Category Archives: Geen catergorie

Yost: Development and Validation of the Attitudes about Sadomasochism Scale

Yost, M. R. (2009) Development and Validation of the Attitudes about Sadomasochism Scale. Journal of Sex Research, 47:1, 79-91

Voorwoord van Marijke: in dit artikel wordt een nieuwe vragenlijst onderzocht. Hier komt een hoop statistiek bij kijken. Het was niet mogelijk een samenvatting te schrijven zonder de statistiek en methodiek uitgebreid te behandelen. Ik hoop dat de samenvatting toch leesbaar is :).

Vooroordelen over en discriminatie van mensen op basis van hun seksuele geaardheid is goed gedocumenteerd. Recentelijk is men begonnen de discriminatie op basis van ongebruikelijke seksuele praktijken en seksuele identiteiten gaan documenteren. In deze studie wil men kijken wat precies de houding is ten opzichte van BDSM-ers.

SM wordt in dit artikel onderscheiden van mishandeling. Met SM bedoelt men de veilige en vrijwillige seksuele activiteiten van een volwassen subcultuur. SM-ers kiezen zelf voor SM, terwijl dat bij mishandeling uiteraard niet op die manier het geval is.

Sommige SM-activisten zijn van mening dat SM-er zijn vergelijkbaar is met homoseksueel/biseksueel zijn, in de zin dat SM hun seksualiteit definieert. Andere SM-ers vinden juist dat SM het beste gezien kan worden als een groep seksuele praktijken en activiteiten, zonder dat hier een identiteit aan ontleend hoeft te worden.

Het is moeilijk om een goede inschatting te geven van het aantal SM-ers in de wereld. Een Australisch onderzoek liet zien dat zo’n 2% van de mannen en 1.4% van de vrouwen in het afgelopen jaar SM heeft gedaan met hun partner. Andere onderzoeken vinden heel andere cijfers. Wat het lastig maakt is het feit dat veel SM-ers hun SM-interesse ggeheim houden uit angst. De National Coalition for Sexual Freedom (NCSF) heeft een vragenlijst afgenomen bij ruim duizend SM-ers. Van die mensen hield 72% hun SM-interesse zo veel mogelijk geheim voor anderen. Dat lijkt terecht: men vond dat 36% ooit geweld of intimidatie had meegemaakt, en 30% discriminatie op hun werkplek had meegemaakt als gevolg van hun SM-interesse.

Bronnen van SM-stigma

Als zo weinig SM-ers open zijn over hun interesses, hoe komt het dan dat zo veel mensen een mening hebben over deze groep mensen?

Religieuze kritiek: SM en immoraliteit

De joods-christelijke ethiek heeft een grote invloed op het denken over SM. Het katholicisme heeft traditioneel benadrukt dat seksualiteit monogaam moet zijn en de voortplanting tot doel moet hebben. Hoewel het protestantisme iets minder de nadruk legt op voortplanting wordt ook vanuit die hoek benadrukt dat seksualiteit monogaam en heteroseksueel moet zijn. Het lijkt erop dat er door deze religieuze geschiedenis een hiërarchie is aangebracht in vormen van seksualiteit; heteroseksueel, gehuwd, monogaam, reproductief, en niet-commercieel is normaal, natuurlijk en goed. Homoseksueel, ongehuwd, niet-monogaam, niet-reproductief en commercieel is abnormaal, onnatuurlijk, ziek en zondig.

Omdat SM niet reproductief (vaak komt er niet eens geslachtsgemeenschap bij kijken), vaak niet-monogaam (los spelen buiten de vaste relatie komt veel voor), soms commercieel (zowel commerciele SM als de spullen die men aanschaft, zoals zwepen of boeien) en soms homoseksueel is (zelfs hetero’s spelen soms met hetzelfde geslacht) valt SM duidelijk buiten de morele grenzen van de dominantie joods-christelijke manier van denken. Een deel van de anti-SM gevoelens zou dus een religieuze of morele aard kunnen hebben.

Feministische kritiek: SM en seksueel geweld.

Radicale feministen zijn van mening dat SM een vorm van seksuele agressie is waarbij de ene partner de andere partner eigenlijk tegen zijn of haar wens pijn doet. Volgens hun theorie is SM een replica van patriarchale relaties en moedigt het geweld tegen vrouwen en ongelijkwaardige machtsrelaties aan.

Psychiatrische diagnoses: SM en psychische stoornissen.

In de DSM zijn seksueel sadisme en seksueel masochisme opgenomen als parafilia. Dit zou bij kunnen dragen aan de negatieve houding ten opzichte van SM.

Media: SM, geweld en misdaad.

SM in de media heeft vaak de context van geweld en misdaad. Misdadigers hebben soms een SM-stijl, en SM-ers zijn slachtoffer van geweld en moord. SM thema’s worden vaak gebruikt als een cover voor moord, kidnapping en verkrachting. De media zet een beeld neer van gewelddadige en zieke sadomasochistische criminelen.

Deze studie

Vooralsnog heeft niemand systematisch de inhoud van de opvattingen van de maatschappij over SM en SM-ers onderzocht. Deze studie is bedoelt om een meetmethode te maken en valideren waarbij de inhoud van de opvattingen gemeten kan worden.

Deel 1: ontwikkeling van de Attitudes about Sadomasochism Scale (ASMS) door exploratieve factoranalyse.

Methode

Deze studie was bedoelt om een groot aantal items af te nemen die eventueel opgenomen konden gaan worden aan de ASMS.

Participanten

In totaal deden 213 studenten mee aan dit onderzoek.

Metingen

In totaal waren er 54 Likert-type items geschreven voor deze studie, gebaseerd op bekende oordelen over SM. Omdat deze scale stigmatisering moest meten werden neutrale oordelen verwijderd (zoals “de meeste Doms zijn mannelijk”). Verder werden er 3 additionele schalen toegevoegd als bewijs voor de validiteit van de ASMS. Een over hoe acceptabel bepaalde gedragingen zijn, een over negatieve persoonlijkheidskenmerken en een over positieve persoonlijkheidskenmerken. De cronbach’s alpha voor deze schalen waren .94, .96 en .95.

Relevante schalen

Sociale wenselijkheid: omdat deelnemers geneigd zouden kunnen zijn sociaal wenselijke antwoorden te geven werd de Balanced Inventory of Desirable Responing toegevoegd.
Right-Wing Authoritarianism: Een korte versie van de RWA schaal werd afgenomen.
Sexual Conservatism: Deze schaal werd toegevoegd. Coëfficiënt alpha was .77.
Rape Myth Acceptance: Deze schaal werd toegevoegd, Coëfficiënt alpha was .68.

Procedure

De meting werd gedaan op een computer op de campus. Het duurde ongeveer 45 minuten.

Resultaten

De 37 items werden onderzocht, drie items werden verwijderd omdat ze te weinig variantie hadden. De factorstructuur van de overgebleven items werd onderzocht met een exploratieve factoranalyse met een principal axis factoring om daarmee de latente variabelen te vinden die de gedeelde variantie tussen de items verklaren. Er werd een oblique rotatie van de factormatrix gedaan in plaats van een orthogonale oplossing te forceren zodat de factoren met elkaar konden correleren.

Deze factoranalyse had een ratio van 6 participanten per item. Bartlett’s test van sphericiteit was X2=3209.63 wat een zeer lage kans (p<.001) liet zien dat de correlaties binnen de matrix 0 zouden zijn. De KMO-measure werd onderzocht om te laten zien dat de correlatiematrix factoren had die de variantie tussen de items beter verklaarde dan de simpele correlaties tussen de items zelf. KMO was .913. Dit laat zien dat het gebruik van EFA hier gerechtvaardigd is.

Zeven factoren met een eigenwaarde die groter was dan 1 werden gevonden. Het onderzoeken van de scree plot liet echter zien dat de grootte van de eigenwaaardes duidelijk omlaag ging tussen de 4e en 5e factor. Een 4-factor model zou dus waarschijnlijk een prima fit hebben. De items in de factors van boven de 4 waren daarnaast moeilijk te interpreteren. Er werd gekozen voor een 4-factor model.

Na het verwijderen van 11 items die niet hoog genoeg laadden op de factoren (minder dan .30) werd er opnieuw een exploratie gedaan van de factorstructuur. De factoren verklaren 66% van de variantie. Alle 23 items hadden een factorlading van .47 of hoger. De factorladingen met item kunnen in het artikel opgezocht worden, het zou geen samenvatting meer zijn als ik die hier zou bespreken :).

Deel 2: onderbouwen van de ASMS structuur met confirmatieve factoranalyse.

Methode

Om de validiteit van de 4-factor oplossing te evalueren werd een confirmatieve factor analyse gedaan.

Participanten

Er deden 258 studenten mee aan dit onderzoek.

Metingen

ASMS: Alle 54 items werden afgenomen maar alleen de 23 items van de uiteindelijke ASMS werden geanalyseerd.
Additionele SM items: Zelfde als de vorige keer, coëfficiënt alpha waren .95, .95 en .94.

Relevante schalen

Sociale wenselijkheid, RWA (coëfficiënt alpha: .78), sexual orientation attitudes (coëfficiënt alpha: .93).

Procedure

Online maar niet de op de campus. De vragenlijst duurde ongeveer 45 minuten.

Resultaten

CFA op 23 van de items, waarbij een 4-factor model werd gespecificeerd. Er werd AMOS software gebruikt, de CFA werd gedaan met de maximum likelihood methode waarbij de 4 factoren mochten correleren. Er waren genoeg proefpersonen. Vier fit-indexes werden berekend: chi-kwadraad (X2=493.66, p<.001), IFI (=.92), CFI (=.91), RMSEA (=.07). Het model heeft dus een redelijk goede fit.

De gehele sample

Om de criterium validiteit (concurrent validity) te evalueren werd de hele steekproef samengenomen, met daarmee een totaal van 471 proefpersonen.

Sociale wenselijkheid

Omdat acceptatie van SM wellicht niet sociaal wenselijk is werd er een correlationele analyse gedaan van alle ASMS subschalen en een meting van sociale wenselijkheid (BIDR). Er bleek geen correlatie te zijn.

Betrouwbaarheid en descriptieve statistieken

Hogere scores op de Socially Wrong schaal laat een sterkere overtuiging zien dat SM sociaal en moreel onacceptabel is. Coefficient alpha was .95. Hogere scores voor de Violence schaal laat een sterkere overtuiging zien dat SM gerelateerd is aan niet-consentual geweld. Coefficient alpha was .92. Hogere scores op de Lack of Tolerance subschaal laat een sterkere overtuiging zien dat SM-ers anders zijn dan de meeste mensen en dat SM niet legaal zou moeten zijn. Coefficient alpha was .78. Hogere scoren op de Real Life subschaal laat een sterkere overtuiging zien dat SM interesses zich buiten de slaapkamer voortzetten. Coefficient alpha was .89.

