Category Archives: Geen catergorie

Wordt vervolgd…

Marijke: Ik heb een idee voor een post in mijn hoofd. Het is nog niet helemaal helder, maar ik voel het zo borrelen weet je wel ;).
Pipper: Oh leuk, waarover?
Marijke: Over grapjes over gevoelige onderwerpen, naar aanleiding van dat meningsverschil over grapjes over verkrachting. Ik weet nog niet precies wat ik wil zeggen, maar iets over dat het… eh, wat complexer is dan soms lijkt. Ofzo.
Pipper: Ja precies, nou leuk idee!
Marijke: Yep! En ik had dus al wat ‘research’ gedaan ahem, ik heb foute grapjes opgezocht! Onder andere over de holocaust, want erger dan dat wordt het niet. Wil je het grapje horen?
Pipper: Sure!
Marijke: (even tussendoor: ik kan geen anekdotes vertellen. Grapjes gaan ook altijd fout. Ik heb me laten vertellen dat ik best grappig ben, maar verhalen zijn niet mijn talent). Okee, okee, nou je hebt dus Hitler, dit was al, nou ja maakt ook niet uit. Nou Hitler die loopt in een kamer en daar zijn allemaal van die hooggeplaatste dudes van hem, je weet wel, nazi lui enzo. En Hitler zegt tegen zijn dudes “ik heb een plan. Ik wil een paar miljoen joden vermoorden en één kitten!”. Nou en die dudes die horen dat en zegt een van de dudes “maar Hitler, waarom één kitten?”. Zegt Hitler “zie je wel, niemand geeft om de joden”.
Pipper: Juist.
Marijke: Geen grappig grapje heh.
Pipper: Nee, niet echt. Ach weet je, het hangt er ook vanaf wie er aanwezig is. Laatst was er, ik weet niet meer welke grap het was, maar bleek dus dat één van mijn collega’s een grootvader heeft die overleed in een concentratiekamp.
Marijke: Oh, pijnlijk.
Pipper: Ja, hij was van een wachttoren gevallen.
Marijke: Oh, was hij een van de Duitsers?
Pipper: Marijke…. dat was een grapje…
Marijke: Ik snap hem niet…
Pipper: *schatert*

Wordt vervolgd ;).

Meer dan squick.

Als jong meisje keek ik graag naar vechtsporten. Mijn opa in Ierland had altijd een bepaalde sportzender aanstaan waar bokswedstrijden op te zien waren, later op de avond kreeg je dan ook de wat minder beschaafde vormen. En dan zat ik dus pal voor die tv. Het is opmerkelijk, sport vond ik nooit interessant om te zien en ik was ook nauwelijks gevoelig voor competitie. Vechten en geweld vond ik toen al gruwelijk naar, dat mensen zich op die manier tegen elkaar keerden vond ik onvoorstelbaar. Ik ben thuis nooit geslagen, heb nog nooit gevochten en dat mensen echt boos op elkaar worden en dan gaan slaan was voor mij ronduit bizar. Maar zelfs als ukkie had ik door dat boksen anders is. Ik begreep dat het iets was waar beide partijen mee instemden, dat ze wisten waar ze mee bezig waren en dat er veiligheidsmaatregelen werden genomen. Wie hierin de 3 V’s herkent zit inderdaad op het juiste spoor. Ik begreep dat in die context geweld een andere betekenis kreeg, een andere functie ook. En daardoor werd het ineens mooi om te zien, dat rauwe en primitieve en gewelddadige. Toen ik jaren later BDSM ontdekte zag ik dan ook al snel de overeenkomsten, en dat de redenen waarom boksen prima is ook de redenen zijn waarom BDSM prima is. Het feit dat mensen ermee instemmen, er bewust mee bezig zijn, er actief voor kiezen, en misschien vooral ook wel met een positieve intentie, dat is wat het anders maakt. In het spel en in de wedstrijd tap je uit die diepe en donkere gevoelens, en je uit ze in een bewust gekozen en begrensde context, met instemming van alle betrokkenen. Het is zo cool dat mensen hun gevoelens op die manier kunnen kanaliseren in iets positiefs!

Toch zag lang niet iedereen het zoals ik het zag. Er zijn mensen die van mening zijn dat BDSM gewoonweg ziek en gewelddadig is, immoreel en laag. Net zoals je een onbekende op straat niet in elkaar timmert, zo sla je ook niet je eigen partner. Dat doe je gewoon niet, is de opvatting dan. Ook binnen de BDSM scene zelf zie je dergelijke redenaties soms langskomen. Of er nu sprake is van instemming en bewuste keuze zal allemaal wel, spelen met drank op doe je gewoon niet. En of er nu sprake is van instemming en bewuste keuze zal allemaal wel, 24/7 D/s is gewoon niet normaal meer. Het zijn kul-redeneringen als je het mij vraagt. Al eerder op deze blog heb ik het gebruik van het woord ‘squick’ verdedigd, een niet-veroordelende term waarmee je aangeeft dat iets gewoon echt een ew-gevoel bij je oproept. Je vindt het misschien niet verkeerd, en je wilt zelfs wel verdedigen dat iemand het recht heeft een bepaalde handeling te doen, maar it squicks you. Je vindt het he-le-maal niets! Sommige van mijn vanille vrienden hadden wel een dergelijke reactie op SM. Ik bedoel, allemaal prima dat ik dat doe enzo, maar ew. Zo niet hun ding. En dat is prima.

Maar er is nog een derde reactie mogelijk. Een paar maanden terug was ik weer in Ierland en zat op de bank naast mijn opa, die zoals vanouds naar een bokswedstrijd keek. En ineens zag ik het met andere ogen. Ik zag de 19-jarige jongens die vol tegen het voorhoofd geramd werden, en ik realiseerde me ineens de beschadigingen die een brein oploopt als je het maar genoeg heen en weer beukt in een schedel. Ondertussen wist ik dankzij mijn studie ook genoeg van neurologie om te weten wat dat betekent, de soms chronische hersenbeschadiging en cognitieve problemen, de dementie die op kan treden bij voldoende beschadiging en zelfs de persoonlijkheidsveranderingen die mogelijk zijn na een paar jaar hersen-butsen. En begrijp me niet verkeerd, ik verdedig met vuur het recht van volwassenen om aan risicovolle activiteiten deel te nemen. Ik zeg ook niet eens perse dat het een onjuiste of onverstandige beslissing is, als dat is wat iemand met zijn leven wil dan moet diegene dat doen. Voetballers lopen ook een veel groter gevaar op kapotgebeukte hersenen. Dat ik dat niets vind, sure, ik vind wel dat het mag. Maar squick is een te luchtig woord voor mijn gevoel op dat moment. Squick is wat ik voel als iemand masturbeert op afbeeldingen van cartoonkinderen. Ew, enzo. Nee, dit was een heel ander gevoel.

Het was een gevoel van ontzetting. Het besef van de gevolgen van meermaals tegen het hoofd geslagen worden maakte dat ik mijn ogen af wilde wenden. En echt, ik vind dat er helemaal niets mis is met boksen. Maar in mij riep het “jongens toch… waar zijn jullie mee bezig…”.

Da’s wat anders dan afkeuren. Maar het is ook heel wat anders dan gesquickt raken. Misschien is dat wel wat sommige mensen voelen als ze horen over vergaande D/s relaties, of haak-suspension, of zelfs een ferme spanking. “Jullie hebben alle recht dit te doen en ik verdedig de mogelijkheid om aan deze activiteit mee te doen, maar lieverds toch.. waar zijn jullie mee bezig..”.

