deskundige gedaan (onder andere naar de psyche van de dame) en die ziet geen reden om aan haar geloofwaardigheid te twijfelen.  Daarom wordt besloten het Openbaar Ministerie toch de mogelijkheid te geven alsnog te vervolgen, ondanks termijnoverschrijding. Hierbij moet dus wel aangetekend worden dat hier niet uitgemaakt is of er sprake was van verkrachting: dat zal moeten worden uitgemaakt door de rechtbank waarvoor het Openbaar Ministerie de verdachte zal aanklagen. En die zaak is (nog) niet aanhangig gemaakt bij een rechtbank.

Wel wordt er door het gerechtshof dus de mogelijkheid opengelaten dat een bdsm-relatie het onderdeel ‘dwang’ weghaalt uit de delictsomschrijving van verkrachting. Wel zal die vrijwilligheid dan –vanzelfsprekend- aangetoond moeten kunnen worden.

Ik wil afsluiten met een ingewikkelde zaak waarin meerdere verdachten zich al dan niet schuldig maakten aan meerdere zeer ernstig strafbare feiten, waarbij meerdere slachtoffers werden gemaakt. (Een totaal van in ieder geval 11 rechtszaken was het gevolg, deze staan bekend onder de Kraggenburg-zaken en zijn onder de zoekterm Kraggenburg grotendeels terug te vinden op rechtspraak.nl). Ik vereenvoudig deze ingewikkelde zaak tot punten die voor ons bdsm’erts relevant zijn: De verdachten startten een escortbureau om van daaruit onder andere sm-gerelateerde activiteiten te beoefenen. De vrouwen om hier te komen werken werden uit verschillende landen gehaald met de belofte tot een beter leven en veel geld (helaas een bekend verhaal). Vervolgens werden de vrouwen in een loods opgesloten, meerdere malen verkracht, vernederd en ‘onderworpen aan vele perversiteiten’. Ook werden tijdens escorts de klanten beroofd terwijl zij bijv. vastgebonden waren. De verdachten werden dus onder andere beschuldigt voor mensenhandel, wederrechtelijke vrijheidsberoving (in normaal Nederlands: opsluiting) en diefstal. Zoals gezegd waren er meerdere verdachten en meerdere slachtoffers. Één van de verdachten beriep zich er echter op dat hij met één van de vrouwen een bdsm-relatie had en er daarom geen sprake was van mishandeling of vrijheidsberoving: ze wilde het immers zelf. De rechtbank (meervoudige kamer, dus meerdere rechters bogen zich hierover) kwam tot de volgende conclusie: “De vraag is wel of hetgeen in de loods is gebeurd haar instemming had en of aangeefster de loods heeft kunnen verlaten op ieder door haar gewenst moment. De rechtbank beseft dat er op seksueel gebied gedragingen zijn die bij menig mens de wenkbrauwen doen fronsen, maar dat levert op zich geen strafbaar feit op indien de gedragingen plaatsvinden met wederzijdse instemming, hoe extreem en bizar die gedragingen wellicht ook zijn”. Problematisch voor verdachte is wederom dat het slachtoffer zegt dat dit niet het geval was. Ook zijn medeverdachten verklaren dat de vrouw erg bang was, ze geschopt en geslagen werd als ze niet luisterde en dat als ze aangaf weg te willen gezegd werd dat de waakhonden dan op haar afgestuurd werden. Ook uit diverse chatgesprekken tussen de verdachten was op te maken dat de verdachte in kwestie (de man die zei een bdsm-relatie te hebben met de vrouw) de vrouw vastgehouden moest worden, koste wat het kost. Hieruit maakte de rechtbank op dat er geen sprake was van wederzijdse instemming.

Concreet kan ik jullie met bovenstaande de volgende aanknopingspunten geven: De Nederlandse rechter houdt er rekening mee dat dingen die in een bdsm-relatie gebeuren op vrijwillige basis kunnen zijn en daarmee de strafbaarheid van in ieder geval opsluiting en verkrachting niet aangenomen kan worden. Tot diezelfde conclusie lijkt de rechtbank in laatst genoemde zaak ook te komen bij mishandeling (let op: lijkt, er wordt niet concreet over uitgewijd). Aan jullie dus om te kunnen bewijzen dat het vrijwillig was. Nu is dat vrij makkelijk als jullie beiden aangeven dat dat het geval is. Moeilijker wordt het wanneer (dit zal in bijna alle gevallen de sub zijn) een van beide betwist dat dit het geval is. Daarom is het handig om getuigen te hebben die kunnen verklaren dat er – in ieder geval in hun ogen – sprake was van vrijwilligheid. Af en toe met mensen praten over hoe leuk jullie sessie was en hoe fijn jullie het hebben kan daarbij dus handig zijn. Ook brieven, mails, chatgesprekken en dergelijke kunnen hier aan bij dragen. Spelen jullie met andere mensen en is je sub bijvoorbeeld gauw bang, of vind je het leuk om te doen alsof ze geen enkele keus heeft: maak dit dan van te voren duidelijk. Zoals hierboven gezien werden deze observeringen de verdachte ‘fataal’, deze waren waarschijnlijk te weerleggen als van te voren door sub én D duidelijk waren gemaakt dat het bij hun beleving van het spel hoorde.


Ik merk dat ik af en toe verval in juridisch Nederlands, al heb ik mijn best gedaan dat zoveel mogelijk te voorkomen. Als dingen in jullie ogen duidelijker verwoord kunnen woorden dan hoor ik het graag!

Volgende keer: bdsm als mensenrecht, oftewel: uitspraken over bdsm bij het Europese Hof van de Rechten van de Mens. Tot dan!

Leave a Reply

Your email address will not be published.