Intercorrelaties kunnen in het artikel opgezocht worden. Al met al kan geconcludeerd worden dat de schalen matig sterk met elkaar correleren en dat het dus wellicht zinig in op de schaal als geheel te gebruiken als meting voor anti-SM stigma. Coefficient alpha voor de gehele ASMS was .96, wat het gebruik van de gehele schaal om houding ten opzichte van SM-ers ondersteunt. Er waren geen significante verschillen tussen de scores voor mannen en voor vrouwen.

Correlaties

Wanneer proefpersonen aangaven negatievere oordelen te hebben over sadomasochisme, vonden ze ook dat SM activiteiten tijdens seks minder acceptabel zijn. (Dit lijkt vanzelfsprekend, maar is een manier om te kijken of je met je schaal wel aan het meten bent wat je wilt meten).

De ASMS correleerde sterk met RWA (algemeen conservatisme), SSC en ATLG (seksueel conservatisme). Dit laat zien dat negatieve oordelen over SM samenhangen met een grotere conservatieve houding ten opzichte van sociale en seksuele relaties. De sterkste correlatie van RWA was met de subschaal Socialle Wrong.

Om te bekijken of de ASMS een unieke set houdingen meet wat niet al gemeten wordt door de RWA, SC, ATLG en RMA werd een multiple regressie analyse gedaan. R2=.42, dus meer dan de helft van de variantie in de ASMS blijft onverklaard door deze 4 tests.

Discriminatie tussen proefpersonen

De hypothese was dat de ASMS zou discrimineren op (onderscheid zou maken tussen) drie variabelen: kennis over SM, ervaring met SM en contact met SM-ers.

Kennis over SM

Hoe meer iemand kennis had over SM, hoe minder negatief de oordelen over SM. Socially Wrong: r=-.18 p<.001. Violence: r=-.12 p<.01. Lack of Tolerance: r=-.10 p<.05 en Real Life: r=-.10 p<.05. De sterkste correlatie zien we bij Socialle Wrong. In andere woorden: hoe minder mensen weten van SM, hoe meer ze zullen denken dat SM sociaal en moreel verkeerd is.

Ervaring met SM

Mensen die ervaring hebben met SM hadden een lagere score op de ASMS.

Contact met SMers

Mensen die andere mensen kennen die aan SM doen hadden een lagere score op de ASMS.

Discussie

Het doel van deze study was het ontwikkelen en onderzoeken van de factorstructuur, de betrouwbaarheud en de validiteit van de ASMS. EFA gaf aan dat er 4 factoren zijn. CFA met een andere steekproef ondersteunde deze factorstructuur met fit indexes van boven de .90.  De ASMS heeft goede criteriumvaliditeit. Niet alle variantie werd verklaard door de 4 schalen, een deel werd verklaard door anti-homo en algemeen conservatieve opvattingen. Meer dan de helft was echter onverklaard, wat laat zien dat de ASMS specifiek SM-opvattingen meet. De ASMS was uitstekend in staat te discrimineren tussen groepen op basis van hun kennis van SM, ervaring met SM en contact met SMers.

Een belangrijke kritiek op dit onderzoek is het feit dat de steekproeven bestonden uit studenten, wiens houdingen zeker af kunnen wijken van de rest van de bevolking. Validatie van deze schaal in andere groepen is noodzakelijk.

Conclusie

Psychotherapeuten die aangeven zich ongemakkelijk te voelen in contact met SMers en onderzoek naar bias van therapeuten wanneer SM-ers hulp zoeken laten zien dat er meer onderzoek moet worden gedaan naar SM in de psychologische hulpverlening. Er zijn verscheidene artikelen geweest waarin aanbevelingen werden gedaan voor therapeutische strategieen wanneer men werkt met SMers, maar geen van deze aanbevelingen zijn goedgekeurd door de APA. Kennis over anti-SM opvattingen van psychotherapeuten zou een eerste stap kunnen zijn in het ontwikkelen van een educatieprogramma.

Recente voogdrijzaken en invallenwaarbij volwassen en instemmende SM-ers in semi-prive-settings door de politie werden opgepakt laten anti-SM houdingen van advocaten, politie en rechters zien. Ook hier zou meer onderzoek naar gedaan kunnen worden.

Deze schaal kan ook gebruikt worden door onderzoekers van seksualiteit. Verschillen opvattingen over SM per populatie? Zijn er dingen die correleren met de ASMS? Hoe zit dat met homoseksuelen, feministen, mensen met een geschiedenis van kindermisbruik, andere seksualiteit-gerelateerde persoonsvariabelen?

Concluderend kan gesteld worden dat de ASMS een nieuwe, multidimensionale meting van nadelige opvattingen over SM. Het zal bruikbaar zijn in onderzoek naar prevalentie van negatieve SM opvattingen, zeker bij populaties die in contact komen met SMers. Breder zal deze test handig zijn voor onderzoekers en andere sociale wetenschappers die geinteresseerd zijn in discriminatie tegenover seksuele minderheden.

Tentsletjes en cougars

Hadden jullie wel eens gehoord van de term ‘tentslet’? Ik niet, hoewel ik wel van het fenomeen gehoord had. Een tentslet is een meisje wat tijdens een festival verschillende mannen ontvangt in haar tentje. Voor seks uiteraard. In België is ‘tentslet’ woord van het jaar geworden.

Andere hippe modewoorden zijn wat bekender. Jullie hebben bijvoorbeeld vast wel eens gehoord van de cougar, een wat oudere vrouw die met veel jongere mannen naar bed gaat. Poema is de jongere versie van de cougar, deze vrouw is eind 20 tot begin 30 en heeft eveneens een voorkeur voor jongere mannen. Er wordt flink wat afgeschreven over poemas en cougars, en ik ken een flinke handvol jonge vrouwen die er naar uitkijken later een katachtige te worden. Ze zijn heet, die poemas en cougars! In tegenstelling tot de tentslet, die is vooral een beetje vies…

Maar valt jullie ook iets op? De tentslet, de poema, de cougar… het zijn allemaal vrouwen. Maar hoe zit het met de tentenlopers? Welke hordes en hordes mannen bezoeken die tentsletten? Wie zijn de cougarliefhebbers, hebben die ook een eigen term? Hoe noem je een man die van poemas houdt?

Nou… die noem je gewoon man.

Van mannen wordt verwacht dat ze wel tentsletten zullen neuken, dat ze het wel met een oudere vrouw zullen doen (heet is heet, en op een oude fiets moet je het leren nietwaar?). Tentsletten, cougars en poemas wijken af, maar de tentsletneukers, cougarliefhebbers en poemaprooien, och, boys will be boys.

Altijd lekker, zo’n dubbele moraal.

Squicks me out!

Ok, soms gebeurt het dat je over een bepaalde seksuele voorkeur leest en dat je merkt dat je het gewoon heeeeeelemaal niks vind. Op zich vind je het niet verkeerd, het is niet alsof je direct vind dat er een moreel probleem is of dat er een wet moet komen om die gedraging te verbieden. Maar.. het voelt niet lekker. Je bent geen happy ‘oh your kink is not my kink but your kink is okay’ camper, je vindt het echt helemaal niets! Your kink is not my kink and your kink… squicks me the hell out!

Ik vind het maar een handig woord, ‘squick’. Volgens mij is het een bekende emotie bij veel mensen. Zo squickt vergaande ageplay mij behoorlijk, ik krijg er een beetje de rillingen van. Bluugh, dat idee. Voor veel mensen is dierenseks iets wat hen squickt. Ze hebben geen sluitende argumentatie waarom het niet zou mogen, ze vinden ook niet perse dat het echt zeker weten verkeerd is ofzo, maar heel hun emotionele wezen doet ‘yuch, neeee!’. Squick.

Het fijne aan squick is dat het geen oordeel is over de ander. Het klinkt redelijk neutraal. Veel discussies worden verhit doordat mensen hun ge-squick in andere woorden proberen te vatten, woorden die helaas wel veroordelend klinken. Ik ben voor de invoering van squick in het Nederlands. Volgens mij zou dat de communicatie een stuk verbeteren :D.

Seks is voor iedereen.

Kennen jullie Belle de Jour? Belle de Jour is de schuilnaam van een ex-escort uit London. Op haar blog besprak ze haar leven en haar ervaringen in de prostitutie, en ze viel op doordat ze intelligent en gelukkig leek te zijn. Haar keuze voor escort was weloverwogen en ze had plezier in haar werk gehad. Tegen de tijd dat ik blogs begon te lezen was zij al echt beroemd geworden. Ze heeft een boek uitgegeven en op basis van dat boek is er zelfs een tv-serie gekomen: the secret diary of a call girl. Al die tijd bleef ze dat doen onder haar schuilnaam, Belle de Jour. Men beweert dat zelfs haar uittgever haar echte naam niet kende, alleen haar accountant wist wie ze was.

Tot haar boze ex-vriendje haar uit de kast wierp. Beetje lullig, maar zo kunnen die dingen gaan. Belle de Jour bleek Brooke Magnanti, een wetenschapper die zich op dit moment bezig houdt met neurotoxologie. Inderdaad een intelligente dame dus, en haar verhalen over haar escort-verleden zijn waar. Gelukkig reageerde haar omgeving erg positief en het hele gebeuren heeft geen negatieve invloed gehad op haar carriere als wetenschapper.

Zoals ik al wel eens heb toegegeven houd ik van slechte tv-series, en the secret diary of a call girl is echt een slechte serie. Maar toch wel erg leuk, en daarom kijk ik hem. Nu was er in het tweede seizoen een aflevering die me aangreep. Belle ontvangt ook thuis, en die dag krijgt ze twee mannen over de vloer: een jongeman in een rolstoel en zijn vader. De interactie tussen de vader en zoon werd erg tof in beeld gebracht, beide voelen zich wat ongemakkelijk maar de vader heeft dat ongemak wel voor zijn zoon over. Hij legt zijn zoon teder in het bed van Belle en vertrekt daarna naar bedenen, om in de auto te wachten tot ze klaar zijn. De jongen is verlamd en heeft een stoornis waardoor niet alle aanrakingen prettig voelen, en de manier waarop Belle daarmee omgaat is erg mooi. Het liet me denken aan een boek wat ik laatst las.

Het was een boek over seksualiteit bij gehandicapten. Dit onderwerp wordt in de gehandicaptenzorg blijkbaar onvoldoende besproken, en de seksualiteit van gehandicapten en verlamden wordt nauwelijks erkend. Wat doe je als je geboren bent met een stoornis waardoor je je ledematen niet fatsoenlijk kun bewegen? Masturbatie zit er dan niet in, maar in je puberteit ga je toch bepaalde gevoelens krijgen. Wat doe je als je verlamd bent vanaf je nek, en jij en je eveneens verlamde partner hebben behoefte aan intimiteit? Wat doe je als je een spastische aandoening hebt en op je 35e nog altijd maagd bent? Betekent een ernstige handicap dat je een seksloos bestaan moet leiden? Is het eigenlijk wel mogelijk om een dergelijke sterke behoefte zomaar uit te schakelen?