Genoeg van Opzij

Wanneer ik de opzij ga lezen doe ik dat omdat ik educatie zoek. Ik wil interessante artikelen lezen over onderwerpen waar ik minder over weet dan de auteur, ik wil uitgedaagd worden en aan het denken gezet worden of op zijn minst geïnformeerd worden. Als ik gewoon een leuk stukje wil lezen kan ik ook bij andere bladen terecht, bladen die trouwens veel beter zijn in ontspannend vermaak bieden dan de Opzij ooit zal zijn. En die bladen lees ik ook, met plezier en af en toe frustratie. Bij de Opzij is het echter omgedraaid: ik lees het blad met frustratie en slechts af en toe met plezier.

Een tijdje terug is de Opzij van hoofdredacteur veranderd en dat heeft een duidelijk effect gehad op het blad. Maar zelfs voor deze grote verandering kon ik de Opzij-vrouwen soms wel achter het behang plakken. Opzij noemt zich een feministisch maandblad, maar het feit is dat het helemaal niet over feminisme gaat. Het gaat over blanke, rijke, intelligente vrouwen die de top proberen te bereiken. Opzij gaat uit van het idee dat carrière maken je nummer één roeping in het leven moet zijn, en wanneer je aan het werk gaat moet je dan ook succes proberen te hebben. Hierbij gaan ze voorbij aan het feit dat de meeste vrouwen in Nederland nooit de top zullen behalen, per definitie kan slechts een klein aantal tot de top behoren. Een groot aantal vrouwen en mannen werken gewoon achter de kassa of als verpleger of zijn secretaresse of besturen een taxi. Ze hebben noch de vaardigheden noch de intentie om aan de top te komen, ze doen gewoon hun werk en dat bevalt prima. En dat is wanneer je uitsluitend kijkt naar werk, en uitsluitend naar Nederland. Over de gehele wereld bezien is het behalen van de top binnen je werkveld wel het laatste van onze zorgen. We hebben het dan over meisjes van 7 die uitgehuwelijkt worden. Over heropvoedingskampen in de VS waar seksuele intimidatie bij het programma hoort. We hebben het over vrouwen die bij wet geen rechten hebben. We hebben het over besnijdenis, steniging, moord. Maar ook binnen Nederland, de absurde stereotypen over mannen en vrouwen, de latten waar vrouwen naast gelegd worden, hoe de seksualiteit van vrouwen nog altijd tot publieke zaak wordt gemaakt. Er is meer om over na te denken dan hoe je je tussen je collega-managers moet gedragen (tip van Roos Vonk: gedraag je bij conflicten als een man. Dat was de quote die in het voorwoord door de hoofdredacteur gegeven werd. Geen fucking grapje). Wie heeft het over zwarte vrouwen, islamitische vrouwen, domme vrouwen, arme vrouwen, gehandicapte vrouwen, lesbische vrouwen?

Na de verandering van hoofdredacteur is het erger geworden. Veel, en dan ook echt veel erger. Van blad dat gaat over topvrouwen is het een ‘vrouwenblad’ geworden. Waar het eerder een klein maar duidelijk lezerspubliek had (hoogopgeleide vrouwen in topposities) probeert het zich nu wat breder te profileren, nu wil het hét blad zijn voor alle rijke, hoogopgeleide en intelligente vrouwen. Ineens vind je tussen de artikelen over kinderopvang op je werk en een profiel van een succesvolle vrouw die haar eigen bedrijf runt ineens een typisch vrouwenblad-artikel over ‘eigenwijs zijn’. Braak. Ik heb me groen en geel geërgerd aan een 5 pagina tellend artikel over ‘de bloemfietsvrouw’ – wie zijn nou die vrouwen met van die kekke bloemetjes op hun fiets en wat voor redenen hebben ze om hun fiets zo te versieren? Om te huilen. Vorige maand een artikel over de munttheemoeders, van die echt stinkrijke (mannen van deze) vrouwen die hun kids op de opvang gooien en zelf met vriendinnen op een terrasje gaan kleppen om daarna naar de yoga te gaan. Een oppervlakkig artikel met een afzeikerig toontje zodat alle ‘normale’ vrouwen met een baan zich kunnen vergapen en zich negatief uit kunnen laten en het kan toch niet. Het had een goed artikel kunnen zijn, het roept immers vragen op over de positie van werk en geld in onze maatschappij, over wat feminisme zou moeten zeggen over dit soort situaties, maar helaas ging de Opzij niet veel verder dan “kiiijjk nou toch” en een lullige opsomming van waar die vrouwen hun dag mee vullen. Ver beneden het niveau dat ik verwacht van een feministisch maandblad.

Een aantal maanden terug stond er een artikel in over een bedrijf dat zich specifiek bezighoudt met marketing naar vrouwen. Lang was reclame gericht op mannen, maar het drong al snel genoeg door dat ook vrouwen consumeren. En flink ook. Sindsdien zijn er tig reclamecampagnes geweest die specifiek gericht waren op vrouwelijke consumenten. Een heel aantal faalde verschrikkelijk, omdat hun ideeën over wat vrouwen willen en hoe vrouwen in elkaar zitten pijnlijk seksistisch en foutief waren. Uiteindelijk kwamen er specialisten op het gebied van marketing voor vrouwen, die wel wisten hoe je vrouwen aan het kopen kon krijgen. Men verdient daar nog steeds big bucks mee, trouwens. Hoe dan ook, dit bedrijf richtte zich op dus op vrouwen en werd ook gerund door vrouwen. En het artikel was werkelijk verschrikkelijk. Ja, marketing voor vrouwen is totaal anders dan marketing voor mannen, want vrouwen prikken snel door onzin-verkooppraatjes heen. Bij vrouwen moet je met eerlijke en oprechte informatie komen, want vrouwen pikken geen onzin. Oh nee, die vrouwen gaan niet voor de one-liners die bij die domme mannen makkelijk werken, want vrouwen eisen meer! Uhu. Natuurlijk. Vrouwen prikken daar vast en zeker doorheen, van die goedkope marketingtruucjes. En op de volgende bladzijde een advertentie van Dove. Ik brak nog net niet mijn bureau met mijn keiharde headdesk. Mijn schedel hield het gelukkig ook.

Want Dove heh, Dove is echt de evil. De reclamecampagne van Dove heeft onomstotelijk laten zien dat vrouwen net zo makkelijk voor de gek te houden zijn als mannen. Dove haakte slim in op de weerstand tegen de eis om graatmager te zijn, de weerstand tegen de gephotohopte modellen en de overdaad aan cosmetische ingrepen. Wat doet Dove? Hetzelfde bedrijf dat ook de reclame voor Axe doet (je weet wel, de graatmagere ubergeile gemake-upte meiden die over de met Axe bespoten mannen heen glibberen) beweert voor de Dove-dames dat het gaat om ‘echte vrouwen’ en ‘echte schoonheid’. En de vrouwen slikken het. Wat zeg ik, de reclame-filmpjes over photoshop met de leus ‘tijd voor echte schoonheid’ wordt door vrouwen zo veel ge-like-ed en ge-schare-ed dat Dove nauwelijk nog reclame hoeft te maken, hun volgelingen dringen hun vriendinnen de reclame uit eigen beweging op! En dat er in de reclame van Dove nog steeds perfecte, gephotoshopte en slanke vrouwen worden gebruikt… wat maakt dat uit? Dove bewijst dat vrouwen net zo goed one-liners, totale bullshit en zelfs tegenstrijdigheden en achterbaksheid slikken.

Sinds Opzij zich meer als vrouwenblad is gaan profileren zijn ook de advertenties vrouwenblad-achtiger geworden. Wanneer ik de Viva aan het lezen ben stoor ik me niet aan reclame voor laarzen met bloemetjesmotief, maar de advertenties in Opzij zijn gewoon.. net wat pijnlijker. En het zijn niet alleen de reclames, ze hebben tegenwoordig ook van de beauty en lifestyle achtige dingen. Van die pagina’s met leuk nieuws over nieuwe producten van Rituals en teenslippers die gemaakt zijn van duurzaam materiaal. Een paar maanden terug zelfs eens stukje over een nieuw strijkijzer! Een strijkijzer!

Als feminist ben ik tegen ongefundeerde generalisaties over mannen en vrouwen, en ik sta sceptisch tegenover onderzoek wat aan probeert te tonen dat er aangeboren verschillen zijn. Ik vind dat je voorzichtig moet zijn met dat soort conclusies. In mijn onwetendheid had ik verwacht dat dit een opvatting zou zijn die veel voorkomt onder feministen, maar Opzij is het bepaald niet met me eens. In Opzij wordt een vreemde vorm van sekse-discriminatie toegepast. Wanneer iemand iets negatiefs zegt over vrouwen of iets positiefs over mannen is het stom en onzin en onegfundeerd, boe. Maar vervolgens staat er in de kolom ‘opstekers’ doodleuk dat vrouwen volgens een of ander kul-onderzoek beter zijn in leidinggeven. Ik vind onzin-uitspraken in het voordeel van vrouwen net zo veel crap als onzin-uitspraken in het voordeel van mannen. We willen af van sekse-discriminatie, niet een nieuwe vorm instellen waarbij vrouwen aan het langere eind trekken!

In de Opzij van deze maand stond een artikel over een vrouw die in de porno-industrie had gewerkt. “Eindelijk”, dacht ik, “eens wat anders dan economie”. Seks heeft natuurlijk meer dan gemiddeld mijn interesse, en hoewel ik niet vind dat Opzij zich extreem veel met het onderwerp moet bezighouden vond ik het wel erg leuk dat er eindelijk eens wat aandacht wordt besteed aan een breder beeld over de seks-industrie. Ik keek uit naar een wat diepgaander artikel over de maatschappelijke, ethische, feministische en uiteraard ook economische aspecten van seks-werk onder westerse vrouwen, maar werd weer eens teleurgesteld. Het artikel was weinig meer dan een geinig interview, en had niet misstaan in een meidenblad. Niet te moeilijk, net wat dingetjes waar je verontwaardigd over kunt voelen, voorzichtige conclusies dat het misschien nog wel mee valt allemaal. Een leuk stukje hoor, maar van de Opzij had ik meer inhoud verwacht..

Opzij faalt. Waar blogs tegenwoordig de diepte in gaan en problemen pijnlijk bloot leggen, heldere analyses geven en de boel weten te structureren, zo wordt Opzij steeds oppervlakkiger en dommer. Zit ik eerst op een feministische blog een heldere uiteenzetting te lezen over rape-culture, sla ik daarna de Opzij open en vind een poll over het vrouwenquotum en een wat te gemakkelijk stukje over waarom vrouwen vreemdgaan. Het is treurig. Tijd om mijn abonnement op te zeggen.

Porno in debat

Een tijd terug heb ik een paar maanden met de debatclub hier in Tilburg meegedaan. De enige reden dat ik gestopt ben is omdat ik het te druk had met andere dingen, dingen die ik belangrijker vond. Want ik vond het echt ontzettend leuk! Debat combineert waarde hechten aan argumenten en informatie met pittige en strijdlustige vormen van humor, je argument moet zinnig zijn maar als je het met een beetje flair en een geniepige steek naar de oppositie weet te maken scoor je extra punten ;). Helemaal mooi als dan de oppositie hard lachend “shaaame!’ begint te roepen (dat betekent dat je het er niet alleen mee oneens bent, je vindt het ook een schande!). Ik had er echt plezier in mijn tong flink te scherpen en een andere positie finaal af te maken, zonder dat een heel forum huilend “maar dat is mijn meeeening” over je heen komt vallen. Helemaal geweldig. Als ik niet te veel andere hobby’s en interesses had gehad was ik zeker mee blijven doen.

Wat ik alleen jammer vond was dat het vrijwel alleen over politiek ging, en weinig over meer principiële en ethische zaken. Geen reden om te stoppen, maar ik vond het wel zonde. Nu was ik vandaag op The Sexademic aan het lezen en toen kwam ik het volgende filmpje tegen: een debat over porno! Het debat is echt de moeite waard, ga er vooral naar luisteren. Maar ik vond het ook wel heerlijk om weer eens “point of information?” en dan een half-afwezige en bijna bitchy “no” te horen. Oh man ik wil weer meedoen met dat soort debat!

http://www.cus.org/connect/debates/2011/this-house-believes-pornography-does-a-good-public-service

Interview met Guilty^

Guilty^ is al jaren een prominent figuur in de BDSM scene. Naast zijn betrokkenheid bij verschillende SM organisaties en feesten houdt hij een website over bondage bij, geeft hij samen met zijn partner bondage-shows en bondage-workshops en vindt hij tijd om fora vol te spammen met zijn kennis en meningen. En voor Marijke’s Praktijken liet hij zich interviewen! Veel leesplezier allemaal :D.

Marijke: Hartelijk bedankt dat je mee doet met dit interview! De meeste mensen zullen je naam wel kennen, maar voor diegenen die niet zo thuis zijn in de scene, kun je iets over jezelf vertellen?

“Ik ben Guilty (of Roel), 36 jaar en woon in Den Haag. Ik heb samen met mijn partner pluu een bondagewebsite en ik ben mede-oprichter en organisator van het BDSMNext forum en de feesten die van daaruit worden georganiseerd. Daarnaast heb ik een persoonlijk blog . Ik geef ook regelmatig bondageworkshops en demo’s. Om gelijk even een misverstand weg te nemen: ik doe niet alleen aan bondage. Ik heb ook veel met pijnspel, seksuele vernedering, en recent ben ik me aan het verdiepen in de mogelijkheden van hypnose. In het dagelijks leven ben ik bestuurskundige, en vandaar dat ik ook veel interesse heb in de maatschappelijke en juridische aspecten van BDSM.”

Marijke: Als jonge vrouw kan ik me geen BDSM-scene herinneren waarin geen Guilty rondliep. Toch ben jij ook ooit begonnen. Hoe waren die eerste stappen voor jou? Wat was je eerste feest? Wat waren je eerste ervaringen? Wat heeft ervoor gezorgd dat je zo actief bent geworden in de scene?

“Mijn eerste stappen zijn alweer bijna tien jaar oud, dus de precieze details weet ik niet helemaal meer. Ik denk dat mijn eerste bijeenkomst een vssm-bijeenkomst in BarX was, vlakbij mijn toenmalige huis, en volgens mij was ik daar met een uurtje alweer weg. Ik kende ook helemaal niemand en had er ook weinig aanspraak. Volgens mij ben
ik vrij snel daarna bij de VSSM in Breda terecht gekomen, waar toen een heel leuke groep mensen kwam, waaronder zelfs een paar jongeren van mijn leeftijd.

De jongerenfeesten van SamariuM bestonden toen nog niet, maar bdsm-voor-jongeren, de voorloper van SamariuM werd in die tijd net opgezet. Omdat ik toen nog aan een universiteit werkte durfde ik daar niet zo goed heen, uit angst studenten tegen te komen, maar dat heeft maar een paar maanden geduurd, en vanaf toen was ik vaste klant.

Ik was toen trouwens, dacht ik, nog volledig sub, en ik had nog weinig specifiek met bondage. Het eerste verandere tijdens mijn eerste JF, toen ik me tijdens het kijken naar een spel opeens heel erg ging identificeren met de dominante rol. Vond ik best eng, en gelukkig werd ik goed opgevangen door een meisje waar ik nu trouwens nog steeds mee bevriend ben.
Actief worden ging eigenlijk vrij automatisch. Een van de coordinatoren van de VSSM in Breda was ook coordinator in Utrecht en zocht nog mensen. Later werd ik ook gevraagd voor de feestwerkgroep van bdsm-voor-jongeren (het latere SamariuM). Toen we eenmaal met bondage verder gingen, voelde het eigenlijk vrij vanzelfsprekend om me ook te gaan bezighouden met de educatieve en artistieke kanten daarvan. Aard van het beestje, denk ik.”