Er zijn speciale escorts die zich richten op ernstig gehandicapten. Vrouwen (en een enkele man) die de kennis en vaardigheden hebben om om te gaan met een lichaam wat het niet helemaal goed doet. Om eerlijk te zijn lijkt het me een prachtig beroep. Seks is zo ontzettend belangrijk, het lijkt me heel mooi om mensen met een ernstige handicap te helpen seks een plek te geven in hun leven. Er zijn hulpmiddelen waarmee mensen met een slechte motoriek toch kunnen masturberen. Voor mannen is het een soort vliegenmepper met in het midden een gat in zacht rubber, wat je dan om de penis doet en op en neer beweegt. Voor vrouwen zijn er vibrators. Er is dan echter wel een beetje assistentie van de verpleging nodig, dingen moeten om penissen en tussen benen geplaatst worden. Niet elke verpleegkundige of verzorgdende is bereid dit te doen. Partners die samen seks willen hebben moeten vaak ook een eindje geholpen worden. Bijvoorbeeld dat zij naakt in hetzelfde bed geplaatst worden, of dat iemand een condoom om doet. Ik weet niet zo goed wat ik later als ik groot ben precies wil doen, of eigenlijk weet ik dat wel: ik wil te veel dingen. Ik weet nog niet welk van die dingen ik ga doen. Maar me hiermee bezig houden lijkt me eigenlijk best wat. Begrip kweken voor het feit dat seks niet een vieze rare hobby is die een luxe is voor de able-bodied, maar dat het een heel basale behoefte is waar ook gehandicapten mee lopen. Of de mensen met een handicap zelf helpen met gesprekken, tips, hulpmiddelen, concrete hulp. Zorgen dat masturbatie-hulpmiddelen beschikbaar zijn.

Het is niet eerlijk om seks te zien als een luxe voor de mensen met een gezond lijf. Seks is voor iedereen.

SM Interest in Child Custody Proceeding

Klein, M & Moser, C (2006) SM Interest as an Issue in Child Custody Proceeding. Journal of Homosexuality, 50: 2, 233-242

Scheidingen in deze samenleving zijn vaak een strijd, en wanneer een koppel eenmaal gescheiden is hebben de exen vaak geen contact meer met elkaar. Wanneer men echter kinderen heeft is contact over het algemeen noodzakelijk. De opvoeding van kinderen roept sterke emoties op bij ouders, en kan een groot punt van strijd worden. Partners kunnen proberen elkaar in diskrediet te brengen door elkaars seksuele geschiedenis erbij te halen in rechtszaken over het voogdijschap. Hoe geschikt iemand is voor het ouderschap werd en wordt in twijfel getrokken op basis van zaken als alleenstaande moeder zijn, vreemdgaan, promiscuïteit en homoseksualiteit. Van homoseksualiteit is in onderzoek aangetoond dat her niet tot nauwelijks negatief effect heeft op de opvoeding. Andere opvallende seksuele interesses worden echter nog steeds regelmatig verdacht.

Dit artikel illustreert hoe de seksuele interesse van een ouder gebruikt kan worden om de geschiktheid als ouder in twijfel te trekken, zelfs wanneer het kind er geen schade van ondervonden heeft.

De zaak.

Deze zaak kwam onder de aandacht van een van de auteurs (C.M.) toen Sam Jones contact met hem zocht. Sam Jones is de huidige partner van Ann Smith, ze wonen samen. Ann Smith is de moeder van Ed, een jongen van 11. De zaak ging over het voogdijschap over Ed. Ed woonde part-time bij Sam Jones en Ann Smith, en part-time bij zijn vader (Bob Smith). Ann en Bob waren 19 jaar getrouwd toen zij Ed kregen. Na 27 jaar huwelijk gingen zij scheiden, Een van de redenen was de SM-interesse van Ann Smith, waarover zij meningsverschillen hadden. Na de scheiding ontdekte zij haar SM interesse verder met Sam Jones, waarmee zij ging samenwonen en een SM-relatie ontwikkelde.
Ed heeft een aangeboren afwijking. Tijdens een bezoek aan Ann Smith ontwikkelde Ed een medisch probleem. Hij kreeg ernstige verstopping, waar hij flinke pijn van had. Hij had hier vaker last van gehad, het was een bekend probleem. Sam Jones had als medisch technicus gewerkt en wist hoe hij de pijn voor Ed kon ontlasten. Met toestemming van zowel Ed als Ann Smith bracht hij met glijmiddel een gehandschoende vinger in de rectum van Ed en verhielp de verstopping. Ann Smith was er gedurende de gehele procedure bij aanwezig. Ed heeft nooit geklaagd of aangegeven dat hij het onprettig vond. In tegendeel, hij was zeer dankbaar en blij dat de pijn verdwenen was.
Zoals gebruikelijk is voor ouders vertelde Ann Bob over de medische gezondheid van hun zoon tijdens het bezoek, en ook hoe zij het medische probleem opgelost hadden. Bob Smith was echter woedend dat de partner van zijn ex-vrouw zijn zoon met een vinger gepenetreerd had. Hij vond het seksueel misbruik en ondernam stappen om te proberen ervoor te zorgen dat Sam Jones nooit meer contact zou hebben met Ed. Een formeel onderzoek volgde.
Dr. Blair, een forensisch en klinisch psycholoog, werd door de rechtbank aangesteld om de situatie te evalueren. Hij moest een mening vormen over of de medische ingreep seksueel misbruik was, en of de volwassenen geschikte ouders waren. Gedurende dit onderzoek hoorde hij over de SM relatie tussen Sam Jones en Ann Smith. Dr. Blair verschoof zijn onderzoek toen naar 1) of de SM interesse van Ann Smith een gevaar betekende voor Ed en 2) of Ann Smith geschikt was om Ed op te voeden.

Het verslag van Dr. Blair.

Dr. Blair concludeerde dat de ingreep van Sam Jones geen seksueel misbruik was. De rechtbank accepteerde deze uitspraak. Seksueel misbruik was geen issue meer in deze zaak.

Dr. Blair besloot om zich in plaats daarvan te richten op de SM interesse van Ann Smith en Sam Jones. Hoewel het passend is om in deze gevallen alles te onderzoeken dat van invloed is op het welzijn en de ontwikkeling van de minderjarige, gaf dr. Blair geen enkele reden of rationale voor zijn aandacht voor de seksuele relatie tussen Ann Smith en Sam Jones. Hij gaf aan dat het koppel  ervoor had gezorgd dat Ed niets afwist van de details van hun relatievorm. Hij probeerde aan te tonen van Sam Jones seksuele interesse had in kinderen, maar kon geen enkel bewijs vinden voor zijn opvatting. Hij gaf aan dat Ed een goede ouder-kind relatie had met zowel Ann Smith als Sam Jones. Ed deed het goed op school, had vrienden en had verder geen sociale of psychologische problemen. Al de zorgen van dr Blair richten zich op de mogelijkheid dat iets problematisch zou kunnen gebeuren in de relatie tussen Sam Jones en Ann Smith.
Gebaseerd op zijn gesprekken diagnosticeerde hij Sam Jones met Seksueel Sadisme en Ann Smith met Seksueel Masochisme. Deze diagnoses hebben twee criteria, de tweede vereist dat het individu significante stress of disfuncties ervaart als gevolg van zijn seksuele interesse. Dr Blair gaf echter aan dat Ann Smith en Sam Jones hier helemaal geen last van hadden. Zij waren erg blij en tevreden met hun gekozen levenswijze. De DSM waarschuwt specifiek voor deze vergissing: “afwijkend gedrag (politiek, religieus of seksueel) of conflicten tussen maatschappij en individu zijn geen psychische stoornissen”.

Maar zelfs als Ann Smith en Sam Jones voldeden aan de diagnostische criteria voor deze stoornissen, zou dit geen aanwijzing zijn dat zij minder geschikt zijn als ouder. Dr Blair zou dit moeten weten, en gezien het feit dat de rechtbank waarschijnlijk niet genoeg weet om de diagnose te begrijpen, kan dit verslag gezien worden als opzettelijk misleidend en bevooroordeeld. Behalve wat simplistische speculatie beschreef het verslag niet hoe de gezondheid en het welzijn van de minderjarige beïnvloed zou moeten worden door de SM-interesse van het koppel.

Dr Blair gaf geen enkel voorbeeld van ongepast gedrag van Sam Jones of Ann Smith. Het is dus onduidelijk op welke basis, behalve bevooroordeeldheid en gebrek aan kennis, Dr Blair besloot dat de seksuele relatie van Sam Jones en Ann Smith een gevaar vormde voor Ed. Dr Blair beargumenteerde dat de DSM suggereert dat mensen met een Seksueel Sadisme en Seksueel Masochisme stoornis een gevaar vormen, de DSM zegt namelijk “de aard van de sadistische activiteiten verergeren over het algemeen naarmate de tijd vordert” en “het is niet ongewoon dat individuen meerdere parafilia hebben”. Dr Blair gebruikte het eerste statement om te adviseren het voogdijschap van Ann Smith te beperken, om haar hiermee tegen zichzelf te beschermen. Het tweede gebruikte hij om te beweren dat Sam Jones waarschijnlijk pedofilie zou ontwikkelen en Ed zou misbruiken. Hij vond echter geen enkele aanwijzing van pedofiele interesses in de geschiedenis van Sam Jones.

De problemen met de logica, gebrek aan empirische onderbouwing, gebrek aan interne consistentie,  onwaarheden en andere problemen met de DSM diagnoses van parafilia zijn al in andere artikelen besproken. Er zijn geen empirische onderzoeken die suggereren dat mensen met de diagnoses Seksueel Sadisme en Seksueel Masochisme steeds extremere dingen gaan doen. Er zijn ook geen empirische onderzoeken die suggereren dat SM kan uitgroeien tot pedofilie. Zelfs in de DSM wordt SM niet tot de impuls controle stoornissen gerekend, er zijn dus geen redenen om te denken dat SM-ers meer moeite zullen hebben zich te beheersen.

Dr. Blair leek bezorgd dat Ann Smith gewond zou raken. In werkelijkheid had Ann Smith nog nooit een verwonding opgelopen bij haar SM spel. Er zijn geen aanwijzingen dat SM-ers opvallend vaak gewond raken in hun seksuele activiteiten.

De volgende uitspraken komen uit het verslag van Dr. Blair:
“Ik vraag me af wat het effect zou zijn op het kind als Ann Smith zou sterven of ernstig verwond  zou raken tijdens haar seksuele activiteiten, zeker als het kind op dat moment thuis zou zijn”
“Hoewel beide hun activiteiten omschrijven als een hobby of sport, ben ik van mening dat het huiselijk geweld is. Hoewel het kind er geen getuige van is, wordt hij wel blootgesteld aan de latere effecten van dit huiselijk geweld. Ik heb op dit moment niet genoeg informatie over wat de effecten op het kind zouden kunnen zijn. Echter, het is vanzelfsprekend catastrofaal als de moeder gewond zou raken of dood zou gaan door haar gedrag en keuzes.”