Marijke: Je bent vooral bekend vanwege je kennis en vaardigheden op het gebied van bondage. Waar heb je bondage geleerd, en waar haal jij zoal je kennis vandaan?

“Overal vandaan! Ik ben begonnen met leren uit boekjes van Midori en Jay Wiseman, en later de e-books van Hans Meijer. En samen pluu heel veel oefenen en experimenteren. Veel theoretische kennis heb ik opgedaan van internationale platforms waar veel (semi-)professionele knopers rondhangen en waar heel veel over veiligheid gediscussieerd wordt. Heel veel formele lessen heb ik echter niet gehad. Had ik dat wel gedaan, had ik denk ik wel een stuk sneller kunnen leren.”

Marijke: Wat vind je zo leuk aan touw-bondage? Hoe zou je je jouw stijl noemen?

“Het leuke aan touw vind ik de flexibiliteit. Een paar stukken touw is een speelgoedkoffer op zichzelf. Je kunt er lief mee zijn, en mee martelen. Je kunt er een mooi plaatje mee maken, en je kunt iemand vernederen. En het past altijd. Mijn stijl zou ik “Japanse stijl” noemen. Ik ben altijd wat huiverig voor het woord shibari, wat ik
reserveer voor Japanse bondage zoals dat ook echt in Japan beoefend wordt. Maar hoewel ik soms westerse elementen verwerk in bondages, is shibari wel mijn grootste inspiratiebron. Shibari is doorgaans eenvoudig, en zonder veel sierknopen. Bijna elk touw heeft een functie, en door zijn achtergrond in perfromance art is het vaak ook
redelijk snel te knopen. Ook de Japanse esthetiek met een nadruk op natuurlijke materialen, net-niet-perfectie, eenvoud, daar heb ik meer mee dan met fel gekleurde sierknopen. Less is more. Maar ik ben geen purist, en waar nodig pas ik bondages aan als het me zo uitkomt.”

Marijke: Als je BDSM-ers 1 ding over bondage kon leren, wat zou dat dan zijn?

“Poeh, een ding is wel wat weinig. Ik denk dat drie dingen echt essentieel zijn. Dat is ten eerste een heel gedegen kennis van anatomie en veiligheid. Het tweede is goed communiceren met je partner. Het derde is in ieder geval tijdens het knopen je ego een beetje in toom proberen te houden.

Overigens ben ik best tevreden over de kennis van bondage in Nederland en België tegenwoordig. Die in de afgelopen vijf jaar denk ik een heel stuk verbeterd en een hoop fabeltjes zijn inmiddels de wereld uit. En ik zie de laatste tijd zeker op Fetlife een forse toename aan riggers die echt goed werk laten zien.”

Marijke: Onlangs heb je een 5-daagse workshop gevolgd bij Hajime Kinoko. Hoe was dat? Voor de mensen die niet zo thuis zijn in de bondage-scene, wie is hij? Op je blog heb je al verteld hoe die 5 dagen voor je waren, wat is het belangrijkste dat je van hem geleerd hebt?

“Hajime Kinoko is een jonge, heel getalenteerde bondageartiest uit Japan. Enerzijds is hij heel gedreven in zijn kunst, anderzijds is hij een halve popster die ook bondage performances gegeven heeft op een groot popfestival in Japan. Hij heeft een hele serieuze, maar ook een ronduit puberale kant, die hem tot prettig gezelschap maakt, en
waardoor hij denk ik ook heel goed overweg kan met een westers publiek. Beslist geen traditionele meester die je eerst duizend keer een harnas laat knopen. De workshop die we gevolgd hebben was een workshop voor professionals, waarbij het tempo en niveau ontzettend hoog lag en heel veel werd gedaan aan het perfectioneren van je
bondages, maar ook aan het “japanser maken”.
Het belangrijkste dat ik er heb geleerd, denk ik, is dat zijn shibari stijl (die overigens grotendeels aan Osasa Steve is ontleend) ontzettend gestructureerd is, en bestaat uit een aantal basistechnieken, o.a. gebaseerd op fricties in plaats van knopen die steeds weer terugkomen. Als je dat eenmaal beheerst, kun je die technieken ook zelf weer verder gebruiken en ermee varieren. Om een voorbeeld te geven, het harnas dat pluu en ik ooit ontwikkeld hebben voor mensen die hun armen niet goed op de rug kunnen houden voor een takate kote, hebben we nu sterk kunnen vereenvoudigen en verfraaien door het om te bouwen naar de stijl van Kinoko. Kinoko zelf benadrukt ook heel sterk dat je niet alleen moet nadoen wat je van hem leert, maar ook de kunst van shibari verder moet ontwikkelen.”

Marijke: BDSM-ers worden nog steeds gediscrimineerd om hun seksuele voorkeuren. Jij probeert het bewustzijn hierover onder BDSM-ers te vergroten en zet je in om onze rechten bij politici te verdedigen. Heb je het idee dat SM-ers er voldoende van doordrongen zijn wat voor problemen er spelen? Wat drijft jou om hierin het voortouw te nemen? Wat zijn volgens jou de grootste problemen? Wat kunnen andere BDSM-ers doen?

“Ja, ik denk dat SM’ers voldoende doordrongen zijn van de problemen die spelen. Bijna iedereen weet er wel van, en er wordt vaak genoeg over gediscussieerd. Er zijn echter weinig SM’ers die er iets aan doen. Van de VSSM hoef je op dit punt weinig te verwachten, maar ook onder SM’ers zelf kan en wil niet iedereen iets doen. Sommige mensen vinden
het juist leuk dat SM iets stiekems is en willen niks veranderen. Anderen hebben misschien de capaciteiten niet om politiek actief te zijn, en weer anderen durven niet onder hun eigen naam actie te ondernemen. Ik vind dat allemaal heel begrijpelijk, trouwens. Ik denk dat we op een kruispunt staan. De samenleving is de laatste 20 jaar steeds harder geworden als het om seks gaat. Pedofilie wordt veel harder aangepakt, prostitutie is gelegaliseerd maar wordt wel steeds verder weggedrukt door gemeenten en belastingdienst, fetisjfeesten krijgen steeds vaker gedoe, sm-lokaties hebben moeten sluiten.
Anderzijds is er veel hernieuwde aandacht voor homo-emancipatie, en wordt er zelfs gesproken over grondwettelijke bescherming daarvan door toevoeging aan art.1 van de grondwet. Ik denk dat de SM’ers deze kans moeten grijpen en meedeinen op die aandacht. Sluiten we ons nu aan bij de afwijkende voorkeuren die geaccepteerd worden, of blijven in een kleine niche zitten die door de buitenwereld wordt samengevat met “viezerds”? Dat geldt trouwens ook voor andere alternatieve seksuele voorkeuren, zoals polyamorie. Elke legale seksuele voorkeur zou geaccepteerd en gerespecteerd moeten worden zonder dat je ermee in de problemen kan komen tijdens echtscheidingszaken, of in contacten met
bureau jeugdzorg, etc.”

Marijke: Je hebt al erg veel dingen opgezet: je bent vrijwilliger geweest bij BDSM-voor-jongeren, de VSSM, houdt de bondage-website touwtjes.tk bij, organiseert de feesten van BDSMNext en hebt deze ook met anderen opgericht. Met welke andere dingen ben je bezig, en wat staat er in de toekomst nog op de planning?

“Ik heb eigenlijk geen echt nieuwe dingen in de planning staan. Sinds 1 januari heb ik samen met twee anderen het coordinatorschap van de feestpool van BDSMNext overgenomen, en van Tedde het adminschap van het forum, en we geven nu structureel elke maand een bondageworkshop. Daar gaat al een hoop tijd inzitten. Daarnaast wil ik natuurlijk
verder met fotoshoots en bondageshows voor Touwtjes.tk. En ik ben mezelf momenteel heel erg aan het verdiepen in hypnose, maar daar ben ik echt nog een beginner mee.”

Marijke: Het aantal feesten, winkels, organisaties en evenementen is in de afgelopen jaren explosief gegroeid. Wat zijn naar jouw mening de aanraders?

“Ja, dan wordt het een reclamepraatje heh, de feesten van BDSMNext en de webshop van mijn vriendin natuurlijk! Maar daarnaast vind ik Boudoir Bizarre een van de leukste fetishfeesten, en was ik aangenaam verrast door de opzet van de 24/7 dag in de Zoete Zweep.”

Interview met een commercieel slavin

Marijke: Bedankt dat je aan dit interview mee wilt doen! Je bent commercieel slavin, kun je iets meer vertellen over jezelf en over je werk?

Zij: “Ik ben een studente geneeskunde van in de 20 en ben iets meer dan twee jaar geleden begonnen als commercieel slavin. Eerst in een club maar dat voelde niet goed: ik had soms meer dan vijf mannen op een dag en dat is behoorlijk zwaar. Ik ben liever een paar uur samen met één man; dan kun je veel meer aandacht aan iemand besteden. Dat vind ik belangrijk. Ik zie mezelf nu vooral als escort-slavin.”

Marijke: Hoe heb je besloten commercieel slavin te worden?

Zij: “Wie wil er nou niet van zijn hobby zijn beroep maken? Bovendien krijg ik er zelf een kick uit om escort te zijn. Als ik met een man in een taxi zit of diner, dan hoop ik altijd dat de chauffeur/ober het door heeft. En natuurlijk trekt het geld ook……”

Marijke: Waar bestaat je baan precies uit? Hoe ziet een sessie er over het algemeen uit?

Zij: “De meeste mannen die ik ontmoet zie ik vaker dan één keer, meestal voor meerdere uren of soms zelfs een nacht/weekend. De meeste mannen die met mij afspreken zoeken meer dan alleen een slavin: zij zoeken ook iemand waar je een goed gesprek mee kan voeren en leuke activiteiten buiten seks en bdsm mee kan ondernemen. Dus mijn baan bestaat uit veel meer dan alleen maar seks en spel, maar uiteindelijk is dat natuurlijk wel een belangrijk aspect. Onder een sessie versta ik het seks en spel gedeelte. Het soort spel verschilt heel erg per man. Sommigen zijn vooral op zoek naar kinky seks, anderen alleen naar een pijnspel, maar voor de meesten is het een combinatie van die dingen. Meestal is er eerst een kleine kennismaking en een klein praatje om even te wennen aan elkaar. Dan vraag ik ze ook hoe ze aangesproken willen worden. Niet iedereen hecht waarde aan ‘Meester’ en ‘u’. Anderen weer wel. Van te voren zorg ik altijd dat ik in grove lijnen weet wat ze graag willen en waar hun kinks liggen en vertel ik ze ook mijn grenzen. En dan is het vooral aftasten. Ik probeer erachter te komen wat ze leuk vinden aan mij als slavin en probeer daar zoveel mogelijk op in te spelen. Maar ik doe nooit alsof ik iemand anders ben dan ik echt ben. Ik wil eerlijk en oprecht in mijn spel zijn. Als ze echt een bepaald typetje voor ogen hebben dan speel ik dat natuurlijk wel. Maar buiten spel ga ik daar niet in door. Ik heb veel terug komende klanten dus blijkbaar houden ze er van zoals ik écht ben in spel: Eerlijk en absoluut niet fake.”

Marijke: Niet netjes om te vragen, maar iedereen wil het weten; verdient dat nou een beetje?

Zij: “Ja! Beter dan in een club.”

Marijke: Wat zijn voor jou de minst leuke aspecten aan je werk?

Zij: “Het is lastig om aspecten te noemen die minder leuk zijn, omdat dit per man heel erg kan verschillen. Zweet een man veel – dan is het intieme aspect minder leuk. Kan een man niet mikken met zijn zweep – dan is het bdsm aspect minder leuk. Mag je een persoon helemaal niet – dan kan dineren in een restaurant veel energie kosten. Het meest vervelend vind ik het wanneer mannen door vragen over punten waarvan ik aangegeven heb dat het mijn grenzen zijn. Er zijn een aantal dingen die ik niet doe. Maar als iemand telkens daarover begint en begint te zeuren, dan moet ik me wel eens inhouden om aardig te blijven in mijn antwoorden. Sommige mannen proberen je zelfs om te kopen met geld. Dan moet je sterk in je schoenen staan om daar niet voor te bezwijken en het kan intimiderend voelen. Gelukkig ben ik altijd bij mezelf gebleven en ben ik nooit over grenzen gegaan.
Verder kan het werk erg zwaar zijn als je een lange afspraak hebt. Wanneer je bijvoorbeeld een weekend met een man afspreekt dan ben je 24/7 escort. Dat is meer dan alleen maar een bdsm spel spelen en intiem zijn met een man. Er wordt ook van je verwacht dat je de hele tijd vrolijk en entertaining ben. Zij betalen je voor jouw gezelschap, dus je kan niet zitten sippen. Ook wanneer je moe bent, heel veel behoefte aan privacy hebt en eigenlijk alleen in je kloffie op de bank wilt kruipen, dan nog moet je vrolijk zijn en lachen wanneer een man weer aan je borsten begint te zitten. Dat kan heel zwaar zijn. Ik heb eens het aanbod gehad om voor een paar dagen naar China te vliegen. Buiten de werktijden van deze man zou ik dus zijn escort zijn. Dit heb ik afgewezen omdat ik bang was dat het te vermoeiend zou zijn. Je bent ver van huis en je moet dagen achter elkaar het vrolijke, sexy, geile escort meisje zijn. Dat zijn dingen waar je rekening mee moet houden bij zo’n vraag.
Wat ik geleerd heb van nachten of weekenden werken is om altijd van te voren aan te geven dat ik een bepaald aantal uur slaap echt nodig heb. Eens was ik voor één nacht gast bij een man in zijn hotel. Rond drie uur snachts begon ik me echt af te vragen wanneer we gingen slapen, dus ik stelde aan hem voor om samen te gaan slapen en morgen weer verder te knuffelen etc. Zijn reactie was: ‘slapen…? Nou.. dat weet ik niet hoor..’ Gelukkig stelde hij een kwartiertje later voor om toch maar te gaan slapen. Maar ik had mijn lesje geleerd!”

Marijke: En wat zijn de leukste aspecten van je werk?

Zij: “Het leukste apect is voor mij als een man tevreden is over me en weer gelukkig naar huis gaat. Dan ben ik trots dat ik daar aan bijgedragen heb. Verder is het werk echt het leukste als het goed klikt met een man. Ik heb best regelmatig een klik en dan kan ik er zelf van genieten. De meeste mannen zijn erg gezellig in hun gezelschap en sommigen kunnen ook een heerlijk spel neer zetten. Een ander leuk aspect is dat je soms op plekken komt waar je anders niet komt. Bijvoorbeeld in dure hotels en restaurants en soms vlieg ik zelfs naar het buitenland. Dat is natuurlijk een mooie extra! Plus dat sommige mannen ook nog wel eens mooie cadeaus willen geven. Zoals lingerie, schoenen en vibrators. Daar zeg ik nooit nee tegen!”

Marijke: Maak je wel eens gekke dingen mee?