Dr. Blair betwijfelde ook of iemand echt zelf kon kiezen voor SM, hij geloofde daarnaast dat iedereen die betrokken was in de SM scene een potentiële kinderverkrachter was. Weer wat quotes:
“Ik weet niet zeker of de keuze van Ann Smith om aan SM te doen een voortkomt uit haar eigen behoeftes of uit een behoefte om Sam Jones te plezieren. Ik vermoed echter dat zij zo dienstbaar is en hem zo graag wil plezieren dat zij verward is en niet helder kan denken.”
“Het lijkt me geen goed idee als Ann Smith mensen uit de SM scene op haar kind laat passen. Ze hebben in ieder geval 1 parafilie, wat betekent dat ze er meer kunnen hebben, inclusief pedofilie. Elke persoon in de scene is een onbekende risicofactor.”

De beslissing

De rechtbank besloot de aanbevelingen van Dr. Blair te volgen. Zo kwamen er beperkingen op de voorheen altijd ruime bezoekregelingen die Ann Smith  had met haar kind. Daarnaast kwam er een verbod op enig contact tussen Ed en Sam Jones. Alle betrokken partijen waren het met elkaar eens dat Ed en Sam Jones een goede relatie hadden. Dr Blair gaf zelfs aan dat de relatie die Ed had met Sam Jones beter was dan de relatie die hij had met zijn vader, Bob Smith. Er leek geen aandacht te zijn voor de effecten die het bij Ed zou hebben om zo abrupt zijn contact met Sam Jones te verliezen.
De relatief frequente bezoeken van Ed aan zijn moeder werden ernstig verkleind. Zijn vader verhuisde naar een andere staat, wat ervoor zorgde dat Ed nog moeilijk bij zijn moeder kon komen. Daarnaast verbood de rechtbank contact met Sam Jones, Sam Jones moest in zijn eigen woning/verblijfplaats zijn wanneer Ed zijn moeder bezocht. Dit leverde logistieke problemen op. Ann Smith verloor alle alimentatie, ondanks het feit dat Bob Jones veel meer verdiende en dat hun huwelijk 27 jaar had geduurd. Dankzij dit verlies aan alimentatie werd het voor Ann Smith heel moeilijk om regelmatig een alternatieve verblijfplaats te huren voor Sam Jones, wanneer Ed op bezoek kwam.
De volgende beslissing van de rechtbank was interessant. Mocht Ann Smith een advocaat willen inhuren om de rechten van Ed te verdedigen, dan moest dit voortaan een advocaat zijn die een huiselijk geweld preventie cursus had gedaan. Ann Smith was daarnaast verplicht 30 psychotherapie gesprekken te hebben die zich zouden richten op haar participatie in huiselijk geweld. Ze moest zich verder inschrijven in een huiselijk geweld preventie programma: weigering hieraan mee te werken zou tegen haar worden gebruikt in toekomstige rechtszaken. Het leek erop dat de rechtbank Ann Smith probeerde te beschermen tegen huiselijk geweld, en haar zoon probeerde te beschermen tegen het aanschouwen van dit geweld. Men kan enkel concluderen dat de rechtbank besloot dat Ann Smith een slachtoffer was van huiselijk geweld, en dat haar benoemde interesse in SM slechts een excuus was of een ontkenning van de mishandeling.
Zonder training of kennis kun je SM en mishandeling makkelijk verwarren. De rechtbank hoorde echter getuigenissen waarom SM duidelijk anders was dan mishandeling, maar besloot dit in de wind te slaan.
Er is geen melding gedaan door buren, geen bezoeken aan de eerste hulp, geen telefoontjes naar de politie, geen meldingen bij kinderbescherming. Het enige ‘bewijs’ voor huiselijk geweld zijn de uitspraken van Ann Smith en Sam Jones zelf, waarin zij het eerlijk hebben over hun vrijwillige seksuele activiteiten.

De betekenis van deze zaak

Het zou beargumenteerd kunnen worden dat dit gewoon een tragisch geval is waarin een psycholoog zijn vooroordelen gebruikte om de rechtbank ervan te overtuigen dat andere experts ongelijk hadden. Helaas is dit geen uniek geval, en de uitkomst lijken jammer genoeg op die van andere soortgelijke rechtszaken in de VS (noot van Marijke: niet alleen de VS…). De auteurs zijn in andere zaken geraadpleegd waarin de SM interesse van een ouder een kwestie was. De National Coalition For Sexual Freedom, een groep die opkomt voor de rechten van seksuele minderheden, krijgt vele verzoeken voor assistentie bij dit soort rechtszaken. Gewoonlijk resulteren deze rechtszaken erin dat de ouder met SM interesse voogdijschap verlies of andere privileges verlies. De auteurs kennen geen enkele zaak waarin de ouder die toegeeft aan SM te doen voogdijschap kreeg of terugkreeg.
Het zou daarnaast beargumenteer kunnen worden dat het gebrek aan bewijs van huiselijk geweld nog niet betekent dat er geen huiselijk geweld was. Dat is zo, maar het gaat tegen de filosofie en de standaarden van het Amerikaanse juridische systeem in om zo te redeneren. Ook zou beargumenteerd kunnen worden dat het welzijn van het kind hier de grootste overweging is, en dat de onbekende invloed van SM hier reden is om in te grijpen. Deze redenering werd ook gebruik door tegenstanders van homoseksuele ouders. De rechtbank heeft de lessen uit die periode blijkbaar niet gegeneraliseerd: het is niet mogelijk om te bewijzen dat iets geen negatieve invloed heeft, dit is logisch onmogelijk.
De ingrepen door de rechtbank laten zien dat men gelooft dat Ann Smith een slachtoffer was van huiselijk geweld. Het is belangrijk om in te zien dat rechtbanken zelden de slachtoffers van huiselijk geweld straffen door hun voogdijschap en bezoeken te beperken. Als slachtoffers van huiselijk geweld bang waren dat zij het voogdijschap over hun kinderen zouden verliezen zou dat een zeer sterke motivatie betekenen om geen hulp te zoeken. Uiteraard is dat niet in het belang van deze vrouwen, hun kinderen of de maatschappij.
De inhoud van het privé seksleven van Ann Smith resulteerde erin dat zij nog maar zeer beperkt voogdijschap en contact met haar zoon had, haar alimentatie verloor en het contact tussen Sam Jones en Ed verboden werd. Dit werd uitsluitend besloten op basis van hun SM voorkeur. Geen enkel ander probleem of obstakel hield stand, het was uitsluitend op basis van hun SM voorkeur.

Conclusie

Rechtbanken en forensisch professionals moeten educatie ontvangen over het verschil tussen SM en huiselijk geweld. Dit artikel zou wellicht een begin zijn voor de start van een educatieprogramma. Het laat ook zien dat het noodzakelijk is om statistieken bij te houden over hoe SM-geïdentificeerde ouders het doen in rechtszaken over voogdijschap.
Het expliciete mandaat van de Family Courts is om in het belang van de kinderen te handelen. In dit geval besloot de rechtbank de observaties van hun eigen expert over de positieve emotionele connectie met Sam Jones te negeren, en ook de wensen van het kind e negeren. Het besloot dat de positieve relatie tussen Ed en Sam Jones onbelangrijk was. Het besloot dat de tijd die Ed kon besteden met zijn moeder beperkt moest worden vanwege de seksuele gedragingen die zij privé beleefde.
Deze zaak is slechts één van velen. Het laat zien dan de DSM diagnose verkeerd gebruikt worden door forensisch professionals. Het zou verdere stimulatie moeten zijn voor de schrijvers van de DSM om te evalueren of zij ongebruikelijke seksuele voorkeuren als pathologisch willen bestempelen, en om hun waarschuwingen tegen misbruik sterker te maken.

Reiersol & Skeid: ICD diagnoses

Reiersol, O., Skeid, S. (2006) The ICD diagnoses of Fetishism and Sadomasochism. Journal of Homosexuality, 50: 2, 243 – 262

Voorwoord door Marijke: In de psychologische hulpverlening en psychiatrie wordt gebruik gemaakt van diagnoses, een naam voor wat iemand nou precies heeft. Er zijn twee veelgebruikte classificatiesystemen van psychische stoornissen. De eerste is de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders oftewel de DSM, deze is van de American Psychiatric Association (APA). De andere is de International Classification of Diseases (ICD) van de World Health Organization (WHO). In Nederland wordt de DSM het meest gebruikt. De ICD en DSM lijken erg op elkaar en hebben vergelijkbare diagnoses. Er zijn wel wat verschillen maar die vind ik in de context van dit artikel niet noemenswaardig. De argumenten die in dit artikel genoemd worden zijn net zo goed toepasbaar op de DSM-diagnoses van parafilia.

De eerste versie van de ICD verscheen in 1900 en was toen bedoeld om dodelijke lichamelijke ziektes te classificeren. Later werden er ook niet-dodelijke en weer later psychische ziektes toegevoegd. Rond 1950 kwam er een paragraaf over seksuele stoornissen. Deze is in 1965 nog aangepast, maar daarna is hij vrijwel onveranderd gebleven. We werken dus met de diagnoses van seksuele stoornissen die bijna 50 jaar terug geformuleerd zijn. De categorie voor afwijkende seksuele voorkeuren heet Disorders of Sexual Preference en heeft de code F65. Hieronder vallen onder andere fetisjisme, fetisjistisch transvestitisme, sadomasochisme en exhibitionisme. Ook pedofilie en bestialiteit worden genoemd. Volgens de ICD worden bovenstaande stoornissen als volgt gekarakteriseerd:

  • Het individu heeft terugkerende seksuele gevoelens en fantasieën die te maken hebben met ongebruikelijke voorwerpen of activiteiten.
  • Het individu doet iets met die gevoelens, gedraagt zich naar die gevoelens. Of hij heeft er veel last van.
  • De voorkeur is ten minste 6 maanden aanwezig.

Fetisjisme wordt als volgt omschreven: afhankelijkheid van een niet-levend object voor seksuele opwinding en seksuele bevrediging. De diagnose moet alleen gegeven worden als de fetisj de meest belangrijke bron van seksuele stimulatie is, of wanneer de fetisj noodzakelijk is voor een seksuele respons. Fetisjistische fantasieën komen geregeld voor, maar mogen pas een stoornis heten als de voorkeur zo dringend is dat zij seksuele geslachtsgemeenschap verhindert en het individu er lijden van ondervindt.

Fetisjistisch transvestitisme wordt als volgt omschreven: Het dragen van kleren van het andere geslacht om daarmee seksuele opwinding te verkrijgen. Het is anders dan fetisjisme in de zin dat de kleren niet gewoon gedragen worden, maar gedragen worden om op het andere geslacht te gaan lijken.

Sadomasochisme wordt als volgt omschreven: een voorkeur voor seksuele activiteiten met betrekking tot bondage, vernedering of pijn. Deze diagnose moet alleen gegeven worden als sm de meest belangrijke bron van seksuele stimulatie is, of wanneer sm noodzakelijk is voor seksuele bevrediging.