Zij: “Dat valt echt heel erg mee. Alle mannen die ik ontmoet heb zijn hele normale mannen die bijvoorbeeld door hun werk geen tijd hebben op zoek te gaan naar een eigen slavin, of mannen die al getrouwd zijn wiens vrouw er niets van wil weten. Dus gekke mannen heb ik nog nooit ontmoet. Natuurlijk zijn er, net als bij ieder bdsm stel, wel eens bdsm bloopers. Maar hier heb ik altijd samen met de man zelf om kunnen lachen.
Wel wilde een man dat ik zo ontzettend veel make-up op deed voordat we uit eten gingen en dergelijke, dat ik heel blij was dat ik in Duitsland zat en niet in Nederland. Ik had blauwe oogschaduw tot mijn wenkbrauwen, mijn wangen en lippen waren knalrood geverfd.. Ik was echt net een clown. Maar hij vond het geweldig!”

Marijke: Is dat nou niet gevaarlijk, als commercieel slavin werken? Is er wel eens wat mis gegaan?

Zij: “Dat hangt er vanaf wat jij gevaarlijk vindt maar ik denk niet dat het risico hoger is dan bij een blinddate via internet. Bij mij is in ieder geval nooit iets mis gegaan. Ik heb wel maatregelen getroffen om mijn veiligheid in de gaten te houden. Bij het minste negatieve voorgevoel ga ik niet of gaat er iemand met me mee. Ik heb me nooit bedreigd gevoeld terwijl ik samen met een man was. Ik voel me veilig bij wat ik doe.
Tijdens het spel is het wel belangrijk dat je zelf weet wat veilig is. Bijvoorbeeld qua bondage, ondersteboven hangen aan je enkels, weten waar je nieren zitten. Zolang jij weet wat wel en niet veilig is kun je dit ook aangeven bij een man. Ik zeg hem altijd op een onderdanige en dienende manier dat iets misschien toch niet zo heel erg slim is. Daar heeft nooit iemand een probleem mee gehad.”

Marijke: Wie weet er allemaal dat je dit werk doet? Waarom?

Zij: “Jij weet het nu. En verder weten de meeste goede vrienden binnen bdsm het. Maar ik vertel het niet snel aan mensen. Ik ben bang dat velen er toch een negatief oordeel over hebben. En wanneer ze dat niet hebben ben ik bang dat ze me toch anders gaan behandelen. Daar heb ik geen zin in, en ook niet om dat risico te nemen. Dus ik vind het prettiger zo. Gelukkig kan ik al mijn verhalen altijd aan mijn vriend en een goede vriendin vertellen. Dat is vaak toch wel prettig en soms ook erg leuk.”

Marijke: Wat zou je mensen aanraden als zij zelf als commercieel slavin aan het werk zouden willen gaan?

Zij: “Gewoon proberen, maar zodra je het met tegenzin doet: Niet doen!! Dit is het laatste werk wat je met tegenzin zou moeten gaan doen. En daarnaast: zorg dat je een uitlaatklep heb. Iemand aan wie je je verhalen kunt vertellen en even kunt uithuilen als er iets vervelends gebeurd. Ik heb zelf één keer gehad dat iemand vanuit het niks vol uithaalde met de zweep en recht op mijn nieren sloeg. Dat was niet prettig en dan is het fijn dat je iemand hebt waarbij je even weer bij kan komen. Al is het maar achteraf.”

BDSM en Kinderbescherming

De volgende tekst is geschreven door Natya Bouman, en is door haar op zowel BDSMZaken als Fetlife geplaatst. Uiteindelijk zal de tekst ook op haar website verschijnen en zal ik daar naar linken. Met haar toestemming plaats ik haar tekst nu op deze blog, om daarmee ouders die vanwege hun SM interesse in contact komen met instanties die te maken hebben met hun kinderen verder te helpen. Hij zal ook bij in het informatieve deel van deze website verschijnen.

Natya, bedankt voor het schrijven van deze tekst!


Sommige ouders die aan SM doen, hebben te maken (gehad) met een zorgmelding of onderzoek met betrekking tot hun kinderen omdat ze aan SM doen. Deze ouders, hoe erg het ook klinkt, zijn noch de enige, noch de eerste, noch de laatste. Zo’n melding is een ingrijpende gebeurtenis die je niemand toewenst. De meesten onder ons weten niet wat ze te wachten staat en nog minder hoe ermee om te gaan.

Hieronder probeer ik antwoord te geven op de vraag wat je kan verwachten als je het slachtoffer bent van een zorgmelding omdat je aan SM doet en hoe je hiermee kan omgaan. Het is een erg lang stuk geworden en daar excuseer ik mij voor: het was echter niet mogelijk voor mij om het korter te maken. Laat ik vooropstellen dat ik geen specialist ben maar – tot mijn grote spijt – een ervaringsdeskundige. De tactieken die ik beschrijf hebben voor ons, binnen onze situatie gewerkt. Echter zal de situatie van iemand anders compleet anders zijn. De manier van omgaan met die melding die ik beschrijf, is een manier waar ik me goed bij voelde, gebaseerd op mijn persoonlijkheid en mijn inschatting van de werkwijze van dat soort instanties. Het is niet de enige manier om ermee om te gaan en misschien niet eens de beste. Mijn advies voor elke lezer die in zo’n situatie zit, is dan ook: gebruik wat je gebruiken kunt en laat de rest liggen.

Zo’n zorgmelding komt binnen bij het Algemeen Meldpunt Kinderbescherming (AMK), Bureau Jeugdzorg (BJZ) of de Raad van Kinderbescherming (RvK). Het eerste wat elke ouder die te maken krijgt met één van die instanties moet beseffen, is dat hoe aardig die mensen ook lijken, ze niet je vrienden zijn. Ik zou bijna zeggen dat als er een melding bij ze binnen is gekomen omdat je aan SM doet, ze zelfs het tegendeel daarvan zijn. Het enige verschil tussen hun en een vijand is dat het niet persoonlijk is; ze doen – en misschien maakt dat het zelfs erger – alleen hun werk.

Iedereen kan een melding maken; een ex-partner die wraak wil nemen, een hulpverlener die niks van SM begrijpt, een oprecht bezorgd familielid, een leraar op school, je huisarts, een psycholoog. Niet aan elke melding wordt evenveel gewicht toegekend. Een melding van een expartner wordt ietsje minder serieus genomen dan een melding van een hulpverlener. Desondanks zal toch elk melding zorgvuldig bekeken worden zodra het woordje SM valt. En dat betekent dus een onderzoek.

Vanaf het moment dat er een melding bij ze binnenkomt dat je aan SM doet, gaan de mensen in die instanties er vanuit dat ze te maken hebben met een vermoedelijk zorgwekkende opvoedsituatie. Of het nou het AMK, BJZ of RvK is, meestal laten ze het woordje “vermoedelijk” weg, ook in hun voorlichtingsteksten. Hoewel in Nederland de rechtstaat stoelt op het principe “onschuldig tot je schuld bewezen is”, geldt dit een stuk minder zodra een minderjarige in het spel is.

Het eerste waar je achter moet zien te komen als je te horen krijgt dat er een melding binnen is gekomen, is wat de inhoud van die melding precies is. Om een of andere duistere reden is dat niet zo simpel als het lijkt. Meestal krijg je enkel te horen dat er een melding binnen is gekomen over de opvoedsituatie van je kinderen in verband met je SM-activiteiten. Op zo’n uitspraak hebben de meeste ouders twee neigingen die ik allebei zou afraden. De eerste reactie is om te zeggen dat je niet aan SM doet: daarmee maak je jezelf alleen maar verdacht. Instanties verwachten niks anders van je dan dat je liegt. Ze krijgen dagelijks te maken met ouders die ontkennen wat dan ook verkeerd te doen. Ze geloven je bij voorbaat al niet. De tweede is om uitvoerig te gaan vertellen over hoe je met SM omgaat in verband met je kinderen: daarmee graaf je je eigen spreekwoordelijke kuil. Hoe belangstellend ze ook lijken te luisteren en vragen te stellen, ze zoeken naar antwoorden van je waarmee ze kunnen aantonen dat je verkeerd bezig bent. In plaats daarvan zou ik die ouders aanraden om hun gesprekspartner te vragen wat hun opvoedkundige kwaliteiten te maken hebben met hun seksleven.

Ik raad dat aan niet omdat je daar als ouder een antwoord op krijgt want die krijg je meestal niet. Ik raad dat aan omdat je op die manier een duidelijke scheiding tussen twee zaken aanbrengt: je privé leven en je opvoedkundige kwaliteiten. Ik weet dat voor veel SM’ ers SM veel meer is dan seks. Voor sommige is het een levensstijl of een geestelijke ervaring. Maar dat soort verschillen uitleggen aan instanties is onbegonnen werk. Het levert niks positiefs op. Integendeel zelfs: hoe meer jij zegt, hoe meer risico je loopt om iets te zeggen dat verkeerd of negatief begrepen kan worden.

Instanties hebben twee pijlers waarop ze hun onderzoek baseren. De eerste is de omgeving. Nou moet je bij het woord omgeving niet denken aan familieleden of vrienden: die worden niet gehoord uitgezonderd degene die de melding maakt. Omgeving in het kader van een onderzoek betekent de huisarts, maatschappelijk werker, schoolleraren, hulpverleners. Als je een goed contact hebt met een of meerdere van die mensen, geef dan hun naam door aan de onderzoeker. Licht die persoon zelf in over het onderzoek en de aard ervan en vertel ze dat je ze hebt opgegeven als referentie.

De tweede bron voor hun onderzoek ben je paradoxaal zelf. Als je nu denkt dat dat een voordeel is omdat je zo jouw kant van het verhaal kan doen, dan vergis je je lelijk. Een onderzoeker van een van die instanties is er niet op gericht om de waarheid te achterhalen. Hij heeft een melding binnengekregen en wil vooral weten in hoeverre die melding waar is (dus niet of die melding wel of niet waar is). Voor degene die precies willen weten hoe dat nou werkt, raad ik het volgende artikel aan. De rest zal me maar op mijn woord moeten geloven. Dus bij alles wat je zegt, zal de onderzoeker zoeken naar wat die melding ondersteunt. Je kan jezelf daar op twee manieren tegen verweren.

Je eerste tactiek is om geen antwoord te geven op vragen die onduidelijk zijn. En er zijn heel wat onduidelijke vragen waar je elke kant mee opkan. Vraag om duidelijkheid. “In welk opzicht bedoelt u dat?”, “Ik begrijp de vraag niet zo goed, kunt u dat herformuleren?”, “ik wil graag antwoorden, maar ik begrijp uw vraag niet”, “Wat heeft deze vraag te maken met mijn opvoedkundige kwaliteiten?”. Je tweede tactiek baseert zich op het KISS-principe (Keep It Stupid Simpel). Hou je antwoorden op vragen kort en simpel. Antwoord enkel op vragen die je gesteld worden. Als de onderzoeker na jouw antwoord zijn mond houdt wat een beproefde tactiek is om je meer antwoorden te ontlokken, (en geloof me een onderzoeker met een beetje ervaring zal dat ook doen) houd dan zelf ook je mond: je hebt tenslotte al antwoord gegeven op de gestelde vraag. Als het je echt niet lukt om je mond te houden (de meeste mensen voelen zich erg ongemakkelijk worden als hun gesprekspartner niks zegt) stel dan een vraag (u wacht kennelijk op meer, klopt dat?) of zeg gewoon dat je niet weet waar ze op wacht maar dat je verder niks toe te voegen hebt.

In al je antwoorden waarmee dat mogelijk is, leg je duidelijk de scheidingslijn tussen je seksleven en je opvoedkundige kwaliteiten. Laat je niet verlokken, hoe verleidelijk het ook is tot uitspraken over het waarom van die melding (“ik heb geen idee waarom X die melding heeft gemaakt; dat zult u hem/haar toch echt zelf moeten vragen. En als u het antwoord heeft, zou ik die ook graag willen horen”) en spreek vooral geen kwaad over de melder. Als je dat wel doet, vooral als die melder de andere ouder van je kinderen is, kan de slechte verstandhouding tussen jullie al reden zijn voor verdere stappen. Vergeet niet tijdens het hele gesprek dat hoe onschuldig sommige vragen ook lijken, geen van die vragen onschuldig is. Elke vraag tijdens het gesprek heeft een duidelijke doel: beoordelen in hoeverre (en niet of) je kind bedreigd wordt in zijn ontwikkeling.

Zoals eerder gesteld kunnen meldingen binnen komen bij het AMK, BJZ of de RvK. Het AMK en BJZ voeren enkel een onderzoek uit. Ze hebben geen directe macht. Naar aanleiding van een onderzoek van het AMK of BJZ kunnen deze twee instanties drie dingen doen. Ten eerste kunnen ze de conclusie trekken dat er inderdaad niks aan de hand is. Het onderzoek wordt dan afgerond. Hoewel je misschien denkt dat dit betekent dat je adem kunt halen, is dat niet helemaal het geval. Het onderzoek dat zij hebben uitgevoerd, blijft tot je kind 18 jaar is in hun archieven. Zodra er een probleem met je kind is – welk probleem dan ook-, bijvoorbeeld omdat je kind betrapt is op spijbelen of het stelen van een kleinigheid of omdat er weer een melding binnenkomt, zelfs al is die van dezelfde melder, dan komt het onderzoek weer boven water. En niet terloops. Het eerder uitgevoerde onderzoek wordt opeens – zelfs als het toendertijd geen gevolg had – een zwaarwegende omstandigheid. Het is daarom zeer raadzaam om inzage in het dossier te vragen en elke onduidelijkheid, fout of verkeerd weergave van de feiten te corrigeren – hoe onbenullig die fout ook lijkt. En doe dat schrijftelijk.

Ten tweede kunnen ze je vragen of je bereid bent om vrijwillige opvoedingshulp te aanvaarden. Op dit moment kunnen ze je hier niet toe dwingen. Er schuilt echter een addertje onder het gras: op het moment dat je weigert, en ze vinden die opvoedingshulp noodzakelijk, zullen ze waarschijnlijk de RvK inschakkelen. (Een nieuw wetsvoorstel wil ervoor zorgen dat ouders die opvoedingshulp weigeren verplicht worden om die hulp aan te nemen en ze worden ook nog onder toezicht gesteld.) Als het even kan, wil je het niet zover laten komen.

Het is geen schande om hulp in verband met de opvoeding van je kinderen aan te nemen. Maar zorg er wel voor, indien je denkt dat het je inderdaad wel kan helpen, dat het enkel om de opvoeding gaat. Als cliënt – wat dat ben je dan opeens geworden – mag je meedenken over de doelen van de hulpverlening. Wat je doel ook is, zorg er voor dat SM er niet in komt. Je gaat niet kijken wat het invloed van je SM op je kinderen is, maar – meer algemeen – wat je opvoedingsstijl van invloed heeft op je kinderen. Voor jezelf mag je best wel dat stukje SM meenemen maar laat het niet zwart op wit zetten: als er ooit weer problemen komen of als het AMK of BJZ besluit dat ze toch overgaan tot de volgende stap (dus naar de RvK) draag je een stigma mee. Het SM-stigma. Die stigma heb je sowieso al omdat er een melding is gemaakt van je SM-hobby en hierdoor een onderzoek is geweest. Het punt is dat zodra je SM als doel neemt, je aangeeft dat SM inderdaad de oorzaak is van de opvoedingsproblemen. Kort door de bocht zeg je dat je schuldig bent. Ook in dit geval raad ik de ouders aan om elke onduidelijkheid, fout of verkeerde weergave van feiten in de dossiers schriftelijk te corrigeren. En geloof me, zodra je te maken krijgt met enige vorm van hulpverlening, zal je een behoorlijk dik dossier opbouwen.