Diagnoses van seksuele afwijkingen: een historisch perspectief

Beïnvloed door psychiatrische case-studies en populaire literatuur in de 19e eeuw schreven pioniers in de medische wereld een vocabulaire en classificatie voor ‘ongebruikelijke’ seksuele activiteiten. Aan de ene kant was dit een grote stap voorwaarts, maar aan de andere kant droegen deze diagnostische labels bij aan de voortdurende stigmatisering van individuen op basis van hun seksuele voorkeuren. In de afgelopen edities van de ICD zijn de diagnoses van seksuele stoornissen niet echt meer aangepast of verbeterd.

De noodzaak om F65 te herzien

Normatieve, statistische en empirische redenen.

Een van de criteria van parafilia is het opgewonden raken van ‘ongebruikelijke’ voorwerpen en activiteiten. Statistisch gezien betekent dit dat iets weinig voorkomt. Echter, ongebruikelijk kan ook begrepen worden als ‘raar’ of ‘bizar’. Hoe dan ook, het feit dat iets ongebruikelijk is, is niet voldoende reden om een diagnose te geven. Het is inderdaad zo dat mensen soms lijden onder hun ongebruikelijke seksuele voorkeur, maar ook dit is geen reden om de voorkeur als pathologisch te zien. Sterker nog, mensen zullen eerder schaamte en moeilijke gevoelens ervaren wanneer hun seksuele voorkeur afgekeurd wordt, gestigmatiseerd wordt of zelfs gediagnostiseerd wordt.

De impact van sociale normen op diagnostische overwegingen wordt duidelijk geïllustreerd door het geval van homoseksualiteit. Door druk vanuit de homo-gemeenschap, die beargumenteerden dat er geen wetenschappelijke onderbouwing was voor de diagnose van ‘homoseksualiteit’, is uiteindelijk homoseksualiteit uit de ICD verdwenen. De diagnoses voor fetishisme en sadomasochisme zijn niet in lijn met de normen van een multiculturele samenleving waarin acceptatie en tolerantie centraal staan.

Wanneer de seksuele activiteiten veilig en vrijwillig zijn is er geen reden om deze als immoreel of pathologisch te zien. Wanneer iemand echter de oncontroleerbare neiging heeft om de grenzen van anderen te overschrijden of zichzelf of anderen te schaden moet hier wel iets mee gedaan worden. Hierbij maakt het in feite niets uit of het om seksueel of niet-seksueel gedrag gaat. Of iemand nu ongevraagd en ongepast ‘normaal’ heteroseksueel gedrag opdringt, ongevraagd SM met anderen doet of op andere manieren grensoverschrijdend bezig is, is voor de diagnose niet relevant. Diagnose is in deze gevallen noodzakelijk, en er zijn niet-seksuele categorieën beschikbaar waar dit gedrag onder valt. Onder andere Personality Disorders (F60) en Habit and impulse disorders (F63).

Nog een overweging bij het herzien van de diagnoses voor fetishisme en sadomasochisme is methodologische tekortkomingen van de onderbouwing van deze diagnoses, en de empirische data die deze zelfs tegenspreekt. Voor Kinsey kwam vrijwel alle informatie over afwijkende seksuele voorkeuren van fictieve literatuur en psychiatrische case-studies van criminelen. Echter, wat we weten van criminele SM-ers en fetishisten is niet representatief. Immers, wat we weten van heteroseksuele criminelen kan ook niet zomaar gegeneraliseerd worden naar alle heteroseksuelen! Wat weten we eigenlijk over fetishisten en SM-ers? Demografische onderzoeken laten zien dat SM-ers niet vaker crimineel zijn, niet vaker psychoses meemaken en ook niet vaker een persoonlijkheidsstoornis hebben. Sommig van dit onderzoek is al 50 jaar oud, en nog steeds heeft het geen invloed gehad op de diagnoses van fetishisme en sadomasochisme. Dit is ernstig.

Organisatie, helderheid en cohesie

De F65 diagnoses lijken gedesorganiseerd. Het combineert volstrekt ongerelateerde gedragingen en gooit ze op een hoop, bijvoorbeeld vrijwillige en onvrijwillige seksuele gedragingen. Deze groepering is ongepast. De rationale voor deze clustering is gebaseerd op morele en normatieve kwesties: de gedragingen worden gezien als vreemd.

Soms wordt de tegenwerping geuit dat SM gevaarlijk kan zijn, en er sprake kan zijn van lichamelijk letsel. Dit is inderdaad zo. Het feit dat men gevaarlijke activiteiten onderneemt is echter onvoldoende voor een diagnose. Heteroseksuele seks kan ook gevaarlijk zijn, maar risicovol heteroseksueel gedrag is ook niet voldoende reden voor een diagnose. Verkrachting en onbeschermde seks zijn bijvoorbeeld geen diagnoses.

De F65 diagnoses missen consistentie, helderheid en een empirische basis. In plaats van meer gedragingen toe te voegen die met instemming van alle betrokkenen gebeuren en waarbij het niet de intentie is om iemand daadwerkelijk te schaden, lijkt het logischer om fetishisme en SM gewoon te verwijderen.

Traditionele uitgangspunten.

De ICD-10 gaat uit van het belang van geslachtsgemeenschap. “Fetishistische fantasieën komen veel voor, maar mogen geen stoornis heten tenzij ze leiden tot rituelen die zo dwingend en onacceptabel zijn dat zij geslachtsgemeenschap onmogelijk maken en het in individu er onder lijdt”. Deze tussenkomst is een van de centrale argumenten om fetishisme als pathologisch te bestempelen. Deze nadruk op geslachtsgemeenschap is een reflectie van een traditionele houding ten opzichte van alle vormen van seksualiteit die niet voortplanting als doel hebben.

Ideeën over seksueel genot zijn radicaal veranderd in de afgelopen decennia. Bijvoorbeeld, veel psychiatrische perspectieven zien niet op voorplanting gerichte seks nu als een gezonde onderneming. Ook zijn de meeste hulpverleners van mening dat seks en geslachtsgemeenschap geen synoniemen zijn, en dat seks niet per definitie tot geslachtsgemeenschap hoeft te leiden. Het is dus onduidelijk waarom fetishisme, omdat het geslachtsgemeenschap in de weg staat, een stoornis wordt genoemd. Er is geen reden om een gedraging die met instemming van alle betrokkenen en voor het wederzijds plezier ondernomen wordt als onaangepast seksueel gedrag te diagnosticeren.

Een traditionele opvatting van psychoanalytici en enkele anderen is dat SM gevoelens veroorzaakt worden door trauma in de jeugd, en dat daarom SM als stoornis kan worden gezien. Er zijn geen onderzoeken die laten zien dat SM-ers vaker een trauma mee hebben gemaakt. Een fenomeen diagnosticeren als een stoornis zou niet moeten worden gedaan op basis van speculatie.

Sommige SM-ers zijn mishandeld als kind, en sommige van die SM-ers gebruiken SM als coping strategie. Zo kan een vrouw haar angst voor seksuele relaties met mannen verwerken door in een veilige context met haar man de angstige situaties uit haar jeugd na te spelen. Een dergelijke effectieve en helende copingstrategie zou niet als stoornis moeten worden gezien.

SM en fetish zijn in feite normale variaties in seksuele interesses. Zo zijn er mensen die iets hebben met kousen of voeten in mooie schoenen, en veel mensen hebben ook iets met erotische machtsoverdracht, Het wordt pas een probleem wanneer het ‘te veel wordt’. Maar dit ‘te veel’ zijn hoeft niet seksueel te zijn. Of iemand nu compulsief is over zijn seksualiteit of over iets anders, de diagnose Obsessief Compulsieve Stoornis voldoet. Er is geen enkele reden om uitsluitend voor seksuele compulsieve gedragingen een aparte diagnose te maken. We hebben het niet over handenwassen-OCS, we hebben het ook niet over heteroseksuele-seks-OCS. Er is geen reden waarom afwijkende seksuele voorkeuren anders behandeld moeten worden.

Mensenrechten kwesties.

De inspanningen om F65 te herzien is ook een mensenrechtenkwestie. Mensen diagnosticeren op basis van hun seksualiteit is net zo onjuist als discrimineren op basis van ras, etniciteit en religie. Het is net zo absurd als mensen diagnosticeren voor blauwe ogen of hoge leeftijd. Mensen moeten niet gediagnosticeerd worden op geaardheid, smaak, overtuigingen of interesses.

Er is in de westerse wereld nog steeds veel respect voor medische diagnoses, en deze worden dan ook gebruikt om discriminatie goed te praten. Zo worden SM-ers ontslagen puur op basis van hun SM-interesse en worden travestieten lastig gevallen en in elkaar geslagen. De mensen met afwijkende voorkeuren zien zichzelf maar al te vaak als minderwaardig. Dat de diagnose een stigma veroorzaakt is op zichzelf geen reden om de diagnose te verwijderen uit de ICD. Maar gegeven het feit dat er geen bevindingen zijn die aangeven dat SM en fetishisme teken zouden zijn van een stoornis zou het labelen en stigmatiseren vermeden moeten worden.

Gediagnosticeerd worden en de gevolgen daarvan.

Mensen hebben de neiging medische autoriteiten te geloven, en wanneer hen vertelt wordt dat zij ziek zijn kan dit een self-fulfilling prophecy worden. Geiersol en Skeid bespreken het geval van een man met een fetish voor panty’s. Toen hij er als jonge puber achter kwam dat hij hier iets mee had schaamde hij zich diep. Hij zocht informatie over afwijkende seksuele voorkeuren en kwam tot de ontdekking dat deze als stoornis worden gezien. Hij probeerde zijn gevoelens weg te stoppen, en trouwde met een vrouw waar hij veel van hield. De gevoelens kwamen echter terug, wat bij hem veel leed veroorzaakte. Hij had depressieve en zelfs suïcidale klachten. Hij ging in therapie en er werd hem verteld dat zijn fetishes inderdaad een stoornis waren. Hij werd jarenlang behandeld, zonder succes. Uiteindelijk biechtte hij zijn gevoelens op aan zijn vrouw, die zijn interesses als gezond bestempelde. Zijn fetish kreeg een plek in hun seksleven. Zijn klachten zijn verdwenen, en veel van zijn leed was hem bespaard gebleven als hem niet eerst verteld was dat zijn fetish een stoornis was.

Negatieve zelfwaardering en laag zelfvertrouwen zijn bekende gevolgen van het stigma dat vastzit aan diagnoses. Het kan mensen ernstig beïnvloeden, en grote problemen veroorzaken.

Politieke inspanningen om F65 te herzien.

Deze zijn te gedetailleerd om samen te vatten. In het artikel kunnen de details gelezen worden. Het komt erop neer dat steeds meer mensen en organisaties in gaan zien dat de diagnoses voor SM en fetishisme verwijderd moeten worden. Ook wordt duidelijk dat de diagnoses verstrekkende negatieve gevolgen hebben voor alle betrokkenen.

Conclusie

De ICD diagnoses voor fetishisme, fetisjistisch transvestitisme en sadomasochisme zijn verouderd en voldoen niet aan de wetenschappelijke standaarden van de ICD. In het beste geval zijn de diagnoses volstrekt overbodig. In het ergste geval stigmatiseren ze een minderheid in de samenleving. Er zijn mensen die lijden onder dit stigma en emotionele pijn ervaren vanwege de diagnoses.

Het doel van dit artikel is om SM groepen en kink-friendly behandelaars en professionals te motiveren mee te werken aan het verwijderen van deze diagnoses. Www.reviseF65.org

Suspension-punten: hoe het wel moet

Naar mijn mening dan heh, ieder heeft zijn eigen mening en ik respecteer de mening van andere mensen en al die shit ;).

Wat me opvalt wanneer ik op feestlocaties vraag naar de soort haak die men gebruikt heeft is dat ik niet serieus wordt genomen. Men komt met antwoorden als “degene die hem geplaatst heeft weet wat hij doet” en “dat ding wordt al jaren gebruikt en hij hangt nog steeds”. Toch opvallend, want wanneer ik de persoon die mij knoopt zou vragen naar zijn touw zou ik (terecht) wel een serieus antwoord krijgen. Ik kom er dan achter welk soort touw het is en hoe iemand het verzorgt, en ik kan op basis van die informatie zelf bepalen of ik het veilig genoeg vind. Zo zou ik me niet snel op laten hangen aan katoen (hoewel ik weet dat daar debat over is hoor, volgens velen kun je katoen prima gebruiken voor suspensions) en ik zou me ook niet op laten hangen aan touw dat vochtig in een plastic tas werd gestopt.

Waarom nemen de bezoekers van feestlocaties hier genoegen mee? Waarom laten we ons afschepen met ontwijkende antwoorden over de betrouwbaarheid van degene die hem geplaatst heeft, of een grapje dat hij er tot nu toe niet uit is gevallen dus het zal wel goed zijn? Het gaat hier om de veiligheid van je speelpartner, we mogen best meer eisen van locatie-eigenaren.

Als eigenaar van een feestlocatie neem je een bepaalde verantwoordelijkheid op je. Zo moet je er bijvoorbeeld voor zorgen dat het bij jou redelijk veilig is, dat je een plan hebt voor wat je moet doen bij brand, dat er een nooduitgang is die goed te bereiken is. In Nederland zijn daar zelfs wetten voor. Lijkt me logisch dat wanneer je een haak biedt voor suspensions, je er ook voor zorgt dat die haak geschikt is voor suspensions. En dat je je gasten kunt informeren over de soort haak die je gebruikt en het materiaal van het plafond en dergelijke.

Dat betekent niet dat je als bezoeker en rigger alles weet. De eigenaar kan liegen. De eigenaar kan ook de nooduitgang op slot draaien ook al mag dat niet. Maar je kunt wel gewoon van de eigenaar verwachten dat hij je met dat soort informatie kan helpen.

Aan de haak hangen slaat nergens op. Als het een goede haak is was het al een goede haak, en als het een slechte haak is heb je hem enkel verder losgewrikt. In plaats daarvan moeten we als feestbezoekers vragen naar de soort haak en hoe hij geplaatst is, en moet het normaaal worden dat een eigenaar ervoor zorgt dat hij weet wat voor haak hij biedt voor suspensions. Zodat we erop kunnen vertrouwen dat de haak goed is in plaats van dat we het op rare manieren gaan ‘testen’.

Suspension-punten

Ik moet even bitchen. Op veel locaties voor SM feesten vind je suspension-punten, haken in het plafond waar je een suspension-bondage op kunt doen. Suspension bondage betekent dat je iemand letterlijk in de touwen hangt, iemand raakt de grond niet meer aan maar wordt in de lucht gehouden door de touwen. Suspension is erg tof, ik ben zelf een beoefenaar en groot fan. Maar het is wel redelijk gevaarlijk. Het grootste gevaar zit hem in zenuwbeschadigingen, door de druk van de touwen kun je zenuwen klemmen en beschadigen en soms merk je dat pas nadat je weer uit de suspension bent gehaald. Ikzelf heb na een suspension een paar weken een gevoelloos/’slapend’ stukje op mijn bovenbeen gehad, gelukkig trok het weg. Over het algemeen gaat het goed, en kennis kan het risico flink verkleinen.

Iets anders wat fout kan gaan is hardware-failure. Dus niet dat het lijf van je geknoopte beschadigd raakt terwijl de bondage zelf netjes blijft zitten, maar dat gewoon keihard je haak uit het plafond komt zetten of je touwen knappen. Kennis over touwsoorten is flink vergroot in de afgelopen jaren. Een van de mensen die hier flink aan heeft bijgedragen is Guilty^, hoewel ook zeker andere mensen zich hier mee bezig hebben gehouden. Hoe dan ook, goed onderhouden en sterk touw zal niet zomaar knappen. Dan blijft dus je haak in het plafond over. Als die loslaat donder je makkelijk een meter naar beneden. Realiseer je wel, iemand in een suspension kan zichzelf niet goed opvangen. Handen zitten vaak achter de rug vast, je hebt weinig bewegingsvrijheid. Een val van een meter kan flinke schade veroorzaken.

En nu mijn gebitch: het irriteert me mateloos wanneer ik riggers (de mensen die knopen) even aan de haak zie hangen om te kijken of hij sterk genoeg is. Ze doen er wat touw en een suspension ring aan, hangen er met 2 of 3 grote mannen aan om te kijken of de haak dat houdt en als de haak blijft zitten concluderen ze dat de haak sterk genoeg is. Wat een dikke vette crap! Lieve mensen, ook haken die niet sterk genoeg zijn om suspension aan te doen kunnen het best een tijdje houden! De vraag is niet of de haak er meteen uit komt zetten (de meeste dikke spijkers kunnen wel even wat gewicht hebben), de vraag is of die haak er na regelmatig gebruik uiteindelijk uit komt zetten.

Laatst nog hoorde ik het verhaal van een vrouw die met suspension en al op de grond is gedonderd omdat de haak het niet hield. Godzijdank hield ze er (voor zover ik weet) niets aan over behalve fikse rugpijn, maar ik heb ergere verhalen gehoord (hoi daar mooi smoeltje, meet de betonnen vloer!). Ook in dat geval had de (zware volwassen) rigger zelf aan de haak gehangen en hey, dat hield de haak, dus dan zal de haak wel goed zijn toch? Nope. Ik heb horrorverhalen gehoord over haken waarbij pas na lange tijd bleek dat het ding half-los in het plafond hing, een wonder dat daar nooit iemand head-first uit is gevallen. En sure, daar hingen soms ook 4 zwaargewicht mannen aan om ‘te bewijzen’ dat de haak betrouwbaar was. Wat een crap.

Suspension is in de afgelopen jaren heel populair geworden. Jaren terug was het een hobby van een enkele bondage-gek, maar vanuit de jongeren-scene is er ineens een grote groep mensen gekomen die zich er veel mee bezig houdt. Aangezien meer mensen ermee bezig zijn vergoot je ook de kans op ongelukken. We kunnen geen genoegen nemen met haken die niet betrouwbaar zijn. Er met een groepje mannen aan hangen bewijst niets, en de volgende keer dat ik mensen een haak op die manier zie ‘testen’ ga ik verdorie gillen!

Nichols – Psychotherapeutic Issues with Kinky Clients

Nichols, M. (2006) Psychotherapeutic Issues with ‘Kinky’ Clients – Clinical Problems, Yours and Theirs. Journal of homosexuality, 50: 2, 281 – 300.

Hoewel in de afgelopen decennia de manier waarop er met homoseksuelen en transgenders om wordt gegaan flink is veranderd, is dit nog niet gegeneraliseerd naar de overige ‘parafilia’. BDSM en andere afwijkende seksuele voorkeuren worden nog altijd door een flink aantal hulpverleners als een probleem gezien, hoewel hier geen enkele wetenschappelijke onderbouwing voor is. Nichols gaat ervan uit dat parafilia statistisch abnormaal maar pathologisch neutraal zijn, dus niet per definitie gezonder of ongezonder zijn dan meer mainstream voorkeuren. Haar artikel is bedoelt voor hulpverleners die te maken krijgen met kinky cliënten. Zelf heeft zij ruim 20 jaar ervaring met
cliënten die een afwijkende seksuele voorkeur hebben.

Volgens Nichols zijn de volgende vooroordelen de meeste voorkomende vooroordelen over BDSM.
1. BDSM gaat over de wensen van de Dominante partner, die zijn gang gaat met de passieve en uitgebuite onderdanige partner. In werkelijkheid zijn beide partners betrokken en gaat het om de wensen en het genot van zowel de D als de sub.
2. BDSM gaat over fysieke pijn. De waarheid is dat SM voorkeuren erg divers zijn. Daarnaast is het soort pijn dat men in SM opzoekt geen gewone pijn: denk aan tanden in je schouder tijdens de seks, niet aan wortelkanaalbehandeling.
3. SM gaat van kwaad tot erger, het wordt steeds extremer. In de praktijk valt dit wel mee. Mensen die na jaren hun gevoelens eindelijk mogen uiten doen soms inderdaad een inhaalslag, maar SM eindigt niet per definitie in het extreemste.
4.SM is zelfdestructief. Er zijn geen aanwijzingen dat BDSM vaker destructief wordt gebruikt dan ‘vanille’ seks.
5. BDSM vindt zijn oorsprong in mishandeling in de jeugd. In werkelijkheid zijn er geen aanwijzingen dat BDSM-ers vaker mishandeld zijn dan niet-BDSM-ers.
6. BDSM is vermijding van intimiteit. Net zoals bij vanille seks kan BDSM gebruikt worden om intimiteit op te zoeken of juist te vermijden. BDSM lijkt niet vaker gebruikt te worden voor vermijding.
7. BDSM is afgescheiden van ‘vanille’ seks. Voor de meeste mensen kunnen de twee heel goed samengaan. Ook is het onderscheid vaag, veel activiteiten vallen in een grijs gebied.

Psychologische theorieën, vooral de psychoanalytische, hebben BDSM voornamelijk vanuit de gedachte van onderliggende psychopathologie proberen te verklaren. In de afgelopen jaren zijn er nieuwe theorieën ontstaan over seksualiteit waarin er niet meer zomaar van psychopathologie uit wordt gegaan. Vanuit die hoek zijn ook verklaringen gekomen voor BDSM. Enkele redenen waarom BDSM aantrekkelijk kan zijn voor mensen:
1. BDSM kan heel leuk zijn en je seks ontzettend spannend maken. Waarschijnlijk is dit de belangrijkste reden waarom mensen aan BDSM doen.
2. Sommige mensen zien BDSM als een spirituele vorm van seksualiteit, vergelijkbaar met tantra.
3. Voor sommigen verdiept BDSM de intimiteit in een relatie, en kan het helpen psychische wonden te helen in de context van een vertrouwensrelatie.
4. BDSM kan gebruikt worden om de ‘schaduwkant’ van seks te ontdekken. Net zoals sommige mensen bungee jumpen een kick vinden, zo kan het taboe en soms het risico van BDSM ook aanspreken. Vrijwel alle emoties die seksuele gevoelens verhinderen (schaamte, schuld, angst) kunnen in de juiste omstandigheden juist ontzettend opwindend zijn.
5. Sommige SM-ers zijn van mening dat SM een geschikte niet-chemische manier is om prettige bewustzijnstoestanden te verkrijgen (natuurlijke drug).
6. Doordat BDSM uit zo veel aspecten bestaat verkleint het de kans op een monotoon en routineus seksleven, zeker bij monogame relaties.