De derde mogelijkheid naar aanleiding van een onderzoek van het AMK of BJZ is dat ze de RvK inschakelen. Het kan ook dat de RvK de eerste is die zo’n onderzoek uitvoert omdat je bijvoorbeeld in een scheiding ligt of omdat er een aanvraag tot Ondertoezichtstelling van je kind in behandeling van een rechtbank is. De RvK heeft – in tegenstelling tot het AMK of BJZ – wel macht. Het is een dienst van de ministerie van Justitie. Ze hebben o.a. een adviserende rol bij de Rechtbank. In meer dan 80% van de gevallen zal een rechter de aanbevelingen van de RvK opvolgen. De zaken waarin dat niet het geval was, zijn veelal zaken waarbij de ouders hun eigen tegenbewijzen voorlegde. Als je te maken krijgt met de RvK zal je een paar voorbereidende maatregelen moeten nemen. Om te beginnen moet je een kluis kopen (die zijn regelmatig te koop bij de Aldi bijvoorbeeld) waarin je al je SM-attributen in opbergt. Zorg er ook voor dat er een kinderfilter op je PC staat waardoor je kinderen niet bij SM-bestanden of sekssites kunnen komen. Dit is om zichtbare fysieke grenzen aan te geven tussen je privé seksleven en je opvoedkundige kwaliteiten. Parallel aan het Raadsonderzoek zou ik je adviseren om een eigen onderzoek te starten: laat je kind door een erkend psycholoog onderzoeken en laat de resultaten van dat onderzoek zwart op wit stellen, vraag familieleden, vrienden en hulpverleners om een brief te schrijven over je opvoedkundige kwaliteiten. Maak een logjournaal van elk contact dat je hebt met hulpverleners en de RvK. Schrijf na elk gesprek met de RvK (zelfs als dat maar een kort telefonisch gesprek is) een gedateerde samenvatting van dat gesprek op.

Het onderzoek an sich lijkt niet veel voor te stellen. De RvK zal meestal een gesprek met je hebben dat ogenschijnlijk heel anodin is. Zo kan je vragen verwachten of je kind nachtmerries heeft, hoe zijn contact met jou is, hoe hij het op school doet, welke regels er thuis gelden of hoe hij omgaat met zijn vrije tijd. SM zal nauwelijks of zelfs niet een onderwerp van gesprek zijn. De onderzoeker zal vrij ontspannen lijken en erg begripvol. Enige tijd na het onderzoek zal je een Rapport van de RvK ontvangen. Zo’n Rapport zal gemiddeld 4 a 7 pagina’s dik zijn. In dat Rapport zullen (vele) zaken staan die de onderzoeker “zorgwekkend” vond. Wat er precies “zorgwekkend” is aan die zaken of waarom, zal niet worden uitgelegd. In de meeste gevallen zal de RvK hulpverlening verplichten en in sommige gevallen zal de RvK verdere stappen (ondertoezicht, uit huis plaatsing, ontzegging van de ouderlijke macht) aanbevelen. In enkele zeldzame gevallen zal de RvK geen verdere stappen ondernemen en het onderzoek officieel afsluiten. Nog meer dan bij het AMK of BJZ is het van belang om een schriftelijk weerwoord in te dienen. Zorg ervoor dat je zakelijk van toon blijft. Ga elke “zorgwekkende” zaken die de RvK benoemd na en zoek uit welke onderzoeken door overheidsinstanties over dat onderwerp zijn gedaan. In feite moet je een tegenrapport opstellen die op elk “zorgwekkend” en onduidelijk punt van het rapport van de RvK ingaat. Stuur het pas op nadat je het door meerdere mensen die zich schriftelijk heel goed kunnen uitdrukken hebt laten lezen; wat je hebt geschreven moet een eenduidig tegengewicht vormen en niet aanleiding zijn voor meer onduidelijkheid. Ondertussen houd je je tegenonderzoek (brieven, onderzoek door eigen psycholoog etc) achter de hand. Die gebruik je enkel als je naar aanleiding van het Rapport van de RvK voor een rechtbank terecht komt.


Mogelijk antwoord op een eis om SM onderwerp te maken van vrijwillige hulpverlening (gebruikt door ons tegen RvK):

SM is niet strafbaar volgens de Nederlandse wet. Dat is bijvoorbeeld te lezen in een artikel van het WODC, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van justitie waarin staat dat “een aantal seksueel deviante gedragingen of parafilieën […] niet strafbaar zijn gesteld, zoals sadomasochisme en voyeurisme” (http://www.justitie.nl/recidive/images/Aanpak_Recid… Het feit dat SM niet strafbaar is volgens de Nederlandse wet, maakt nog niet dat SM niet onderwerp kan zijn van vrijwillige hulpverlening. Een reden om over te gaan tot vrijwillige hulpverlening met betrekking tot SM zou kunnen zijn dat SM als parafilie wordt beschouwd in de zin van een psychische of psychiatrische stoornis. Om als zodanig gediagnostiseerd te kunnen worden, moet aan een aantal criteria worden voldaan. Dat zegt Jos Frenken in het tijdschrift voor seksuologie(*). “Sommige parafilieën zijn strafbaar, andere niet. Om aan de diagnose parafilie te voldoen dienen de parafiele fantasieën, impulsen en/of handelingen 1. als ego-dystoon (ik-vreemd) beleefd te worden, 2. beperkingen met zich mee te brengen in het sociale functioneren en 3. lijdensdruk te veroorzaken. Als er geen subjectief lijden of geen sociale beperkingen of geen delinquentie is, dan mogen parafiele handelingen niet als parafilie in de zin van psychische stoornis gediagnosticeerd worden.” Aangezien géén van de drie genoemde kenmerken op ouders van toepassing is, is hulpverlening ten aanzien van SM, zij het vrijwillig dan wel gedwongen, absoluut niet op zijn plaats. Ondanks het feit dat er in dit geval niet gesproken kan worden van een strafbaar feit of over SM als parafilie in de zin van een psychische stoornis, zou vrijwillige hulpverlening nog steeds op zijn plek kunnen zijn in relatie tot de kinderen. Maar enkel indien de grens van dwang, manipulatie, exploitatie, vernedering en inperking van de zelfbepaling van de thuiswonende kinderen wordt overschreden. Aangezien dat absoluut niet het geval is, zien ouders niet in waarom ze hun persoonlijke seksuele relatie tot onderwerp zouden moeten maken van vrijwillige hulpverlening. De eis van [naam instantie] om de SM-relatie van ouders tot onderwerp te maken van vrijwillige hulpverlening lijkt dan ook op een schending van het grondrechtelijke recht, vastgelegd in artikel 10.1, op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de ouders. Het is niet zo dat ouders vrijwillige hulpverlening an sich afwijzen. Integendeel zelfs. Ouders tonen zich ten alle tijden bereid om hun opvoedkundige vaardigheden onderwerp te maken van vrijwillige hulpverlening. Maar ouders zijn wel van mening dat opvoeding en een veilige leefsituatie meer van doen heeft met hun kinderen dan hun privé seksuele relatie. Ouders vinden het dan ook verbazingwekkend dat de [naam instantie] hierover met de ouders van mening verschilt en vragen zich af in hoeverre de standpunten van [naam instantie] gebaseerd zijn op vooroordelen ten aanzien van seksuele varianten die van de norm verschillen.

(*) http://www.tijdschriftvoorseksuologie.nl/archief/tv…

Romantiek in het NRC

http://digitaleeditie.nrc.nl/NH/2011/1/20110212___/5_18/index.html

Twee bekenden uit de scene hebben zich voor het NRC laten fotograferen, en zij heeft een stukje geschreven over waarom BDSM voor haar zo romantisch is. Het is echt een beetje ‘awwww, cuuuute’, dus daar moet je tegen kunnen, maar awwww! Cute!