Klinische kwesties.
De meest voorkomende kwestie die therapeuten tegenkomen wanneer zij werken met kinky cliënten is de confrontatie met hun eigen emoties. Men noemt het ook wel ‘countertransference’ wanneer de therapeut zijn of haar eerste negatieve gevoelens ziet als aanwijzing dat er iets aan de hand is met de cliënt. Vaak komen deze negatieve emoties (schrik, angst, walging) door gebrek aan kennis en ervaring met het onderwerp. Soms vult de therapeut details over BDSM in zonder dat hzij daar de kennis voor heeft. Men hoort bijvoorbeeld over spelen met messen en snijden en denkt daarbij aan een levensgevaarlijk bloedbad, terwijl het in werkelijkheid vaak niet verder gaat dan wat oppervlakkige krassen. Het kan ook gebeuren dat de therapeut ineens eigen positieve reacties op BDSM ervaart en hiervan schrikt, of geconfronteerd wordt met schaamte en zelfhaat die hzij zelf heeft ten opzichte van BDSM-gevoelens.

Een andere veelvoorkomende kwestie bij kinky cliënten is geheimhouding van de SM gevoelens. We weten niet hoe vaak dit voorkomt, maar vermoedelijk gebeurt het regelmatig dat SM-ers in therapie gaan maar dan hun SM gevoelens bewust verborgen houden voor de therapeut. Dergelijke geheimhouding kan het therapie-proces ernstig belemmeren. De cliënt doet dit meestal omdat hzij bang is voor veroordeling. Dit is helaas vaak een terechte angst. Kink-friendly therapeuten doen er goed aan openheid te bevorderen.

De meeste SM-ers die in therapie gaan doen dit voor issues die niets met SM te maken hebben. Nichols beschrijft hoe in de jaren 80 veel homoseksuele cliënten naar haar praktijk kwamen, niet omdat ze daar over hun homoseksualiteit konden praten, maar omdat ze daar niet over hun homoseksualiteit hoefden te praten (en gewoon hulp kregen bij hun probleem). Therapeuten hoeven niet per definitie vanuit een negatief oordeel opvallend veel aandacht te besteden aan BDSM, soms is het ook vanuit oprechte nieuwsgierigheid. Maar het is de vraag hoe ethisch het is om de tijd en het geld van een cliënt te gebruiken voor het bevredigen van de eigen nieuwsgierigheid en iemands werkelijke probleem pas later te behandelen.

De SM-ers waar je als therapeut gewoonlijk het meest mee in contact komt zijn de ‘nieuwelingen’, mensen die hun SM gevoelens pas net ontdekt hebben. Deze SM-ers kunnen in de problemen komen doordat zij door onze cultuur geleerd hebben dat hun gevoelens ziek en misdadig zijn. Daaruit kunnen nog verdere problemen ontstaan, bijvoorbeeld wanneer intimiteit vermeden wordt om zo de SM gevoelens te kunnen onderdrukken. Weer andere SM-ers leiden een dubbelleven, gebaseerd op vele leugens omtrent de eigen SM activiteiten. Familie en vrienden weet van niets. Als therapeut is het belangrijk deze SM-ers goed te kunnen begeleiden. De aangeleerde zelfhaat vanwege de SM-gevoelens kan in de therapie besproken worden, de problemen met intimiteit kunnen behandeld worden en de therapeut kan een begeleidende en adviserende rol spelen bij een SM-er die tegenover de partner uit de kast wil komen. Sommige SM-ers gebruiken hun activiteiten op een ongezonde manier, net zoals dit met ‘vanille’ seks ook gedaan kan worden. Disfunctioneel gedrag, ook seksueel disfunctioneel gedrag, kan behandeld worden.

Veel kinky cliënten hebben al vanaf jonge leeftijd SM gevoelens, maar vaak wordt dit ontkent of onderdrukt. Tegen de tijd dat de cliënt toch echt wat met zijn of haar SM gevoelens wil is men vaak al getrouwd, men heeft kinderen gekregen, en de partner weet nog van niets. Uiteindelijk zal men hier toch open over moeten worden. De therapeut kan de cliënt begeleiden wanneer deze open gaat worden naar de partner. Ook kan de therapeut koppels helpen die geconfronteerd zijn met de SM gevoelens van een van beide partners. Voor de vanille partner is dit maar heel zelden een prettige ontdekking, vaker zorgt het voor moeilijke emoties. Soms betekent dit het einde van de relatie. Soms kan er samen een oplossing worden gevonden.

In relaties waarin beide partners SM gevoelens hebben gaat het ook niet automatisch goed. Seksuele problemen kunnen invloed hebben op de rest van de relatie, en issues uit de rest van de relatie kunnen weer invloed hebben op het seksuele aspect. Dit gebeurt bij BDSM uiteraard ook. Nichols bespreekt enkele gevallen waarin hiervan sprake was.

Huiselijk geweld en fysieke mishandeling kunnen in BDSM contacten ook voorkomen. Voor de therapeut kan het soms moeilijk zijn om onderscheid te maken tussen SM handelingen en ongezonde patronen in een relatie. Nichols bespreekt een relatie waarin uiteindelijk duidelijk sprake bleek te zijn van mishandeling in plaats van BDSM. Ook bespreekt ze een cliënt die BDSM zowel gebruikte voor plezier als voor het straffen van zichzelf vanuit zelfhaat. De therapeut moet hierbij oppassen dat zhij de eigen emoties niet als bewijs ziet voor ongezonde motieven bij de cliënt (denk aan countertransference). Dezelfde vragen die men bij vanille gedrag kan stellen om te bepalen of het gezond gedrag is kunnen ook bij BDSM gesteld worden.

  • Hoe voelt de cliënt zich over het gedrag? Is hzij bezorgd? Komt dit door geinternaliseerde seks-negatieve opvattingen, of is er meer inhoud?
  • Belemmert het gedrag de cliënt in zijn of haar dagelijks functioneren? Men moet hierbij oppassen met het makkelijk trekken van conclusies: isolatie van vrienden kan betekenen dat de kinky cliënt gewoon een meer accepterende vriendengroep nodig heeft.
  • Is het gedrag compulsief? Verliest de cliënt de controle over de seksuele impulsen?
  • Neemt de cliënt opvallende risico’s? Bijvoorbeeld vreemden oppikken in een bar, onbeschermde seks, drug en alcoholgebruik, etc?
  • Zorgt het gedrag ervoor dat de cliënt zich slechter gaat voelen? Meer depressief, meer angstig, meer schaamte, meer zelfhaat?

Conclusie.
Wanneer kinky cliënten hulp zoeken doen zij dit meestal voor dezelfde redenen als niet-kinky cliënten. Depressie, relatieproblemen, angst, noem het maar op. Sommige problemen kom je echter specifiek bij deze groep tegen. Hierbij speelt vooral ‘coming out’ een grote rol, en het herkennen van SM gevoelens na deze jaren te hebben onderdrukt. Ook geinternaliseerde seks-negatieve opvattingen uit deze maatschappij kunnen een rol spelen. Schaamte en zelhaat zijn daar bijvoorbeeld mogelijke gevolgen van. Om deze cliënten te kunnen helpen moet de therapeut in de eerste plaats bewust worden van zijn of haar eigen gevoelens over BDSM, om op die manier voor countertransference te kunnen waken. Ook moet de therapeut zelf de verantwoordelijkheid nemen om zich te informeren.
Als therapeut bezig gaan met kinky cliënten kan erg dankbaar werk zijn, omdat deze doelgroep nog zo weinig geholpen wordt. Kinky cliënten treffen vaak negatieve en veroordelende therapeuten, dus een therapeut die verstand van zaken heeft kan een groot verschil maken.

Weinberg – Sadomasochism and the Social Sciences

Weinberg, T. S. (2006) Sadomasochism and the Social Sciences: A Review of the Sociological and Social Psychological Literature. Journal of Homosexuality, 50: 2, 17-40.

Link naar fulltext. Alleen beschikbaar voor mensen met een account bij de RU.

De vroege psychoanalytische benaderingen van BDSM kwamen van onder andere Freud, Krafft-Ebing en Stekel (rond 1950). Zij zagen BDSM als een teken van onderliggende psychopathologie. Hun conclusie is begrijpelijk, aangezien zij hun kennis over BDSM haalden uit boeken van de Sade (waar de term sadisme vandaan komt) en van Sacher Masoch (waar de term masochisme vandaan komt). Die boeken beschreven zeer extreme obsessies en gedragingen. De enige sadisten en masochisten waar zij zelf contact meer hadden waren de SM-ers die zij zagen in hun praktijk. Mensen, dus, met problemen waar zij hulp voor zochten. Hun kennis over SM was hierdoor gering en erg selectief. Bovendien leefden deze psychoanalytici in de Victoriaanse tijd, waarin nog zeer conservatief over seksualiteit werd gedacht. Hun opvattingen komen echter ook in deze tijd nog voor. Zo is Ross (artikel uit 1997) bijvoorbeeld van mening dat SM-ers vaak mishandeld zijn als kind, irrationele schuldgevoelens hebben en vol zitten met onbewuste woede en de wens om wraak te nemen. Ook zijn conclusies baseerde hij op de mensen die hij zag in zijn praktijk: mensen die psychische problemen hebben. Het spreekt voor zich dat ook niet-SMers die hulp zoeken vaker dan gemiddeld psychische problemen hebben, dat is immers de reden om hulp te zoeken.

Sinds grofweg 1970 is er een groeiende interesse gekomen in onderzoek vanuit de sociale wetenschappen. In tegenstelling tot psychoanalitici, die hun onderzoek uitsluitend doen bij SM-ers die in behandeling zijn voor psychische problemen, doen sociologen en sociaal-psychologen ook onderzoek naar alle andere SM-ers. Zij gebruiken hiervoor verscheidene methoden van data-verzameling, waaronder vragenlijsten, content analyses van SM publicaties, etnografie, theoretische essays, kritisch onderzoek van assumpties van clinici en wetgeving en rechtszaken. Deze onderzoeken gaan onder andere over sociale organisaties van SM-ers, SM-interacties, socialisatie, kenmerken van SM-ers, functies van SM-subculturen, normen en waarden binnen de SM subcultuur en sadomasochistische voorkeuren en activiteiten. In dit review-artikel wordt een samenvatting gegeven van de literatuur die tussen dit artikel en het voorgaande artikel van de auteur gepubliceerd is. Daarna zal een samenvatting worden gegeven van wat de Weinberg (de auteur) meent dat we op dit moment weten over BDSM.

Enquête en vragenlijst onderzoek.

Een van de grootste onderzoeken in de afgelopen tijd is gedaan in Finland, door Sandnabba en zijn collega’s. Zij deden onderzoek bij 2 seksueel-georiënteerde clubs. Één voor homoseksuelen met interesse in kink en leather, de ander was een club voor (vooral) heteroseksuele SM-ers. Wat zij onder andere vonden was dat de SM-ers uit hun steekproef hoger opgeleid waren dan gemiddeld, vaak een leidinggevende functie hadden en opvallend veel vrijwilligerswerk deden. Dit wijst erop dat SM-ers goed functioneren in de maatschappij.

De mensen in hun steekproef waren tussen de 18 en 20 jaar oud toen zij zich bewust werden van hun SM gevoelens. Tussen de 21 en 25 hadden zij vaak hun eerste SM ervaring. Meer dan 88% van hun steekproef had had ooit vanille (niet-SM) seks gehad, slechts 5 procent gaf aan daarmee gestopt te zijn. Iets meer dan ¼ van de steekproef gaf aan dat alleen SM/kinky seks ze echt kon bevredigen.

Een derde van de steekproef had 2 tot 5 keer aan SM gedaan in de afgelopen 12 maanden. Ongeveer 20% had 11 tot 20 keer aan SM gedaan in de afgelopen 12 maanden. Homoseksuele en biseksuele SM-ers deden vaker aan SM dan heteroseksuele SM-ers. Alle SM-ers masturbeerden vaker dan gemiddeld.

Op basis van hetzelfde onderzoek zijn nog 2 andere artikelen geschreven. Ze gebruikten verfijnde statistische analyses om de relaties tussen SM-gedragingen te onderzoeken. Heteroseksuelen blijken meer te doen met zwepen, slaan in het gezicht en verbale vernedering. Homoseksuelen doen meer met CBT, fisten, dildo’s en katheters.

Een ander artikel is dat van Levitt en zijn collega’s. Zij deden onderzoek bij een groep vrouwen met interesse in SM. De vrouwen in hun steekproef waren hoger opgeleid dan gemiddeld, waren vaker single dan gemiddeld en kwamen achter hun SM gevoelens toen zij jongvolwassenen waren. De meesten zagen zichzelf als onderdanig, een flink deel was switch en een kleiner deel dominant. Vier van de vijf vrouwen was tevreden met haar SM oriëntatie.

Donnelly en Fraser deden onderzoek bij studenten van een grote universiteit. Deze studenten noemden zich geen SM-er. Mannen in deze groep raakten vaker opgewonden van SM dan de vrouwen. Deze mannen raakten opgewonden van bondage en discipline, en dan vooral van fantasieën waarin zij zelf vastgebonden en geslagen werden.

Content analyse

Bij content analyse wordt data die al geproduceerd was voor aanvang van het onderzoek gebruikt. Je kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan artikels in tijdschriften, brieven, internet websites en posts en vele andere bronnen. Weinberg omschrijft slechts 1 onderzoek waarbij gebruik is gemaakt van content analyse, namelijk het onderzoek van Ernulf en Innala. Zij gebruikten posts die geplaatst waren in een discussiegroep die deel uitmaakte van Usenet.

Zo’n 80% van de posts kwam uit de VS. Bijna ¾ van de berichten kwam van mannen. Van de mensen die hun seksuele geaardheid aangaven waren 81% hetero, 18% homo en 1% biseksueel. De onderzoekers wilden vooral kijken naar het verschil tussen bondage en sadomasochisme, maar in ruim 1/3 van de berichten kwam naar voren dat bondage deel uitmaakte van de SM praktijk van de poster. De onderzoekers vonden verder dat vertrouwen en veiligheid terugkerende thema’s waren. Ook discussies over wat een ‘goede Dom’ is kwamen veel voor, de antwoorden daarop concentreerden zich meestal op vertrouwen en veiligheid en het inschatten/rekening houden met de grenzen van de sub.

Etnografisch onderzoek.

Bij etnografisch onderzoek maakt de onderzoeker direct contact met de mensen die hij wil onderzoeken. Zo kan een wetenschapper bijvoorbeeld SM feesten bezoeken en met SM-ers spreken, indien dit toegestaan is door de organisatie. Een etnografisch onderzoek is gedaan door Lieshout, hij deed onderzoek naar de homo-leather scene. In sommige opzichten is leather anders dan SM: veel leathermen hebben niets met SM en genoeg SM-ers zien zichzelf niet als leathermen. Lieshout maakte privé deel uit van de leatherscene en beschreef zijn ervaringen in zijn artikel. Zo benoemde hij onder andere dat nee altijd nee betekent in de leatherscene en dat te opdringerig gedrag niet wordt geaccepteerd. Ook heeft hij het over enkele codes of afspraken waarmee interesses aangegeven kunnen worden. De leatherscene is er niet alleen om samen aan seks te doen, maar heeft ook een sociale functie: men maakt er vrienden en er wordt ook gepraat over andere onderwerpen. Verder maakte Lieshout de observatie dat men in de leatherscene minder penis-gericht is dan in de algemene homoscene, en dat de seksuele gedragingen niet altijd orgasme tot doel hebben.

Moser heeft in een periode van 25 jaar vele SM feesten bezocht, en maakte deel uit van de SM scene. Hoewel de feesten die hij bezocht verschilden in grootte, stijl, setting en exclusiviteit waren er wel enkele overeenkomsten. Ten eerste boden ze een plek waar SM-ers elkaar konden ontmoeten en hun eigen stijl van SM konden uiten. Alle feesten waren gestructureerd door regels, die over het algemeen vrij serieus en expliciet benoemd worden. Etiquette-regels verschillen per feest, maar afspraken over acceptabele vormen van interactie, verboden seksueel gedrag en vertrouwelijkheid kwamen overal voor. Op vrijwel alle SM feesten was dronkenschap verboden.

Volgens Moser is de belangrijkste reden voor feest-bezoek dat zij integratie en socialisatie mogelijk maken. SM-ers leren mensen kennen die zijn zoals zij, ze leren over interactie-regels en SM technieken, en ze kunnen hun interesses en gevoelens normaliseren. SM feesten bieden een atmosfeer waarin zij aangemoedigd worden zichzelf te zijn en waarin hun gedrag gevalideerd wordt. Het accepteren van hun SM identiteit en rol is volgens Moser een duidelijke reden waarom SM-ers feesten bezoeken. Verder maakte Moser de observatie dat, hoewel seksueel gedrag niet verboden is op SM feesten, geslachtsgemeenschap en genitaal-gericht gedrag weinig voorkomt.

Kritische essays.

De psychoanalytische benadering van BDSM is recent veel bekritiseerd. Ten eerste op basis van de validiteit van de psychiatrische classificatie van de parafilia, ten tweede door uitspraken door rechters te bekritiseren wiens uitspraken assumpties laten zien die psychoanalytisch van aard zijn.

Moser en Kleinplatz hebben de categorisatie van parafilia (afwijkende seksuele voorkeuren) in twijfel getrokken. Ongewoon zou niet automatisch ziek mogen betekenen, hoewel het dat al heel vaak heeft betekent. Zeker wanneer het om seksuele minderheden gaat. Ten eerste geven ze aan dat er geen enkele wetenschappelijke onderbouwing is voor het benoemen van parafilia als stoornissen. Mensen met een afwijkende seksuele interesse zijn niet te onderscheiden van anderen op basis van welke eigenschap dan ook, behalve dan hun seksuele interesse. Ten tweede geven ze aan dat de DSM inconsistent is op het gebied van parafilia en zichzelf zelfs tegenspreekt. Ten derde geven ze concrete voorbeelden van uitspraken uit de DSM die neergezet worden als feiten terwijl er simpelweg geen onderzoek is dat de uitspraak ondersteunt. De parafilia sectie van de DSM is niet consistent met de huidige wetenschappelijke kennis op dit gebied. Zij zijn voorstander van het volledig verwijderen van de parafilia-sectie uit de DSM.

Verder bespreekt Weinberg twee artikelen die de Spanner-case behandelen.

Wat we weten over sadomasochisme.

Voor de meeste SM-ers draait het om dominantie/onderdanigheid en niet in de eerste plaats om pijn. Mensen die binnen SM dominant zijn, zijn buiten SM niet vaker autoritair of wreed dan anderen. Mensen die binnen SM onderdanig zijn, zijn buiten SM niet vaker passief of volgend van aard. Voor de meeste SM-ers is SM recreatief en ‘een spel’. Er wordt veel gebruik gemaakt van fantasie. Soms worden hele scripts uitgewerkt (rollenspellen), zoals hond/eigenaar, baas/werknemer of ouder/kind. Op die manier worden de SM-gedragingen in zekere zin buiten de rest van het leven geplaatst, het is alleen binnen het SM spel dat men die dingen doet. SM sessies zijn vrijwillig en worden door de betrokkenen samen gevormd. Daadwerkelijke dwang wordt door de subcultuur niet geaccepteerd, instemming is noodzakelijk. Vaak worden er stopwoorden gebruikt, hoewel niet altijd. De grenzen pushen/schuiven voelt voor veel SM-ers prettig omdat het daarmee ‘echter’ voelt. Wanneer de dominante partner echter het idee krijgt dat hzij echt over de grenzen van de ander begint te gaan zal hzij echter gewoonlijk rustiger aan gaan doen. Over het algemeen wordt dit zo subtiel gedaan dat de sfeer van het spel niet verstoor wordt. Bij nieuwe partners wordt er soms navraag gedaan bij de bekenden van die nieuwe partner, om te kijken of hzij betrouwbaar is. SM-ers die als onveilig of onethisch worden gezien in de subcultuur blijken vaak moeite te hebben met het vinden van partners. Binnen SM wordt er veel gebruik gemaakt van symboliek. Van de vrouwen die met SM bezig zijn is ruim 60% erin geïntroduceerd door hun (ex)partner.

Er bestaat niet 1 SM-subcultuur, er zijn juiste vele verschillende SM-scenes. Zo zijn er hetero, homo, leathersex en lesbische scenes. Er zijn meer gespecialiseerde subculturen rondom bondage en discipline, en groepen die zich veel bezighouden met body modification (piercings, branding, snijden, tattoos). De verschillende scenes hebben wel veel overlap en komen ook vaak met elkaar in aanraking. SM-ers leren elkaar kennen via advertenties, door geïntroduceerd te worden door een bekende, via chatrooms en de rest van het internet en via SM organisaties. SM-ers houden soms ook privé feesten van verschillende groottes. SM organisaties bestaan al lang, zeker in de VS. Zij functioneren als steungroepen, bieden informatie en bieden een plek waar SM-ers hun gevoelens kunnen leren accepteren en over hun gevoelens kunnen praten.

Samengevat lijkt het erop dat SM-ers emotioneel en psychologisch in balans zijn, over het algemeen op hun gemak zijn met hun voorkeuren en sociaal goed aangepast zijn. Er zijn geen aanwijzingen dat BDSM pathologisch is.